Bezig met laden...
Verhaal van de Kerstgrappenmaker 9/10 jaar Lezen 18 min.

Het belletje onder de stoel en Hups de kerstgrappenlutin

Bram ontdekt tijdens de kerstvoorbereidingen een ondeugende elf, Hups, die met kleine streken het gezin aanspoort om samen te werken en zo het echte kerstgevoel te vinden.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 10-jarige jongen met rond gezicht en sproeten, warrig lichtbruin haar, knielt bij een groene fluwelen fauteuil en houdt voorzichtig een klein gouden belletje; een ondeugend klein mannelijk elfje met lichte huid, fonkelende ogen, rood jasje en puntmuts zit op de armleuning en leunt naar voren alsof het fluistert; de moeder (±35) met bruin haar in een knot staat achter de jongen met een schaal koekjes en een warme blik; de vader (±36) met beginnende baard en een groen kersttruitje staat bij de verlichte kerstboom met handen aan de voet van de boom en kijkt geamuseerd naar het belletje en de jongen; gezellige kerstwoonkamer met donker houten vloer, rood dik tapijt, verlichte boom met gouden slingers en rode ballen, lichtslingers, cadeaus en kerstsokken; hoofdgebeuren: teder, luchtig moment waarin de jongen het gouden belletje toont aan het elfje en de ouders, gezinsband en warme kerstsfeer. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: Een belletje dat niet stil wil zijn

Buiten plakte decemberkou aan de ramen alsof iemand er suiker tegenaan had gestrooid. Binnen rook het naar mandarijnen en dennennaalden. Bram, negen jaar, zat op zijn knieën voor de kerstboomdoos en probeerde de takken te tellen alsof dat ooit zou helpen.

“Bram, niet aan de lampjes trekken,” riep mama vanuit de keuken.

“Ik trek niet,” zei Bram eerlijk. “Ik… ontwarr.”

Op dat moment hoorde hij een heel zacht: kling.

Bram keek op. Geen van de kerstballen bewoog. Toch klonk er weer: kling… kling.

Het geluid kwam van de stoel bij het raam, de stoel waar papa altijd zijn sokken uittrok en vergat. Bram schoof dichterbij en keek onder de stoel. Daar lag iets glimmends: een klein, gouden belletje, netjes vastgebonden aan één poot.

“Hoe ben jij daar gekomen?” fluisterde Bram.

“Met benen,” zei een stemmetje.

Bram sprong overeind. Op de vensterbank zat een klein mannetje met een rode puntmuts, een gezicht vol sproeten en ogen die glinsterden alsof hij een geheim bij zich droeg. Zijn schoenen hadden krulletjes aan de punten en—heel onbeleefd—staken er twee rozijntjes uit zijn zak alsof ze hem aanstaarden.

“Jij bent… de kerstelf!” Bram wist niet of hij moest lachen of gillen. Hij deed uiteindelijk allebei een beetje.

“Niet zomaar een kerstelf,” zei het mannetje, en hij streek zijn muts met veel trots recht. “Ik ben de Kerstgrappenlutin. Officieel: Hups. On-officieel: De Maker Van Kleine Chaos.”

“Kleine chaos?” Bram wees naar het belletje. “Dat is toch niet chaotisch? Dat is… best netjes.”

Hups knipoogde. “Wacht maar tot papa straks gaat zitten. Elke keer als hij beweegt: kling! En dan denkt hij dat hij zelf een rendier is. Dat is toch prachtig?”

Bram moest lachen. “Hij gaat helemaal zoeken waar het vandaan komt.”

“Precies,” zei Hups tevreden. “December is de maand van zoeken. Naar handschoenen. Naar plakband. Naar kerstgevoel.”

Bram boog zich weer naar de stoel. “Maar waarom een belletje aan een stoel?”

Hups sprong van de vensterbank en landde zonder geluid op het tapijt. “Omdat ik een missie heb. Een belletje hoort niet in een doos. Het hoort te zingen in huis. En dit is pas het begin.”

Bram keek hem aan, half nieuwsgierig, half bezorgd. “En wat is dan het einde?”

Hups glimlachte zo breed dat zijn sproeten bijna meegrinnikten. “Dat mag jij ontdekken, Bram. Als je durft.”

