De eerste sneeuw
Lucas kijkt naar buiten. De lucht is grijs. De bomen zijn stil. Alles lijkt zacht en wit. Er ligt sneeuw op het gras en op de auto's. Lucas drukt zijn neus tegen het raam. Zijn adem maakt een rondje op het glas.
Mama zegt: “Wil je even buiten spelen, Lucas?”
Lucas knikt, maar hij kijkt een beetje bang. Buiten is het koud en anders. De sneeuw is nieuw.
Mama geeft Lucas zijn dikke jas. Ze trekt zijn muts over zijn oren. “Zo, nu ben je warm,” zegt mama zacht. Lucas lacht. Hij voelt zich veilig met zijn warme jas en mama dichtbij.
Buiten in de kou
Buiten is het stil. De sneeuw kraakt onder Lucas' laarzen. Het klinkt grappig. “Krrr, krrr,” doet de sneeuw. Lucas lacht. Hij stapt nog een keer. “Krrr!”
Hij kijkt om zich heen. Alles is wit. De takken zijn zwaar van de sneeuw. Lucas steekt zijn hand uit. Hij probeert de sneeuw te pakken. Het voelt koud en zacht tegelijk. Lucas lacht weer.
Mama maakt een klein sneeuwballetje. “Kijk, Lucas,” zegt ze. “Wil je ook proberen?” Lucas pakt wat sneeuw in zijn handjes. Hij drukt en rolt. De sneeuw plakt een beetje. Hij maakt een klein bolletje.
Ze gooien samen zachtjes sneeuwballetjes. “Goed gedaan!” zegt mama. Lucas voelt zich trots. Hij kan het zelf.
Warme chocolademelk
Na het spelen gaan Lucas en mama weer naar binnen. Lucas strijkt zijn natte laarzen uit. Zijn wangen zijn rood en warm. Mama doet de kachel aan. Binnen ruikt het lekker.
Mama maakt chocolademelk. Lucas mag roeren met een grote lepel. De melk wordt bruin. Een wolkje stoom stijgt op. Lucas drinkt voorzichtig. Het is warm en zoet.
Mama zegt: “Wat heb je goed gedaan. Je was een beetje bang, maar je bent toch gaan spelen.” Lucas knikt blij. “Sneeuw is leuk, mama!” zegt hij zacht.
Mama en Lucas zitten samen onder een dekentje. Lucas voelt zich groot. Hij durfde naar buiten in de winter. Nu is hij moe en tevreden. Buiten valt de avond zacht. Binnen is het warm en veilig. Lucas sluit zijn ogen. Morgen mag hij weer spelen in de sneeuw.