De straat wordt een feestje
Milan springt uit bed. Vandaag is het carnaval! De zon schijnt. Milan lacht. Hij voelt zich blij in zijn pyjama met kleine auto's erop. Vandaag mag hij zich verkleden. Vandaag is de straat een feestje.
Mama komt binnen. “Goedemorgen, kleine clown,” zegt ze vrolijk. Milan giechelt. “Ik ben nog geen clown, mama!” Mama knipoogt. “Zullen we samen een kostuum kiezen?” Milan knikt. Samen lopen ze naar de kast.
In de kast hangen gekleurde kleren. Er is een felroze hoed. Er is een groene sjaal. Er zijn blauwe schoenen met grote veters. En er is een mooie, rode neus. “Welke vind jij mooi, Milan?” vraagt mama. Milan wijst naar de grote paarse broek en het blauwe vest vol stippen. “Deze!” roept hij blij.
Mama helpt Milan met aankleden. De broek zit lekker los. Het vest is zacht. De rode neus plakt een beetje, maar Milan lacht. “Kijk mij!” roept hij trots. Mama klapt in haar handen. “Wat een vrolijke clown!” zegt ze.
Milan kijkt in de spiegel. Hij zwaait. De clown zwaait terug. Milan zegt: “Vandaag ga ik dansen. Vandaag ga ik zingen. Vandaag maak ik een show op straat!”
Voorbereidingen op het plein
Milan en mama lopen naar buiten. De straat is vol vlaggetjes. Overal hangen ballonnen in de lucht. Er klinkt muziek. Trommels, fluitjes, mensen die lachen en zingen. Milan voelt zich licht en blij. Hij springt en huppelt. Zijn clownsschoenen maken grappige geluidjes op het plaveisel: klak, klak, klak.
Op het plein staan tafels met knutselspullen. Er zijn glitters, veren, gekleurde papieren. Kinderen plakken, tekenen, lachen. Milan pakt een gele veer. Hij steekt die in zijn hoed. “Nu ben ik een echte feestclown,” zegt hij.
Oma komt aanlopen met een grote trom. “Wil je helpen, Milan?” vraagt oma. Milan knikt. Samen slaan ze op de trom. Boem boem, boem boem! De muziek klinkt vrolijk. Milan lacht en springt rond oma heen.
Papa komt met een mand vol limonade. “Wie wil er limonade?” roept hij. Milan zwaait. “Ik!” Papa geeft Milan een bekertje. De limonade is koud en zoet. “Mmm,” zegt Milan tevreden.
Samen met de andere kinderen maakt Milan een kleine straatpodium. Ze leggen een rood kleed op de grond. Ze hangen slingers tussen de stoelen. Milan zet zijn stoeltje midden op het kleed. “Hier ga ik mijn show doen!” zegt hij.
De vrolijke straatshow
Het is tijd voor de straatshow. Iedereen zit in een kring. Mama, papa, oma, en alle buren kijken naar Milan. Milan voelt een beetje kriebels in zijn buik. Maar dan ziet hij mama's glimlach. De kriebels verdwijnen. Milan haalt diep adem.
Hij springt op het kleed. “Dames en heren!” roept Milan. “Dit is mijn clownenshow!” Hij maakt een diepe buiging. Iedereen klapt. Milan draait rondjes. Zijn hoed wiebelt. De veer wappert heen en weer. Milan zwaait met zijn armen. Zijn rode neus wiebelt. Iedereen lacht.
Milan maakt gekke sprongen. Hij doet een dansje. Zijn schoenen klakken vrolijk: klak klak, klak klak. Hij zingt een liedje: “Carnaval, carnaval, alles is mooi en fijn! Kom erbij en dans met mij, in het warme zonneschijn!”
De andere kinderen komen erbij. Ze dansen mee. Ze stampen. Ze draaien. Ze zingen samen. De muziek van de trom en de fluitjes klinkt vrolijk door de straat. De ballonnen wiegen heen en weer. Overal klinken lachjes.
Mama zegt: “Wat een mooie show, Milan!” Papa klapt in zijn handen. Oma geeft Milan een knuffel. “Jij bent een echte artiest,” zegt ze. Milan voelt zich trots en blij.
Na de show krijgt iedereen een koekje. Ze drinken samen limonade. De zon schijnt zacht op hun gezicht. De muziek speelt nog zachtjes verder.
Milan gaapt. Hij voelt zich moe, maar gelukkig. Mama tilt hem op. “Wat was het een mooi feest,” fluistert ze. Milan knikt slaperig. “Morgen weer?” vraagt hij. Mama lacht. “Misschien. Maar nu eerst lekker slapen, kleine clown.”
Milan sluit zijn ogen. In zijn hoofd dansen de kleuren en de muziek nog even verder. Buiten ruist de wind zacht langs de ballonnen. Alles is rustig. Alles is blij. Het carnavalfeestje blijft nog even in zijn dromen.