Bezig met laden...
Grappig verhaal om te slapen 11/12 jaar Lezen 18 min.

Bruno de beer en de ontsnapte gaap-wolk

Bruno, een voorzichtige beer die zijn gaap probeert vast te houden, volgt een ontsnapte 'Gaap-G' door het nachtelijke dorp en bos en ontdekt onderweg met hulp van Piep en anderen wat het betekent om los te laten.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Bruno, een grote bruine beer met zacht, verzorgd vacht en een rustig glimlachend gezicht, ligt ontspannen op een groen moskussen met een etiketje "bien dodo" op de borst; Piep, een klein rood eekhoorntje met levendige ogen, zit naast hem tegen zijn flank gekruld; een slanke grijze gestreepte poes met een rood sjaaltje ligt vlakbij met half gesloten ogen en een voorpoot op een kussen; een oude wijze schildpad met een blauw-beige schild zit op een houten bankje aan de rand van de open plek met breiwerk op haar knie; boven Bruno zweeft een doorschijnend crèmekleurig wolkje in de vorm van een G dat kleine lichtpufjes uitblaast; de scène speelt zich af in een ronde bosopen plek met fluweelmos, lichtgevende bloemen, hoge donkere bomen en zilveren maanlicht dat door de takken schijnt, in een rustige, tedere sfeer van vrienden die samen dutten, met schilderachtige texturen. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: De gaap-grimas

Bruno de beer was voorzichtig. Niet “ik-loop-met-een-helm-naar-de-brievenbus” voorzichtig, maar wel “ik-zet-eerst-één-poot-op-het-ijs” voorzichtig. Hij hield van duidelijke plannen, nette stapels dennenappels en sokken die precies naast elkaar lagen. Zelfs zijn honingpotten stonden op volgorde van “licht plakkerig” naar “pas op, dit is pure lijm”.

Maar die avond gebeurde er iets onverwachts.

Bruno voelde een gaap aankomen. Zo'n grote. Zo'n gaap die van binnenuit al “hóóó” oefent.

Hij kneep zijn ogen dicht, zijn wangen trokken strak en zijn snuit maakte een rare knik, alsof hij een citroen probeerde te overtuigen om zoet te worden.

“Niet gapen,” mompelde hij streng tegen zichzelf. “Gapen is het begin van… slapen. En slapen is het begin van… niet opletten.”

Zijn buik bromde zacht, zijn vacht zat nog vol boslucht en de maan hing als een rustige lamp boven het dennenbos. Alles was perfect om te gaan slapen. Precies daarom vond Bruno het verdacht.

Vanaf het mos naast zijn bed klonk een stemmetje. “Wat doe jij nou? Je gezicht ziet eruit als een natte handschoen.”

Het was Piep, de eekhoorn, die op bezoek was en altijd precies wist wanneer iemand een rare gewoonte ontwikkelde.

“Ik doe een gaap-grimas, zei Bruno. “Dan ontsnapt de gaap niet.”

Piep ging op zijn staart zitten. “Waarom wil je een gaap gevangen houden? Dat is alsof je een zeepbel in een broodtrommel stopt.”

Bruno haalde zijn schouders op. “Omdat ik graag de controle houd.”

Op dat moment kwam de gaap terug, groter en brutaler. Bruno trok zijn gezicht nog harder. Zijn oren gingen scheef staan. Zijn neus wiebelde.

En toen—plop.

De gaap ontsnapte toch. Niet zomaar als lucht, maar als een kleine, zachte wolk in de vorm van een letter G. Hij zweefde de kamer in, draaide een rondje en maakte een geluid als: “Gaaaap.”

Piep knipperde. “Oké. Dat is nieuw.”

Bruno staarde naar de wolk. “Dat… dat hoort niet.”

De Gaap-G wiegde heen en weer, alsof hij op onzichtbare muziek danste. En hij zweefde richting de deur.

Bruno slikte. Voorzichtig of niet: als er iets onbekends door jouw huis zweeft, ga je erachteraan. Al is het maar om te checken of het je voorraad honing niet opeet.

