Hoofdstuk 1: De Omgevallen Pudding en de Ongewone Ontmoeting
Pepijn lag languit op het zachte kleed in zijn kamer, zijn kin rustend op zijn handen. Overal om hem heen lagen potloden, vellen papier met vreemde tekeningen en een halfgekraakte puzzel die eigenlijk vorige week al af had moeten zijn. Met één oog keek hij naar de klok: nog geen bedtijd. âHmm, nog tijd voor een grap,â mompelde hij ondeugend. Pepijn stond bekend als de grootste grappenmaker van de hele buurt. Zijn ouders zeiden soms dat hij geboren was met een glimlach en een stiekeme grap achter zijn oren.
Terwijl hij nadacht over zijn volgende meesterlijke prank (zal ik mama's slippers vullen met jellybeans of toch die rubberen spin in de koelkast leggen?), klonk er opeens een vreemd geluid uit de tuin. Het was een soort... brommende poef? Nieuwsgierig kroop Pepijn naar het raam.
In de tuin stond een klein, rond mannetje met een knalrode hoge hoed, een felgele jas, en schoenen met piepende eendensnavels. Naast hem lag een omgevallen pudding, die trilde als een zenuwachtige gelei. Pepijn veegde zijn ogen uit. Nee, hij droomde niet.
âGoedenavond!â riep het mannetje met een stem die klonk als een zingende waterkoker. âKun jij misschien een pudding rechtop zetten?â
Pepijn grijnsde. âAlleen als ik âm daarna mag opeten.â
Het mannetje lachte hard, zo hard dat zijn hoed bijna van zijn hoofd sprong. âIk ben Professor Pompelmoes, uitvinder van wensen die niemand ooit durft te wensen! Jij lijkt mij zo'n jongen die wel in is voor een goedgeklede grap.â
Pepijn voelde zijn hart sneller kloppen. âWat voor wensen heeft u dan?â
Professor Pompelmoes knipoogde. âDe raarste, mafste, meest knotsgekke wensen die je kunt bedenken. Maar pas op! Wensen kunnen soms een tikkeltje onvoorspelbaar zijn...â
Pepijn grinnikte. âIk wens dat alles wat ik vandaag aanraak, verandert in iets⊠hilarisch!â
Professor Pompelmoes trok zijn wenkbrauwen op tot onder zijn hoed en tikte met een sprankelende lepel tegen de pudding. âWens ingewilligd! Maar vergeet niet: hilarisch is niet altijd handig!â
En met een knetterend geluid verdween de mannetjessprong in het niets. Pepijn bleef achter. Zijn ogen glinsterden van spanning.
Hoofdstuk 2: De Stoel die Lacht en de Hond met Krullen
Pepijn's buik kriebelde van nieuwsgierigheid. Hij moest dit natuurlijk meteen uitproberen! Zachtjes sloop hij naar beneden, op zoek naar zijn eerste slachtoffer. In de woonkamer zag hij zijn vaders favoriete stoel.
âDit wordt lachen,â fluisterde hij, terwijl hij de leuning aanraakte. Binnen drie tellen veranderde de stoel in een gigantisch stuk dropveters. Als je erin ging zitten, hoorde je hem giechelen: âKriebels in je bips!â
Pepijn proestte het uit. âWauw, dat is pas een stoel met humor!â
Plotseling hoorde hij getrippel. De hond van de buren, Doris, was door de poort geglipt en stond nu in de woonkamer. âHoi Doris,â grinnikte Pepijn en aaide haar over haar kop. Meteen kreeg Doris een prachtige krullenbol van roze slagroom op haar hoofd. Ze keek verbaasd op en stak haar tong eruit, die meteen veranderde in een feesttoeter die âtoet! toet!' deed bij elke hijg.
Pepijn lag dubbel van het lachen. âSorry Doris, volgens mij ben je nu klaar voor het circus.â
Doris kwispelde, blies per ongeluk de feesttoeter af, en rende giechelend terug de tuin in.