Hoofdstuk 2: De nacht van de zachte rampen

Die avond, toen Bram in bed lag, kon hij niet slapen. Elke keer als de verwarming tikte, dacht hij: daar is Hups. Elke keer als de wind langs de schoorsteen floot, leek het alsof iemand giechelde.

Hij schoof zijn dekbed opzij en sloop naar de overloop. Beneden brandde een klein nachtlampje. Bram daalde de trap af, stap voor stap, alsof de treden ook konden klikken als belletjes.

In de woonkamer zag hij iets wat er eerder niet was: de kerstballen lagen keurig op een rij op de bank. Het leek alsof ze naar een film gingen kijken. Ernaast stond een kaartje, geschreven met een dun, krullerig handschrift:

“BALLEN HEBBEN OOK EEN ZITPLAATS VERDIEND. — HUPS”

Bram proestte het uit. “Oké, dat is best grappig.”

“Dank je,” zei een stem achter hem.

Bram draaide zich om. Hups hing ondersteboven aan de kerstguirlande, alsof dat de normaalste zaak van de wereld was. “Ik oefen,” zei hij. “Voor het grote werk.”

“Wat voor groot werk?” vroeg Bram.

Hups liet zich vallen en landde op zijn voeten. “Kerst komt eraan. Iedereen denkt dat het vanzelf gebeurt. Poef, cadeautjes. Poef, koekjes. Poef, gezellig. Maar poef bestaat niet. Alleen… puf.”

Bram fronsde. “Puf?”

“Ja,” zei Hups, en hij deed alsof hij zwaar ademde. “Mensen moeten meehelpen. Daarom maak ik kleine chaos. Dan gaan ze zoeken, praten, lachen, samen opruimen… en hop, ineens zijn ze bezig met kerst.”

Bram keek naar de rij kerstballen. “Maar mama wordt niet blij als alles door elkaar ligt.”

“Dan doen we zachte rampen,” zei Hups plechtig. “Chaos met een glimlach. Kijk.”

Hij wees naar de ontbijttafel. Daar stonden de mokken in een kring, met een lepeltje in het midden alsof het een kampvuur was. Op elke mok lag een marshmallow als een kussentje.

“De mokken houden vergadering, fluisterde Hups. “Over warme chocolademelk.”

Bram grinnikte. “Je bent gek.”

“Dank je,” zei Hups weer, alsof het een compliment was dat hij verzamelde.

Bram werd even serieus. “Hups, wil je alsjeblieft helpen met kerst voorbereiden? Gewoon… normaal helpen. Zonder dat mama straks denkt dat de mokken een geheim genootschap zijn.”

Hups keek hem aan en kneep zijn ogen tot spleetjes. “Ik help altijd. Je ziet het alleen nog niet. Maar vooruit. Als jij mijn spel speelt.”

“Welk spel?” vroeg Bram.

Hups trok een touwtje uit zijn zak. Daaraan hing nóg een belletje. “Jij moet dit belletje veilig onder de stoel houden tot kerstavond. Niemand mag het vinden, behalve jij en ik. Als het lukt, help ik je met de kerstvoorbereidingen. Echt helpen.”

Bram slikte. “Waarom onder de stoel?”

Hups wees naar de stoel met het belletje. “Dat is de belstoel. Daar begint alles.”

Bram voelde opeens dat dit geen gewone december zou worden. “Oké,” zei hij. “Ik speel mee.”

Hups stak zijn hand uit. Bram schudde hem. De hand van Hups voelde warm, alsof hij net bij een open haard had gestaan.

“Afgesproken,” fluisterde Hups. “En nu… slaap. Morgen is er werk. En misschien… een klein beetje gedoe.”

Hoofdstuk 3: De belstoel wordt verdacht

De volgende ochtend gebeurde precies wat Hups had voorspeld.

Papa kwam de woonkamer binnen, geeuwde, liet zich op de stoel vallen en—kling!

Papa bleef stil zitten. Hij bewoog zijn voet. Kling-kling.

Hij keek naar Bram. “Hoor jij dat?”

Bram nam snel een slok melk, alsof melk ook kon helpen met liegen. “Hoor wat?”

