Luna is drie. Luna kijkt naar de boom. De lichtjes glinsteren. Pling, pling. "Hoi!" zegt een stem. Een klein kerstkaboutertje springt tevoorschijn. Hij lacht: "Hop! Ik ben het kaboutertje."
Het kaboutertje houdt van grapjes. Hij legt een sok op de taart. Hij zet een schoen op de stoel. Luna lacht. "Toc-toc," zegt ze en klopt op de deur. Het kaboutertje doet een dansje. Hop, hop. Plop, plop. De slingers zwiepen. De ster wiebelt zacht.
Luna en het kaboutertje spelen. Ze bouwen een toren van blokken. Het kaboutertje pakt een blok. "Boink!" zegt het blok. Luna giechelt. Ze geven de pop een hoed. "Zo," zegt Luna. Ze zingen samen: la la la. De maan kijkt toe.
Even valt er confetti op de hond. De hond snuffelt. Hij kwispelt. "Waf!" zegt hij blij. Het kaboutertje helpt de hond. Hij veegt de confetti weg met een doek. Luna helpt ook. Alles wordt net. Geen traan. Alleen lach.
Als de nacht komt, zegt het kaboutertje zacht: "Sss, slaap." Luna klimt in bed. Het kaboutertje sluipt weg. Hij laat één glinster achter.
Goed doen en samen lachen maakt alles warm en fijn.