Hoofdstuk 3: De Wens loopt uit de Hand
Pepijn kon zijn geluk niet op. Alles wat hij aanraakte werd hilarisch! In een kwartier had hij drie boterhammen veranderd in zingende sandwiches, de klok in een klok die de tijd riep (âHet is TIJD om te LACHEN!â), en het tapijt in een schuivende glijbaan.
Maar het werd al snel duidelijk dat niet alles even handig was. Toen zijn moeder beneden kwam voor een kopje thee en op het tapijt stapte, gleed ze bijna de keuken in. âPEPIJN! Waarom glijdt het tapijt als een vis op ijs?!â
Pepijn probeerde onschuldig te kijken. âUhm⊠misschien heeft het tapijt zin om te schaatsen?â
Zijn moeder schudde haar hoofd, maar moest stiekem lachen.
Vervolgens probeerde hij naar zijn kamer te gaan, maar de deurknop veranderde in een bellenblaas. Zodra hij hem vastpakte, vloog de hele gang vol met zeepbellen. Sommige klonken zelfs als kikkers: âKwaak, kwaak, welkom in de bubble jungle!â
Zijn vader kwam net thuis en kreeg meteen een bubbel vol confetti in zijn gezicht. âPepijn, wat is dit nou weer voor circus?â
Pepijn grijnsde. âHet is gewoon... een beetje feestelijkheid!â
Maar ergens begon hij zich af te vragen of deze grap niet een beetje uit de hand liep.
Hoofdstuk 4: Absurd Avontuur in het Dierenpark
De volgende ochtend werd Pepijn wakker en keek om zich heen. Zijn dekbed was veranderd in een wapperend vlaggenfestijn, elke kussensloop blies een vrolijk deuntje. Met een diepe zucht stond hij op. âMisschien moet ik vandaag maar even voorzichtig zijn,â dacht hij.
Maar op de gang kwam hij zijn buurmeisje Lotte tegen. Ze keek hem onderzoekend aan. âPepijn, waarom komt er muziek uit jouw sokken?â
Pepijn haalde zijn schouders op. âLang verhaalâŠâ
Samen liepen ze naar het dierenpark om de hoek. Pepijn dacht: âAls ik nou gewoon niks aanraak, gebeurt er niets geks.â Maar dat was moeilijker dan gedacht.
Bij het geitenweitje gleed Lotte uit en greep Pepijn vast. Meteen veranderde de geit in een breakdancer, compleet met gouden ketting en zonnebril. De andere geiten begonnen uit volle borst te blaten: âYo yo yo, shake die vacht!â
Lotte barstte in lachen uit. âDit is geweldig! Doe het nog eens, Pepijn!â
Pepijn glimlachte, maar voelde ook een beetje spanning. âEh⊠het is niet helemaal de bedoeling, geloof ik.â
Ze liepen verder naar het apenverblijf. Nog voor ze het hek konden aanraken, sprong een aap richting Pepijn en gaf hem een high-five. Direct begon de aap te beatboxen en slingerde bananen als microfoons rond. Tot groot vermaak van alle bezoekers.
âDit is de mafste dag ooit,â gierde Lotte. âDenk je dat je me kunt veranderen in een flamingo op rollerskates?â
Pepijn keek haar lachend aan. âIk denk dat we maar beter even naar huis kunnen gaan voor ik per ongeluk de hele stad in een circus verander.â
Hoofdstuk 5: De Jacht op Professor Pompelmoes
Thuis aangekomen, stond de halve straat vol met mensen die hun huisdier, fietsen, zelfs hun tuinkabouters kwamen laten zien. âPepijn, kun je mijn viool laten beatboxen?â âKun je onze goudvis in een danser veranderen?â âMaak van mijn fiets een vliegende banaan, alsjeblieft!â
Pepijn begon te zweten. âEh... jongens, ik ben vandaag even... eh... grieperig,â probeerde hij.