“Kling!” Papa tikte tegen de stoel. “Alsof er een… mini-rendier verstopt zit.”

Mama kwam binnen met een theedoek over haar schouder. “Als er een rendier is, kan hij dan ook de was vouwen?”

Kling.

Papa stond op en bukte. “Wat is dit nou weer?” Hij trok het belletje tevoorschijn en hield het omhoog. “Een bel aan mijn stoel!”

Mama knipperde. “Bram…?”

Bram voelde zijn wangen warm worden. “Ik… ik was het niet.”

Vanuit de gang klonk een heel zacht kuchje dat verdacht veel op een giechel leek.

Papa draaide het belletje tussen zijn vingers. “Wie dan wel?”

Bram dacht snel. Als hij Hups zou verklappen, zou het spel misschien stoppen. En toch wilde hij mama niet boos maken.

“Misschien… de kerst,” zei Bram voorzichtig. “December doet rare dingen.”

Mama keek naar de kerstballen die nog steeds op de bank lagen, alsof ze kaartjes hadden gekocht. Ze zuchtte. “December doet altijd rare dingen. Goed. Maar die ballen gaan terug in de doos voordat ze zelf popcorn gaan vragen.”

Papa hing het belletje aan de kerstboom. “Kijk, nu heeft de boom een stem.”

Bram glimlachte flauw. Onder zijn trui voelde hij het tweede belletje, veilig in zijn zak. Hups' belletje. Dat moest onder de stoel blijven tot kerstavond. Maar papa had het eerste belletje al weggehaald. De belstoel was nu… bel-loos. Verdacht.

Na school rende Bram naar huis. Hij dook meteen onder de stoel om het tweede belletje vast te maken, precies zoals Hups wilde. Hij knoopte het touwtje stevig rond de poot en schoof het belletje helemaal naar binnen, zodat je het alleen zag als je echt, echt goed keek.

“Mooi gedaan,” fluisterde Hups.

Bram schrok. Hups zat boven op de lamp, bungelend aan het koord alsof hij een acrobaat was in een mini-circus.

“Je mag me niet laten schrikken,” zei Bram.

“Dan leef je minder,” zei Hups vrolijk. “Schrikken is ook een soort wakker zijn.”

Bram wees naar de stoel. “Oké, belletje zit. Maar nu moet jij helpen. Afgesproken.”

Hups sprong naar beneden en landde op het vloerkleed. “Ik help. Maar eerst een test: kun jij iemand overtuigen mee te doen zonder te mopperen?”

Bram dacht aan mama en de kerstdozen, aan papa en de lampjes. “Ik kan het proberen.”

Hups knikte. “Goed. Want kerst is een klus die je samen doet. Mijn grapjes zijn alleen de belletjes aan de rand. Het echte lied maken jullie.”

Bram keek naar de boom, naar de halfopen dozen, naar de slingers die nog niet hingen. “Oké,” zei hij. “Dan beginnen we vandaag.”

“Vandaag,” zei Hups plechtig, “maken we van opruimen een avontuur.”

Hoofdstuk 4: De slinger-slang en de koekjescode

Bram riep mama en papa de woonkamer in.

“Kunnen we vanmiddag de kerstboom echt afmaken?” vroeg hij. “Als team. Dan is het sneller en leuker.”

Papa trok een wenkbrauw op. “Als er geen belletjes aan mijn stoel zitten, ben ik voor.”

Mama glimlachte. “Deal. Maar jij sorteert de ballen op kleur.”

Bram wilde protesteren, maar toen zag hij Hups achter mama's rug staan, met twee duimen omhoog.

“Oké,” zei Bram dapper. “Ik sorteer.”

Ze gingen aan de slag. Bram maakte stapels: rood, goud, zilver, “raar maar leuk”. Papa zocht de piek. Mama ontwarde de lichtjes.

Toen gebeurde er iets vreemds: de slinger rolde zichzelf uit en kronkelde over de vloer als een glimmende slang. Bram hapte naar adem.

Papa staarde. “Ik… had net koffie op, maar dit is nieuw.”

“Niet bang,” fluisterde Bram. “Het is… kerstmagie.”

Mama lachte. “Als die slinger zichzelf ophangt, mag hij blijven.”

