Op reis naar Istanbul
Lars was een nieuwsgierige jongen van vier. Hij hield van kaarten en reizen. Op een dag zei hij: "Ik wil op avontuur naar Istanbul!" Hij had een speciale kaart met een grote rode stip.
Zijn vriend Bibi, de pratende papegaai, zei: "Ik ken de weg naar Istanbul. Laten we gaan!" Lars was erg blij. Samen pakten ze hun tas en vertrokken ze op reis.
Lars en Bibi keken naar de grote gebouwen en blauwe lucht. De zon scheen en de lucht was warm. "Kijk, dat is de Bosporusbrug!" zei Bibi blij. Lars keek en zag de grote brug boven het water.
Een moeilijkheid op de weg
Ze wilden de brug over, maar er stonden veel auto's stil. "Oh nee, de weg is geblokkeerd," zei Lars verdrietig. "Hoe gaan we verder, Bibi?"
Bibi dacht na. "We moeten een andere weg vinden." Ze vlogen laag over de grond en zagen een klein bootje. Een oude man zwaaide naar hen. "Hoi, willen jullie naar de overkant varen?" vroeg hij.
Lars en Bibi klommen in het bootje. "Ja, alsjeblieft," zei Lars. Ze gingen langzaam over de blauwe rivier. De man vertelde verhalen over Istanbul. Lars luisterde aandachtig. Hij vond het spannend en leuk.
Een wonderlijke ontdekking
Aan de overkant stapten Lars en Bibi uit. "Dank je wel, meneer," zei Lars met een grote glimlach. Ze zagen de grote Blauwe Moskee en de mooie tulpen in de tuin.
"Wat is dit prachtig!" riep Lars blij. Bibi knikte. "Istanbul is vol wonderen, Lars."
Ze liepen door de smalle straatjes. Ze zagen mensen lachen en praten. Overal rook het naar lekkere kruiden en zoete thee.
Lars was moe, maar hij had zoveel geleerd en gezien. "Bibi, reizen is leuk!" zei Lars. Bibi glimlachte. "Ja, en samen is het nog leuker!"
Lars en Bibi gingen terug naar huis. Lars droomde die nacht van nieuwe avonturen. Hij wist dat er nog veel te ontdekken viel in de wereld, samen met Bibi aan zijn zijde.