Zeezucht hield Mara wakker. Mara was een jonge piraat. Ze had korte haren en een grote lach. Ze hield van de zee. Ze hield van haar boot. Haar boot heette De Blauwe Schelp.
Elke ochtend zei Mara: "Klaar voor avontuur!" Haar bemanning lachte. De bemanning was klein. Er was Tom, een slimme vogel. Er was Noor, sterk en lief. En er was klein hondje Pip. Pip blafte blij.
Op een dag vond Mara een kaart. De kaart lag in een fles. "Een schat?" vroeg Tom. "Een eiland?" vroeg Noor. Mara keek naar de kaart. Er was een ster op de kaart. "We gaan," zei Mara. "We gaan samen."
De boot gleed over het water. De zon speelde op de golven. De zee was blauw en zacht. Ze zongen een liedje. Ze lachten hard. Pip huppelde rond op het dek.
De wind groeide. Wolken kwamen snel. "Een storm," zei Noor. De golven werden groot. De boot schommelde. Mara hield de roos vast. "Samen," riep ze. Tom schreeuwde: "Vastmaken!" Noor bond het zeil. Pip kroop naast Mara. Mara voelde even bang. Maar ze ademde rustig. Ze zei zacht: "Wij kunnen dit. Wij zijn samen."
De storm ging voorbij. Regen stopte. De zon kwam terug. Een regenboog boog over de zee. "Kijk!" zei Tom. Iedereen klapte. Het hart van Mara werd warm. Ze hadden het gemaakt.
De kaart leidde naar een eiland met palmbomen. Het eiland rook naar mango en zout. Er waren schelpen op het zand. De schelpen klinken zoet als ze rinkelden. Ze volgden de kaart tot een grote rots. Onder de rots was een deur. De deur piepte zacht.
Mara duwde. De deur zwaaide open. Binnen was geen goud. Binnen waren oude speelgoedbootjes, een zachte deken en een boek vol liedjes. Mara glimlachte. "Schatten zijn niet altijd goud," zei ze. "Soms zijn ze vrienden, warmte en liedjes."
Ze bouwden een kamp. Ze dansten bij vlammetjes. Tom fladderde, Noor trommelde, Pip sliep tegen Mara aan. Mara las uit het boek. Haar stem was rustig. Het liedje ging over zee en thuis.
Die nacht keek Mara naar de sterren. Ze voelde veilig. Ze zei: "Dank je, zee." De zee fluisterde terug. De boot lag rustig. De bemanning sliep zacht. Morgen zou er weer een avontuur zijn. Maar nu was er rust. Samen waren ze thuis.