Hoofdstuk 1: De verdwenen wanten
Het was een sprankelende decemberochtend toen Noor haar kamer uit sprong. Vandaag zou ze met haar beste vrienden sneeuwballen gooien en een sneeuwpop maken. Noor hield van alles wat met winter en kerst te maken had, en haar favoriete onderdeel waren haar rode kerstwanten. Die waren zacht, warm, en versierd met kleine gouden sterren. Ze lagen altijd keurig naast haar muts – maar vandaag was dat anders.
Noor wreef haar slaperige ogen uit en speurde haar kamer af. Haar muts lag er nog, maar de wanten waren verdwenen. In plaats daarvan lagen daar een paar sokken met kleine belletjes eraan. Noor pakte ze op en hoorde ergens in de verte zachtjes gelach, alsof iemand zich achter haar gordijnen verstopte.
‘Welja,' mompelde ze. ‘Wie doet dit nou?'
Plotseling dwarrelde er een gekleurd briefje uit de lucht. Er stond op, in kleine kriebelletters: “Zoek de wanten waar je nooit kijkt, en vergeet onderweg niet te lachen!” Noor grinnikte. Dit moest het werk zijn van de Lutin Farceur, de kerstlutin die volgens haar oma ieder jaar in december kattenkwaad uithaalde.
‘De jacht is geopend,' zei Noor met twinkelende ogen. Ze trok de sokken met belletjes aan en het klonk meteen alsof ze een heel kerstkoor aan haar voeten had.
Hoofdstuk 2: De omgekeerde kamer
Noor liep nieuwsgierig haar kamer rond. Alles zag er net iets anders uit dan normaal. Haar stoel stond op haar bed, haar knuffels zaten in haar laarsjes, en haar boeken lagen in een piramide op haar bureau. Midden in de kamer stond een bordje: “Beweeg zoals een lutin.”
Noor giechelde. Ze sprong op één been naar haar kast, klapte in haar handen, en draaide een rondje. Op dat moment hoorde ze een zacht gerinkel en zag ze tot haar verrassing dat een van haar wanten bovenop de boekenkast lag – vlak naast een klein, groen mutsje.
Ze klom voorzichtig op haar bureaustoel. Terwijl ze haar eerste want pakte, voelde ze een windvlaag langs haar gezicht strijken, en er dwarrelde opnieuw een briefje naar beneden: “De tweede want ligt waar de sneeuw smelt, als je samen lacht en deelt!”
Noor fronste. Waar smolt de sneeuw altijd het snelst? Buiten, bij de voordeur misschien, waar iedereen hun schoenen uitdeed en waar het altijd druk was. Ze besloot haar speurtocht voort te zetten.
Hoofdstuk 3: Spelen met de lutin
Beneden in de gang zaten haar vrienden al op haar te wachten. ‘Waar blijven je wanten, Noor?' vroeg Jip, terwijl hij zijn sjaal omdeed.
‘De Lutin Farceur heeft ze verstopt!' riep Noor vrolijk. ‘En hij daagt ons uit om samen te zoeken. Zullen we van deze dag een spel maken? Wie de andere want vindt, mag als eerste een sneeuwbal gooien!'
Iedereen juichte en rende naar buiten. Het was een drukte van jewelste. Ze draaiden rondjes, rolden als kegels over het pad, en staken hun handen in alle hoeken en gaten. De belletjes aan Noors sokken klingelden mee in het vrolijke lawaai.
Na een tijdje ontdekte Zara de want, precies onder het bankje naast de deur, waar het altijd een beetje nat was van de smeltende sneeuw. ‘Gevonden!' riep ze.
Noor sprong op en bedankte haar vrienden. Maar voordat ze haar want kon aantrekken, dwarrelde er weer een briefje naar beneden: “Spelen doe je samen, maar wie mag de leiding nemen? Vandaag is delen net zo belangrijk als winnen!”
Hoofdstuk 4: Wie mag de baas zijn?
Noor dacht na over het briefje terwijl ze haar wanten aantrok. De hele ochtend had ze graag zelf willen bepalen welk spel ze speelden, maar nu bedacht ze zich: het was eigenlijk veel leuker als iedereen een keer mocht kiezen. Ze keek haar vrienden aan.
‘Laten we om de beurt bepalen welk spel we doen,' stelde Noor voor. Jip mocht beginnen. Hij koos voor sleeën van de heuvel. Daarna koos Zara tikkertje, en Noor verzon een sneeuwballengevecht waarbij de Lutin Farceur zogenaamd aan hun kant speelde, altijd klaar voor een vrolijke verrassing.
Telkens als er iemand iets deelde – een slee, een want, of een vrolijke glimlach – verscheen er kort een klein, groen mutsje achter een struik of bovenop een tak, gevolgd door zacht gelach. Het leek wel alsof de Lutin Farceur overal was en genoot van hun samenwerking.
Hoofdstuk 5: De magie van delen
Toen de zon langzaam onderging en de lucht roze kleurde, zaten Noor en haar vrienden moe maar blij samen op het bankje. Noor keek naar haar wanten en glimlachte. Ze had vandaag niet alleen haar wanten teruggevonden, maar ook iets veel mooiers: samen plezier maken was magisch – vooral als je iedereen liet stralen.
Plotseling verscheen er vlak voor hun voeten een klein lichtje. Daar stond hij: de Lutin Farceur zelf, niet groter dan een melkfles, met rode schoenen en een ondeugende glimlach.
‘Jullie hebben het begrepen,' gniffelde de lutin zacht. ‘Delen en samen spelen laat alles schitteren. Zelfs de guirlandes in de kerstboom!'
Met een knipoog verdween hij weer in het niets. En toen Noor 's nachts naar buiten keek, zag ze dat de lichtjes in de kerstboom feller dan ooit fonkelden – alsof de lutin daar zijn vrolijke magie had achtergelaten.
Noor kroop in bed, haar wanten onder haar kussen, en droomde van een kerst vol streken, lachjes en vriendschap.