Hoofdstuk 2: De Gaap op avontuur

Bruno deed de deur open. De gang lag in het halfdonker. Zijn huis rook naar hout, honing en een beetje naar sok, omdat Bruno ooit dacht dat sokken in de kast zichzelf zouden wassen als je ze hard genoeg negeerde.

De Gaap-G dreef vooruit, heel langzaam, alsof hij tijd had. Bruno liep erachteraan op zijn zachtste poten.

“Ga je nu écht je eigen gaap achterna?” fluisterde Piep, die meteen mee hupte.

“Hij is van mij,” zei Bruno. “Ik wil hem terug. Straks gaat hij rondzweven en iemand anders slaperig maken zonder toestemming.”

“Wat een ramp,” zei Piep droog. “Een slaperige iemand.”

Ze kwamen in de woonkamer. Daar stond Bruno's favoriete stoel, met een deuk in de vorm van een tevreden beer. Op de tafel lag een boek met de titel: 100 manieren om niets te doen (zonder schuldgevoel). Bruno had het gekocht, maar hij vond het moeilijk om ermee te beginnen. Het eerste hoofdstuk heette namelijk: “Stop met beginnen.”

De Gaap-G draaide een pirouette boven de stoel en tikte toen met een zacht pufje tegen het boek. Het boek sloeg open op een willekeurige pagina.

Er stond: “Laat los. Zelfs je schouders.”

Bruno voelde onmiddellijk dat zijn schouders op dat moment extra schouderig waren. Hij zette ze een beetje omlaag. Heel klein beetje. Voorzichtig loslaten, zoals je een hete aardappel loslaat: niet te snel, maar wel.

De Gaap-G leek tevreden en zweefde verder, richting de keuken.

In de keuken begon hij rare dingen te doen. Hij tikte tegen de lepels, die een zacht ting-geluid maakten. Hij streek langs de potten, die antwoordden met een plopje, alsof ze ook zin hadden in een dutje. Zelfs de waterketel zuchtte een beetje.

“Het lijkt wel een slaaporkest,” zei Piep.

Bruno wilde iets strengs zeggen, iets over orde en regels en gaap-eigendom. Maar toen sloeg de Gaap-G een ritme tegen de honingpotten: plop… plop… plóp.

Bruno's ogen werden er warm van.

“Nee,” zei hij tegen zichzelf. “Focus. Ik ben een verantwoordelijke beer.”

De Gaap-G schoof naar het raam, duwde het op een kier—Bruno zwoer dat hij het op slot had gedaan—en glipte naar buiten.

“Hij ontsnapt!” piepte Bruno.

“Hij zweeft,” verbeterde Piep. “Heel beleefd zelfs.”

Bruno aarzelde. Buiten was het donker. Donker betekent: minder zien. Minder zien betekent: minder controle. Minder controle betekent: tja… leven.

Hij haalde diep adem. “Oké. Eén stap tegelijk.”

En zo stapte Bruno het maanlicht in, met Piep naast hem en een gaapwolk als gids.

Hoofdstuk 3: De Slaperige Straatlantaarn

Het bospad glansde een beetje, alsof de maan er een dun laagje zilver overheen had gegoten. De Gaap-G zweefde voor hen uit, net boven het gras, en liet af en toe een klein “gaap” vallen, alsof hij broodkruimels strooide.

Ze kwamen bij de rand van het bos, waar een klein paadje naar het dorp liep. Daar stond een oude straatlantaarn. Overdag zag hij er gewoon uit, maar 's nachts had hij een gezicht. Bruno wist dat, want Bruno lette op alles. Zelfs op lantaarns met gezichten.

De straatlantaarn knipperde traag. “Goedenavond,” bromde hij slaperig. “Ik probeer al drie uur helder te schijnen, maar mijn licht wil steeds… huh… in slaap vallen.”

De Gaap-G tikte tegen de lantaarn. Meteen zakte het licht een beetje terug, zachter en warmer. Niet uit. Meer alsof het lampje een dekentje om kreeg.

“Niet doen!” riep Bruno. “Straks is het hier donker!”

