Lana rent met haar laarsjes door de tuin. Ze is vier. Haar vriendjes komen achter haar aan: Bram, Muisje en kleine Noor. Ze rennen naar de heuvel. "Hoger!" roept Bram. "Nog één keer!" lacht Muisje.
Boven op de heuvel staat een grote doos. De doos zit vol met gekke dingen. Er zit een hoed in, een trommel, een zwabber en een kietelveer. "Oeh," zegt Lana. "Wat doen we ermee?" Ze voelt dat haar hartje sneller gaat. Alles begint een beetje te borrelen van plezier.
"Even pauze," zegt Lana plots. Ze legt haar handen op haar knieën. "Pauze?" vraagt Bram. "Ja," zegt Lana. "Als het te hoog wordt, pauze." Ze ademt in. Ze ademt uit. Bram zucht. Muisje kijkt verbaasd. Noor lacht zacht.
Ze zitten in een kring rond de doos. "De doos mag niet alles bepalen," zegt Lana. "We kiezen samen." Ze gaan één voor één. Elk kiest een ding en doet iets gek. Bram trommelt met een banaan. Muisje zet de hoed op haar voet. Noor doet alsof de zwabber een microfoon is. Lana kietelt Bram met de veer. Ze barsten in lachen.
Maar dan wordt het sneller. Bram wil hoger springen. Muisje wil harder trommelen. Het klinkt bijna te veel. Lana voelt weer dat borrelen. Ze zegt langzaam: "Stop. Pauze." Iedereen stopt. "Waarom?" vraagt Noor. "Omdat samen spelen fijn is, niet te druk," zegt Lana. "We pauzeren even."
Ze nemen elk een slok water uit de fles. Ze delen één koekje. Ze fluisteren gekke woordjes: "bofkont", "kroeldoek", "kipkado." Ze giechelen. Het wordt rustiger. Het lachen blijft. Het is zacht nu.
Na de pauze bouwen ze een tipi van de deksel. Ze duwen en trekken samen. "Trek harder!" zegt Bram. "Niet te hard," lacht Lana. De tipi staat. Ze kruipen erin. Ze delen de hoed. Ze fluisteren een verhaaltje. De zon zakt langzaam.
Lana legt haar hoofd op haar knieën. "Pauze goed gedaan," zegt ze. Haar vriendjes knikken. Ze zijn moe en blij. Ze ademen samen in. Ze ademen uit. Het lachen smelt in zachte stilte. Allemaal hand in hand, samen.