Hoofdstuk 1: Milo op het plein
Milo is een klein jongetje. Milo is drie jaar. Milo woont niet in Praag, maar vandaag is hij in de grote stad Praag met zijn mama. Milo houdt van zijn knuffelbeer. Milo is een beetje verlegen. Hij kijkt om zich heen en houdt mama's hand stevig vast.
Samen lopen ze naar het grote plein. Het plein is vol mooie gebouwen. De torens zijn hoog. De stenen op de grond zijn rond en glad. Milo kijkt naar boven en ziet een klok met gouden wijzers. Het is de beroemde astronomische klok! “Wat een grote klok, mama,” fluistert Milo zacht.
Plotseling hoort Milo een stem. Het is een vriendelijke oude meneer met een lange jas en een vrolijke hoed. “Hallo, kleine vriend,” zegt de meneer, “wil je samen iets moois ontdekken?” Milo kijkt eerst naar mama. Mama knikt en glimlacht. “Het is goed, Milo. Ik blijf vlakbij.”
De meneer heet Tomas. Tomas lacht lief. “Kom, ik laat je iets bijzonders zien.” Milo vindt Tomas een beetje geheimzinnig, maar ook heel aardig. Hand in hand lopen ze naar de klok.
Hoofdstuk 2: De legende van de klok
Tomas wijst naar de klok. “Zie jij de kleine raampjes, Milo?” vraagt hij. Milo knikt. In de klok zitten kleine deurtjes. “Er leeft een legende in Praag,” fluistert Tomas zacht. “Als de klok twaalf keer slaat, komen er poppetjes dansen in de ramen! Maar vandaag is er iets anders... De poppetjes zijn weg!”
Milo kijkt met grote ogen. “Waar zijn de poppetjes?”
Tomas schudt zijn hoofd. “Dat weet niemand. Misschien hebben ze zich verstopt. Zou jij willen helpen zoeken?” Milo knikt. Hij voelt zich nog een beetje verlegen, maar nu wil hij heel graag helpen.
Samen zoeken Milo en Tomas rond de klok. Ze kijken onder een bankje. Ze kijken achter een lantaarnpaal. “Popjes, waar zijn jullie?” roept Milo zacht.
Dan horen ze een zacht geluid. Tik-tik-tik. Het komt bij een grote steen vandaan. Milo loopt ernaartoe en kijkt onder de steen. Daar zitten kleine houten poppetjes, allemaal in een kringetje! Ze lachen naar Milo.
Hoofdstuk 3: Vriendjes in de stad
Tomas knielt bij Milo. “Je hebt de poppetjes gevonden! Goed gedaan, dappere jongen.” Milo voelt zich ineens heel blij en trots. Hij lacht en zwaait naar de poppetjes.
“Waarom zaten jullie verstopt?” vraagt Milo zacht. Een klein poppetje met een rood hoedje fluistert: “We waren een beetje bang voor het grote geluid van de klok. Maar nu jij ons hebt gevonden, durven we weer terug!”
Milo geeft het poppetje een knuffel. Tomas zegt: “Nu kunnen de poppetjes weer dansen als de klok slaat.” Samen brengen ze de poppetjes terug naar de grote klok. De poppetjes zwaaien en verdwijnen achter de deurtjes.
Als de klok twaalf uur slaat, gaan de raampjes open. De poppetjes dansen vrolijk en iedereen op het plein klapt in zijn handen. Milo lacht en klapt ook.
Mama pakt Milo op. “Wat heb jij goed geholpen, lieve jongen,” zegt ze. Milo voelt zich gelukkig. Hij was eerst verlegen, maar hij durfde toch mee te gaan op avontuur. Nu weet Milo dat hij samen met een vriendje, heel veel kan durven.
Milo zwaait naar Tomas. Tomas knipoogt. “Als je nieuwsgierig blijft, kun je de wereld ontdekken, kleine vriend,” zegt hij zacht. Milo legt zijn hoofd tegen mama's schouder. Hij droomt nog even verder, over poppetjes, dansen en avonturen in Praag.
Einde.