De lantaarn gaapte—een echte, brede gaap—en de lucht trilde even. “Ik kan best een beetje donkerder,” zei hij loom. “Dan zien de sterren zichzelf ook eens.”

Piep grijnsde. “Zie je? Zelfs lantaarns laten los.”

Bruno zette zijn poten stevig neer. “Maar… maar wat als iemand struikelt?”

“Dan struikelt hij in het gras,” zei de lantaarn. “Zacht. Zoals het hoort.”

De Gaap-G wiebelde, alsof hij Bruno iets wilde vertellen. Bruno keek naar zijn eigen gespannen klauwen. Hij merkte dat hij zijn adem inhield. Alsof hij bang was dat de nacht weg zou waaien.

Hij blies langzaam uit. Zijn schouders zakten nog een beetje. En de wereld bleef gewoon staan. De maan viel niet. De bomen bleven bomen. De lantaarn bleef—nou ja—lantaarn.

“Oké,” mompelde Bruno. “Een klein beetje loslaten dan.”

De Gaap-G draaide vrolijk rondjes en ging verder, het dorp in.

Daar liep een kat over de stoep. Ze droeg een mini-sjaal, puur voor de uitstraling. Ze keek naar Bruno alsof hij haar persoonlijke theater was.

“Een beer in het dorp,” miauwde ze. “Met een eekhoorn als modeaccessoire. En een wolk in de vorm van een letter. Wat is dit, een parade?”

“Het is mijn gaap,” zei Bruno.

De kat knikte ernstig. “Ah. Een persoonlijke gaap. Heel exclusief.”

De Gaap-G blies zachtjes tegen de kat. De kat liet haar ogen half dichtvallen en zei opeens: “Ik zou nu echt op een kussen willen liggen.”

“Zie je!” riep Bruno. “Hij maakt iedereen slaperig!”

“Dat klinkt als een superkracht,” zei Piep. “De held: Kapitein Gaap.”

Bruno wilde protesteren, maar zijn protest kwam eruit als een klein gaapje dat hij niet had zien aankomen.

Piep schoot in de lach. “Je gezicht! Je probeerde weer die grimas, maar het was meer… een schattige mislukking.”

Bruno gromde zacht. “Ik oefen nog.”

Hoofdstuk 4: Het Kussenprobleem

De Gaap-G dreef naar het dorpsplein, waar een bankje stond met een stapel vergeten kussens erop. Waarschijnlijk van iemand die had gedacht: “Ik ga even zitten,” en toen: “O nee, ik ben kussen kwijt.”

Op het bankje zat oma Schildpad met haar breiwerk. Ze breide een sok die zo langzaam groeide dat je bijna dacht dat het een filosofisch project was.

Oma Schildpad keek op. “Ah, Bruno. Je ziet er gespannen uit. Alsof je een regenbui probeert tegen te houden met je wenkbrauwen.”

Bruno wilde ontkennen, maar zijn wenkbrauwen deden echt heel hard hun best.

De Gaap-G ging boven de kussens hangen en liet een zachte regen van kleine gaapjes vallen. De kussens zakten iets in, alsof ze eindelijk wisten wat hun levensdoel was.

Oma Schildpad knikte tevreden. “Dat is een nette gaap. Niet zo'n schreeuwer.”

“Hij is ontsnapt,” zei Bruno. “Ik wilde hem binnenhouden.”

“Waarom?” vroeg oma Schildpad, terwijl ze een steek liet vallen en die rustig weer oppakte, alsof zelfs fouten hier welkom waren.

Bruno dacht na. “Omdat… als ik in slaap val, dan… dan let ik niet op. Dan mis ik dingen. Dan… heb ik geen controle.”

Oma Schildpad legde haar breiwerk op haar schoot. “Controleren is soms alsof je een hand vol zand probeert vast te houden. Hoe harder je knijpt, hoe sneller het weg glipt.”

Piep wees naar Bruno's poten. “Hij knijpt zelfs zonder zand.”

Bruno zuchtte. Dat zuchten werd bijna een gaap. Hij maakte automatisch zijn beroemde gaap-grimas. Het zag eruit alsof hij een onzichtbare sok rook die niet helemaal te vertrouwen was.

