Ochtendlicht
Kip Kaat woont aan de rand van het bos.
De lucht is zacht als melk.
De zon schenkt honing op het gras.
De dauw glimlacht als kleine sterren.
Kaat stapt en tikt met haar snavel.
Ze zingt een korte, vrolijke wijs.
Ze houdt van korrels en van vriendjes.
Haar wens is helder als water.
Ze wil leren delen, elke dag.
Haar hart klopt nieuwsgierig en licht.
Onder een blad ligt een ronde kiezel.
De kiezel ruikt naar zomer en brood.
De kiezel is warm, alsof de zon slaapt.
Kaat tilt de steen met zorg en vreugde.
De steen gloeigt als een kleine oven.
Kaat noemt hem de Warme Kiezel.
Ze legt de kiezel in haar mand.
De mand ruist als een nest van stro.
Kaat kijkt rond met zachte ogen.
Het pad door het bos lonkt vriendelijk.
"Wat een mooie morgen," zegt Kaat.
De wind antwoordt als een fluisterende vriend.
De bomen knikken met groene armen.
Kaat stapt het pad op en lacht.
Haar veertjes glanzen als goudstof.
Ze voelt moed in haar borst.
Ze weet al een beetje wat delen is.
Delen is warmte laten zingen.
Delen is licht in een andere hand.
Het pad
Aan de heg zit Haas Bram te kauwen.
Zijn oren wiegen als twee lange bladeren.
"Dag Kaat," zegt Bram met een glimlach.
Kaat tikt haar mand open en lacht.
"Wil je korrels?" zegt Kaat.
Ze schept korrels met haar snavel.
Ze legt ze naast Bram, heel rustig.
Bram smakt blij en wipt met zijn poot.
"Graag," zegt Bram, en hij knipoogt.
De Warme Kiezel wordt warmer en blij.
Kaat voelt een tintel in haar vleugel.
Delen maakt de wereld zacht en rond.
Haar hart is een lichte veer.
Ze loopt verder, met Bram aan haar zij.
De weg ruikt naar munt en mos.
Bij de beek zit Schildpad Sofie stil.
Haar schild glanst als een groene trommel.
Ze kijkt omhoog met rustige ogen.
"Wat warm," zegt Sofie als Kaat nadert.
Kaat zet de kiezel in Sofies poot.
De steen straalt als soep in een kom.
Sofie zucht van geluk en sluit de ogen.
"Zullen we delen?" zegt Kaat zacht.
Ze delen de warmte en wat brood.
Bram deelt wortel, zoet als een zonnestraal.
Sofie deelt tijd, rustig als een wiegelied.
Ze luisteren naar het water dat praat.
De beek zegt pling, pling, pling.
De lucht zingt mee met een lichte toon.
Kaat voelt haar wens groeien als een bloem.
Een wolk drijft voorbij als een witte boot.
Kaat denkt aan alle kleine pootjes.
Ze denkt aan bekjes, snavels en handen.
Ze wil delen met zorg en vreugde.
Ze oefent met glimlach en open vleugels.
De Warme Kiezel glanst als een lamp.
Het bos knippert als een vriendelijk huis.
Niemand is koud, niemand is alleen.
Vrienden zitten samen en proeven het nu.
Alles smaakt samen zachter en fijner.
De kring
Ze maken een kleine kring van gras.
De kring is een groene taart zonder punt.
Kaat legt de korrels in een patroon.
De korrels lijken gouden stippen op blad.
Bram schuift wortelstukjes als oranje maanboogjes.
Sofie tikt ritme, traag en troostend.
"Zullen we delen en zingen?" zegt Kaat.
"Samen smaakt alles beter," zegt Bram.
"Langzaam is ook fijn," zegt Sofie.
De Warme Kiezel rust in het midden.
De steen is een zon in een nest.
Iedereen voelt de warmte in de buik.
Iedereen lacht zacht en rustig.
Kaat vertelt een klein verhaal.
Het verhaal gaat over een lieve kip.
De kip leert delen met hart en snavel.
Het verhaal klinkt als regen op ramen.
Vrienden knikken en luisteren heel blij.
De bomen houden de wind even vast.
De wereld ademt rustig en rond.
De dag buigt naar avond, heel kalm.
De lucht krijgt de kleur van abrikoos.
De eerste ster is een zilveren knop.
Kaat stopt de Warme Kiezel in haar mand.
Ze voelt een licht hart in haar borst.
Bram gaapt en wrijft zijn ogen.
Sofie glimlacht en schenkt nog een blik.
Ze staan op en openen hun armen.
Iedereen omhelst met veren, vacht en schild.
De kring blijft in hun harten aanwezig.
Kaat loopt huiswaarts over het zachte pad.
Haar stap is licht als muziek.
Ze weet wat delen vandaag betekent.
Delen is geven en toch vol blijven.
Delen is samen warmte laten groeien.
Het bos knikt en fluistert welterusten.
Kaat kruipt in haar knusse nest.
De avond dekt haar toe als een deken.
De Warme Kiezel slaapt naast haar snavel.
Haar hart is licht, en de nacht is zoet.