Kijk, daar is Joris. Joris is drie jaar oud. Hij ziet een lachebekje in de boom. "Wie ben jij?" vraagt Joris. "Ik ben Lutin, een kerstkabouter," zegt het lachebekje. "Ik maak grapjes!"
Joris lacht. "Wat doe je daar?" vraagt hij. Lutin klimt hoger. "Ik hang sokken in de boom!" zegt Lutin. Joris kijkt. "Oh nee, sokken horen niet in de boom!" roept hij.
Joris wil Lutin vangen. "Kom hier, Lutin!" roept hij. Maar Lutin springt weg. "Vang me als je kan!" roept Lutin.
Joris rent achter Lutin aan. Lutin verstopt zich achter een grote doos. "Waar ben je, Lutin?" vraagt Joris. "Hier ben ik!" roept Lutin, en hij springt tevoorschijn.
Joris lacht. "Je bent snel!" zegt hij. Lutin lacht ook. "Ik hou van grapjes," zegt Lutin. "Grappen maken kerst leuk!"
Joris knikt. "Kerst is leuk met jou," zegt hij. Lutin springt in het rond. "Kom, we maken een sneeuwbal!" zegt hij.
Samen maken ze een sneeuwbal. "Kijk, een grote sneeuwbal!" roept Joris. Lutin lacht en gooit een klein beetje sneeuw in de lucht. "Sneeuwvlokken!" roept hij.
Joris lacht en klapt in zijn handen. "Laten we dansen!" zegt Lutin. Ze dansen rond de boom. De lichtjes twinkelen.
"Jij bent een leuke kabouter," zegt Joris. Lutin knikt. "Ik breng plezier en lach," zegt hij.
Joris knuffelt Lutin. "Dank je, Lutin," zegt hij zacht. "Kerst is magisch met jou."
En zo dansen Joris en Lutin. Ze lachen en zingen. De kerstboom straalt. Het is een vrolijke kerst vol liefde en plezier.