De kat met de sjaal kwam ook op het plein zitten. “Ik stem voor meer slapen,” zei ze. “Minder drama.”

De Gaap-G tikte tegen Bruno's borst, heel licht, alsof hij op de deur van een rustige kamer klopte.

Bruno voelde iets zachts in zichzelf. Niet zwak. Meer… los. Alsof een strakke knoop in zijn buik een klein stukje uit zichzelf rolde.

“Oké,” zei hij langzaam. “Misschien hoef ik niet alles vast te houden.”

Op dat moment waaide er een briesje over het plein. De kussens wipten een beetje. Oma Schildpad's breiwerk ritselde.

En de Gaap-G… schoot ineens omhoog.

“Ho!” riep Bruno. “Waar ga jij heen?”

De Gaap-G zweefde naar de lucht, richting de maan, alsof hij een afspraak had met een wolk.

Bruno rende erachteraan. Voorzichtig rennen, dus eigenlijk snel wandelen met paniek in de ogen. Piep hobbelde mee, de kat slenterde alsof ze een afspraak had met een spiegel, en oma Schildpad bleef zitten, want sommige avonturen moeten je vanzelf inhalen.

Hoofdstuk 5: De Grote Loslaatwedstrijd

Ze volgden de Gaap-G terug naar het bos. Die zweefde nu tussen de bomen door, alsof hij de weg kende. Bruno voelde de nacht om hem heen, koel en zacht, en hij merkte dat zijn poten vanzelf de juiste stenen en wortels vonden. Alsof hij niet alles hoefde te plannen.

“Wat als hij weg is?” vroeg Bruno.

“Dan gaap je morgen weer,” zei Piep. “Dat is het mooie van gapen. Ze zijn niet zeldzaam. Het is geen museumstuk.”

“Voor mij voelt het wel zo,” mompelde Bruno.

De Gaap-G stopte bij een open plek. Daar lag een oud, rond boomstronkje, alsof iemand het had neergezet als podium. Op het stronkje lag… een stickerboek.

Bruno knipperde. “Wie laat er nou een stickerboek in het bos liggen?”

Piep stak zijn neus erin. “Iemand met smaak.”

Op de kaft stond: SLAAPSTICKERS: Plakken zonder nadenken.

De Gaap-G sloeg het boek open met een pufje. Stickers glansden in het maanlicht: sterren, maantjes, slome slakken, en een grote met de tekst “BIEN DODO” in vrolijke letters.

“Dat is Frans,” zei de kat ineens, die blijkbaar overal verstand van had. “Betekent zoiets als… goed geslapen.”

Bruno keek naar de sticker alsof het een geheim was dat hem rustig aankeek.

De Gaap-G begon rond Bruno te cirkelen. Niet wild. Meer als een zachte wals. Bruno voelde de slaap dichterbij komen, maar ook iets anders: het gevoel dat het oké was.

Piep sprong op het stronkje. “Ik verklaar hierbij de Grote Loslaatwedstrijd geopend!”

Bruno schrok. “Wedstrijd? Ik hou niet van—”

“Rustig,” zei Piep. “Het is een nepwedstrijd. Er valt niets te winnen. Dat is juist het punt.”

De kat gaapte sierlijk. “Eindelijk een wedstrijd zonder moeite.”

Piep tikte op Bruno's voorhoofd. “Opdracht één: laat je gaap-grimas los.”

Bruno probeerde te protesteren, maar zijn gezicht wilde al ontspannen. Zijn wangen zakten. Zijn snuit werd weer gewoon een snuit.

“Zo,” zei Piep tevreden. “Opdracht twee: laat één gedachte los.”

Bruno dacht aan zijn honingvoorraad, aan zijn netjes gestapelde dennenappels, aan de deur die misschien nog op een kier stond. Hij voelde de drang om terug te rennen en alles te controleren.

Toen keek hij naar de Gaap-G. Die zweefde heel geduldig, alsof hij zei: “Je hoeft niet.”

Bruno ademde in. En uit. Hij liet de gedachte vallen, zachtjes, alsof hij een veertje uit zijn poot liet glijden.