Hups fluisterde in Brams oor: “Help ze. Maak het samen. Ik geef alleen een zetje.”

Bram pakte de slinger-slang bij het uiteinde. “Kom, Slier,” zei hij, alsof hij een huisdier toesprak. “Naar de boom.”

Papa hield de boom stevig vast, mama wees waar de slinger moest. Bram wikkelde hem eromheen, rond en rond, tot de boom glansde als een sterrenpad.

“Zie je,” zei Bram. “Samen gaat het makkelijk.”

Hups knikte tevreden en verdween richting keuken. Bram volgde hem op zijn tenen.

In de keuken stond een schaal met deeg voor kerstkoekjes. Mama wilde straks bakken. Hups zat op het aanrecht en had met rozijnen een woord gelegd: “HELP”.

“Serieus?” fluisterde Bram. “Rozijnen-letters?”

“Eetbare boodschap,” zei Hups. “Zo snapt iedereen het zonder preek.”

Bram moest lachen. “Maar mama houdt niet van rozijnen.”

“Dan blijft het woord extra lang liggen,” zei Hups. “Slim, toch?”

Bram schoof de rozijnen bij elkaar en maakte er iets anders van: een ster, een hart en een kleine stoel. Onder de stoel legde hij één rozijn als belletje.

Mama kwam binnen, zag het en hield haar handen in haar zij. “Wie heeft er een stoel van rozijnen gemaakt?”

Bram haalde zijn schouders op. “De koekjes willen ook meedoen.”

Papa kwam erbij en grijnsde. “Ik zeg: we bakken de stoel als eerste.”

Mama keek nog eens, en toen veranderde haar zucht in een glimlach. “Goed. Maar dan maken we er genoeg voor de buren ook. Bram, wil jij de vormpjes pakken?”

Bram keek naar Hups. Die knipoogde. Het was geen chaos om chaos. Het was een duwtje richting samen.

Later die middag zaten ze met bloem op hun neus, deeg aan hun vingers en warme koekjes op een rooster. Bram voelde iets zachts vanbinnen, alsof kerst niet alleen lichtjes waren, maar ook mensen die tegelijk lachten.

“Zie je,” fluisterde Hups vanaf de vensterbank. “Nu help ík, en help jíj.”

Bram knikte. “Maar vergeet het belletje niet. Het moet onder de stoel blijven.”

“Dat vergeet ik nooit,” zei Hups ernstig. “Een belletje is een belofte.”

Hoofdstuk 5: Kerstavond en het belletje dat iedereen wakker maakt

De dagen gleden voorbij als sleeën over sneeuw. Hups deed nog een paar zachte grappen: hij zette alle schoenen bij de deur in een perfecte regenboog, hij liet een kerstsok “per ongeluk” aan de deurklink zwaaien zodat papa dacht dat de deur hem begroette, en hij maakte van wc-rollen een rendierfamilie in de badkamer. Mama mopperde soms, maar lachte steeds sneller daarna.

Bram hield zijn geheim: het tweede belletje zat nog steeds onder de stoel. Elke dag controleerde hij even, alsof hij een schat bewaakte.

Toen was het kerstavond.

De woonkamer was warm en goud van de lichtjes. De boom stond trots te glimmen. Op tafel stonden bordjes met koekjes, ook de rozijnenstoel, iets te donker gebakken maar met veel liefde.

Bram keek om zich heen. “Hups?” fluisterde hij.

“Hier,” zei Hups zacht. Hij zat op de leuning van de belstoel, alsof hij de kapitein was van een schip dat Kerst heette.

“Het is gelukt,” zei Bram. “Het belletje is er nog.”

Hups sprong naar beneden en kroop onder de stoel. Even was er alleen geritsel. Toen kwam hij weer tevoorschijn met het belletje in zijn hand. Het glansde alsof het de maan had gevangen.

“Je hebt het goed verstopt,” zei hij. “Nu komt het echte deel.”

“Het echte deel?” Bram voelde spanning in zijn buik. “Wat bedoel je?”

Hups hield het belletje omhoog. “Dit belletje hoort niet alleen bij mij. Het hoort bij jullie allemaal. Het is een uitnodiging.”