Maar iedereen vond het geweldig. âKom op, Pepijn! ĂĂ©n grapje nog!â
Pepijn kroop snel naar binnen. Lotte volgde hem en fluisterde: âMisschien moeten we Professor Pompelmoes zoeken. Hij weet vast hoe je het kunt stoppen.â
Samen dachten ze na. âWe zagen hem voor het laatst bij de tuin. Misschien als we daar zoekenâŠâ zei Pepijn.
Ze speurden de tuin af, tuurden onder de struiken en doorzochten de schuur. Plots hoorde Lotte een zacht gebrom. âDaar! In de regenton!â
En jawel, Professor Pompelmoes zat tot zijn knieĂ«n in de regenwater, een opblaasbare flamingo als zwemband om zijn middel. Hij blies bellen door een rietje en zong een raar liedje: âWensen zijn raar, soms best naar, maar altijd een beetje klaar voor klaar⊠eh?â
âProfessor!â riep Pepijn. âHelp! Mijn wens is een beetje⊠uit de hand gelopen.â
Pompelmoes klom uit de regenton en schudde zich droog. âAha! Dat gebeurt wel vaker met hilarische wensen. Wat dacht je van een anti-wens?â
Hoofdstuk 6: De Anti-Wens en het Spaghetti-Spektakel
Pepijn zuchtte opgelucht. âJa graag! Maar hoe werkt dat?â
Professor Pompelmoes dook in zijn jaszakken en haalde een gigantische kluwen touw, een rubberen kip en een plakkerige plak drop tevoorschijn. âVoor een anti-wens moet je iets doen wat je nog nooit gedaan hebt. Iets⊠absurder dan alle grappen bij elkaar!â
Pepijn dacht diep na. âWat als ik... spaghetti eet met mijn tenen terwijl ik achteruit ren?â
Pompelmoes lachte zo hard dat zijn hoed een salto maakte. âPerfect! Maar je moet het wel op het dorpsplein doen, voor het oog van iedereen.â
Lotte glunderde. âDat wil ik zien!â
Met een bord dampende spaghetti op de stoep en een menigte die zich verzamelde (âWat gaat Pepijn nu weer doen?â), trok Pepijn zijn schoenen en sokken uit. Hij grabbelde met zijn tenen door de spaghetti, lispelde: âVoor het goede doel!â en rende achteruit over het plein, terwijl slierten spaghetti achter hem aan flapten.
Iedereen gierde het uit. De burgemeester stond zelfs te filmen. âDit zetten we op de website van het dorp!â
Op dat moment voelde Pepijn een tinteling door zijn lijf gaan. Alle hilarische veranderingen begonnen langzaam te verdwijnen. De stoel werd weer normaal, Doris haar feesttoeter verdween, de apen beatboxen niet meer maar aten weer gewoon hun banaan. En Pepijn was gewoon... weer Pepijn.
Hoofdstuk 7: Slapende Grappenmakers en Dromen vol Lachen
Het was inmiddels avond. Pepijn lag in bed, zijn buik nog steeds een beetje kriebelig van alle avonturen. Boven aan zijn bed hing een kaartje: âVoor de Grootste Grappenmaker van het Jaar â Professor Pompelmoes.â
Zijn moeder kwam binnen. âEn, vandaag nog iets spannends meegemaakt?â
Pepijn grijnsde. âEh, niet echt. Behalve dat ik per ongeluk een geit in een breakdancer heb veranderd en spaghetti heb gegeten met mijn tenen.â
Zijn moeder lachte. âJij en je grappen. Slaap lekker, kleine clown.â
Terwijl de maan een zacht licht op zijn kamer liet schijnen, sloot Pepijn zijn ogen. In zijn dromen danste de geitenbreakdancer, zong de stoel zijn slaapliedje en gaf Professor Pompelmoes high-fives aan alle flamingo's op rollerskates.
En Pepijn wist: morgen zou er vast weer een nieuwe grap op hem wachten. Misschien niet met magische wensen, maar altijd met een glimlach.
Slaap zacht, grappenmaker. Morgen is er weer een dag vol avontuur â en misschien een klein beetje spaghetti.