Niets stortte in. Geen ramp. Geen paniek. Alleen de nacht, die bleef wiegen.

Piep fluisterde: “Opdracht drie: ga liggen.”

Bruno keek naar het mos. Het zag eruit als een groen kussen met duizend kleine veertjes. Hij ging liggen. Eerst stijf. Toen iets minder. Toen, langzaam, alsof zijn lichaam het al wist voordat zijn hoofd het durfde, werd hij comfortabel.

De Gaap-G daalde neer, precies boven Bruno's neus, en tikte hem aan.

Bruno gaapte. Dit keer zonder grimas. Groot. Warm. En hij moest er een beetje om lachen, want het geluid klonk alsof een oude trommel heel zacht “boem” zei.

“Zie je wel,” zei Piep. “Je bent nog steeds Bruno. Alleen met minder knoop.”

Hoofdstuk 6: De sticker “bien dodo”

De wereld werd stiller. Zelfs de kat deed alsof ze niet meer keek, wat bij katten ongeveer hetzelfde is als slapen. Piep zat tegen Bruno aan, met zijn staart als dekenrand.

Bruno's ogen werden zwaar, maar zijn hoofd voelde licht. De bomen stonden als rustige wachters om de open plek. Ergens verderop ritselde een nachtvlinder, alsof hij zijn pyjama zocht.

Piep bladerde in het stickerboek en trok voorzichtig de grote sticker los. “Kijk,” fluisterde hij. “Voor jou.”

Bruno tilde zijn kop een beetje op. “Waar… plak je die dan?”

Piep dacht na, heel serieus. “Op je poot? Op je kussen? Op je voorhoofd?”

De kat deed één oog open. “Op zijn hart. Dat is het meest dramatisch, maar ook het zachtst.”

Bruno grinnikte slaperig. “Doe maar… op mijn pyjama. Als ik er één had.”

Piep plakte de sticker “bien dodo” voorzichtig op Bruno's borst, op een pluk vacht die nu officieel dienst deed als pyjama.

De Gaap-G zweefde omhoog en werd steeds dunner, alsof hij zichzelf oploste in de nacht. Niet weg op een enge manier, maar weg zoals een liedje zachtjes uitzingt.

Bruno voelde geen behoefte om hem terug te pakken. Hij liet hem gaan.

“Piep?” murmelde Bruno.

“Ja?”

“Ik denk… dat loslaten… best kan.”

“Dat zei ik,” fluisterde Piep. “Maar jij moest het natuurlijk zelf ontdekken. Voorzichtig.”

Bruno's adem ging rustig in en uit. De zinnen in zijn hoofd werden langer en zachter, alsof ze ook een dekentje kregen. Hij dacht nog even aan zijn huis, aan de deur, aan de honingpotten.

En toen dacht hij: morgen.

En daarna dacht hij niets meer dat vastgehouden moest worden.

De sticker “bien dodo” glansde heel even in het maanlicht, alsof hij knipoogde, en Bruno sliep.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Gaap-grimas
Een bijzondere gezichtsoefening om te proberen een gaap tegen te houden.
Gaap-G
De naam van de kleine wolk die uit Bruno's gaap kwam en rondzweeft.
Dennenappels
Harde, schubachtige vruchten van een dennenboom, vaak op de grond in het bos.
Pirouette
Een draaiend dansbeweging op één plek, met het lichaam rond en rond.
Halfdonker
Het is niet helemaal donker en niet helemaal licht, maar ergens ertussenin.
Breiwerk
Stuk stof dat iemand maakt met wol en twee pennen, zoals sokken of een sjaal.
Filosofisch
Denkend over grote vragen zoals waarom iets zo is, langzaam en diep nadenken.
Mos
Zacht, groen plantje dat op stenen of op de grond groeit en als kussen voelt.
Open plek
Een vrije ruimte tussen bomen in het bos, zonder struiken of hoge bomen.
Stickerboek
Een boek met bladzijden waarin je plakkertjes kunt verzamelen en bewaren.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

vriendschap bos dorp huis empathie eekhoorn kat beer

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Grappige verhalen om te slapen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.