Hij liep naar mama en tikte zachtjes tegen haar hand. “Jij.”

Toen naar papa. “Jij.”

Toen naar Bram. “En jij.”

Bram keek naar zijn ouders. “Wat moeten we doen?”

Hups wees naar de stapel inpakpapier, linten en kaartjes die nog opgeruimd moesten worden. “De laatste voorbereiding. Samen. En als het klaar is… dan mag het belletje zingen.”

Papa wreef over zijn kin. “Dus jouw grapjes waren… om ons aan het werk te krijgen?”

“Om jullie samen te laten werken,” verbeterde Hups. “Werk klinkt zo… als afwas. Kerst is bouwen aan gezellig.”

Mama keek naar Bram, toen naar papa. “Oké,” zei ze. “We doen het. Team Kerst.”

Ze gingen aan de slag. Bram vouwde papier strak, papa maakte de mooiste strikken (hij deed alsof hij dat altijd al kon), mama schreef kaartjes met nette letters. Hups rende ertussen door als een windje, gaf lint door, hield plakband vast, en—heel handig—fluisterde waar de schaar lag als die weer “plots” verdwenen was.

Na een uur was alles klaar. De kamer zag eruit alsof hij zuchtte van tevredenheid.

Hups klom op de belstoel en knoopte het belletje opnieuw vast, maar nu niet verstopt. Het hing zichtbaar aan de poot, als een klein lampje zonder stroom.

“En nu?” vroeg Bram.

Hups keek hem aan, zacht en vrolijk tegelijk. “Nu mag jij het laten klinken.”

Bram legde zijn hand op de stoel. Papa en mama kwamen naast hem staan. Bram duwde heel voorzichtig.

Kling.

Het geluid was klein, maar het vulde de kamer alsof het een warm dekentje uitrolde. Mama glimlachte. Papa legde een arm om Bram heen.

“Kling betekent,” zei Hups, “dat iedereen meedoet.”

Bram keek naar de boom, naar de koekjes, naar zijn ouders. “Dan wil ik dat het elke kerst kling doet.”

“Dat kan,” zei Hups. “Als jij onthoudt wat je geleerd hebt.”

“Dat je met grapjes mensen kunt laten glimlachen?” probeerde Bram.

“Ook,” zei Hups. “Maar vooral: kerst maak je niet alleen. Je maakt het samen. En soms… begint samen met een klein belletje onder een stoel.”

Bram knikte. “Blijf je nog?”

Hups zette zijn muts recht. “Ik blijf zolang er gelachen wordt. En zolang iemand af en toe denkt: ‘Hé, ik kan helpen.'”

Bram lachte. “Dan blijf je lang.”

Hups boog alsof hij een artiest was na een optreden. “Dat is precies de bedoeling.”

En toen, heel even, leek het alsof de lichtjes in de boom knipperden op het ritme van het belletje: kling… kling… alsof het huis zelf zachtjes meezong.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Dennennaalden
De dunne, scherpe bladeren van een dennenboom, meestal groen en lang.
Ontwarr.
Een afgebroken woord van 'ontwarren', het losmaken van verwarde dingen, zoals lichtjes.
Kling
Het zachte, tinkelende geluid dat een klein belletje maakt.
Vensterbank
Het platte stukje onder een raam waar je soms planten of spullen op zet.
Guirlande
Een versiering van slingers of bloemen die je om iets heen hangt.
Marshmallow
Een zacht, zoet snoepje dat je soms boven een vuur warm maakt.
Vergadering
Een bijeenkomst waarbij mensen samenkomen om iets te bespreken of beslissen.
Acrobaat
Iemand die kunstjes en moeilijke bewegingen doet, vaak in een circus.
Rozijnen
Gedroogde druiven, klein en zoet, vaak in koekjes of brood gebruikt.
Slinger-slang
Hier een grappige naam voor een slinger die over de vloer kronkelt als een slang.
Belstoel
Een naam in het verhaal voor de stoel waar een belletje aan hangt.
Krullerig
Met veel krullen of ronde lijntjes, zoals sierlijke handschriftletters.
Sproeten
Kleine, lichtbruine stipjes op iemands gezicht, meestal in de zomer zichtbaar.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.