In een klein dorp, tussen zachte bomen, woonde Poes Pippa. Pippa had poten als wolkjes. Haar snorharen zongen als kleine snaartjes. Ze hield van luisteren. Ze hield van lachen. Ze hield van de markt, waar kleuren dansten als vlinders.
Op een dag bleef de markt dicht. De kraampjes sliepen. De doeken hingen stil. Meneer Haas en Mevrouw Egel spraken niet meer. Zij waren vrienden. Nu waren ze stil. Hun woorden zaten vast als een knoop. De knoop was oud. De knoop was stug. Pippa voelde het in de lucht. Het rook naar gemiste soep en lege mandjes.
Het was Pippa's geheimpje: zij wilde de knoop zacht maken. Zij wilde de markt weer open. Niet met grote woorden. Met kleine daden. Met respect, als een warme sjaal om een schouder.
Die avond kwam Uil laag gevlogen. Hij droeg iets glanzends. Het was rond en nat, en toch droog. Het was een regen-spiegel. In elke rand danste een mini-rainbow. Uil knipoogde traag. “Voor jou,” zei Uil. “Dit is een spiegel van regen. Hij laat zien wat zacht is in een hart.” Pippa keek erin. Ze zag haar snorharen als grassprietjes in zon. Ze voelde moed groeien, als een sprietje dat weet hoe het moet.
“Dank je, Uil,” zei Pippa.
“Ga maar rustig,” zei Uil. “Zacht werkt sterk.”
Morgenvroeg stapte Pippa door het dorp. Stap, stap, zacht stapte Pippa. De regen-spiegel wiebelde als een plasje dat lacht. Zij kwam bij de kraam van Meneer Haas. Alles was net. Wortels lagen als kleine oranje torens. Maar de kraam was dicht.
“Goedemorgen, Meneer Haas,” zei Pippa.
“Dag, Pippa,” zuchtte Haas. “Ik ben boos. Mevrouw Egel nam de schaduw van de lindeboom. Mijn wortels werden warm. Ik werd prikkelig. En zij ook. Nu is het stil.”
Pippa zette de spiegel neer. De druppels in de spiegel rinkelden als belletjes. “Kijk even,” zei Pippa. Haas keek. In de spiegel zag hij zichzelf, maar met zachte oren en een kleine neiging. Hij hoorde zijn eigen stem, maar dan als een fluister-windje. “Sorry,” fluisterde het windje. Het klonk als honing. Haas slikte. Zijn neusje trilde. “Ik kan delen,” zei Haas.
“Deel je met respect, dan bloeit je dag,” zei Pippa. Haar stem was een warme kop thee.
Pippa liep verder. Stap, stap, zacht stapte Pippa naar Mevrouw Egel. Haar kraam geurde naar bessen en gras na regen. Ook dicht. Mevrouw Egel zat ernaast, een beetje rond, een beetje stil.
“Goedemorgen, Mevrouw Egel,” zei Pippa.
“Dag, lieve Pippa,” zei Egel. “Ik ben ook boos. Meneer Haas riep dat ik in de weg stond. Ik werd stekelig. Nu doet mijn hartje zeer.”
Pippa zette de spiegel neer. Plop, plop, deden de lichtjes. “Kijk even,” zei Pippa. Egel keek. In de spiegel zag ze haar stekels als zonnestraaltjes. Ze zag haar glimlach als een kleine maan. Ze hoorde haar eigen stem, zacht als mos. “Kom maar naast me,” fluisterde het mos. “Ik schuif een beetje.” Egel zuchtte. “Ik kan schuiven,” zei ze. “Ik kan vragen. Ik kan luisteren.”
“Vragen met respect is goud,” zei Pippa. “Luisteren is zilver. Samen is een regenboog.”
Pippa nam de spiegel vast. Ze liep met Haas naar Egel. Stap, stap, stap. De lindeboom ruiste. De blaadjes klapten als kleine handjes. Ze gingen niet hard. Ze gingen niet snel. Ze gingen goed.
“Zullen we delen?” vroeg Haas.
“Zullen we schuiven?” vroeg Egel.
“Ja,” zei Haas.
“Ja,” zei Egel.
De knoop in de lucht werd los. Je kon het bijna horen. Pling. De spiegel van regen glimlachte. In zijn glans dansten twee kleine schaduwen. Ze waren dicht bij elkaar. Niet te dicht. Precies goed. Respect is ruimte geven. Respect is ruimte nemen. Net genoeg voor een wortel en een bes.
Ze openden samen hun kramen. Egel legde bessen in mandjes. Haas stapelde wortels in rijen. “Jij de schaduw in de ochtend?” vroeg Haas.
“En jij in de middag,” zei Egel.
“En als het regent?”
“Dan samen onder het doek.”
Pippa spinde. Haar spinnen klonk als een kleine motor van vrede. De zon kwam kijken. De regen hield op. Er bleef een streepje blauw, als een lint.
De markt werd weer open. De vlaggetjes dansten. De klok tikte zacht. Muis kocht twee bessen. Eend kocht drie wortels. Iedereen zei hallo. Woorden waren licht. Woorden waren netjes. Woorden hadden schoenen aan.
Uil vloog over. Pippa hield de spiegel omhoog. De spiegel ving een laatste druppel. De druppel deed een kleine knik.
Die avond sliep het dorp. De kramen sliepen met volle mandjes. De lindeboom zong wiegeliedjes. Pippa rolde zich op. Ze dacht aan respect. Respect was als een dekentje. Het warmde iedereen, precies genoeg. En de markt, ja, die glimlachte en bleef open, als een goede droom die niet wegloopt.