Hoofdstuk 1: De grote donder
Lisa is een meisje van zes jaar. Ze heeft bruin haar en grote, nieuwsgierige ogen. Lisa houdt van bloemen plukken en met haar knuffelbeer spelen. Maar er is iets waar Lisa niet van houdt. Lisa is bang voor onweer.
Op een dag spelen de wolken in de lucht. De zon schijnt niet meer. De lucht wordt donker en zwaar. Lisa zit bij het raam. “Mama, komt er een storm?” vraagt Lisa zacht.
Mama knikt. “Ja, lieve Lisa. Er komt onweer. Maar wij zijn veilig binnen.”
Lisa hoort een harde knal. BOEM! De donder schudt het huis. Lisa duikt onder haar deken. Ze knijpt haar ogen dicht. Ze houdt haar knuffelbeer stevig vast.
BOEM! BOEM! BOEM! De donder blijft maar komen. Lisa's hart klopt snel. “Ik vind het eng, mama,” fluistert Lisa.
Mama gaat naast haar zitten. Ze streelt Lisa's haar. “Het is oké om bang te zijn, lieverd. Iedereen is weleens bang.”
Lisa luistert naar de regen die op het dak tikt. Ze snikt een beetje. “Waarom maken de wolken zoveel lawaai, mama?”
Mama lacht zacht. “De wolken botsen in de lucht. Dat maakt de donder. Maar binnen zijn we veilig en warm.”
Lisa kijkt naar haar mama. Ze voelt zich een beetje beter, maar de donder blijft hard. Lisa is nog steeds bang.
Hoofdstuk 2: Samen bang zijn
De volgende dag is het droog. Lisa gaat naar school. Haar beste vriendje, Sam, staat bij het hek. Sam heeft blonde krullen en een grote glimlach.
“Lisa, waarom kijk je zo verdrietig?” vraagt Sam.
Lisa zucht. “Ik ben bang voor onweer. Gisteravond was er veel donder. Ik vond het niet leuk.”
Sam knikt. “Ik ben ook bang voor onweer. Ik kruip altijd onder mijn bed wanneer het dondert.”
Lisa kijkt verbaasd. “Ben jij ook bang, Sam?”
Sam lacht. “Ja, natuurlijk! Maar ik vertel het altijd aan mijn mama. Dan voelt het minder eng. Mama pakt mijn hand vast. Samen tellen we hoe ver de bliksem is. Dat helpt mij.”
Lisa denkt na. “Misschien kan ik dat ook proberen...”
Samen lopen ze het schoolplein op. Ze zien de meester. Lisa besluit haar verhaal te delen.
“Meester Bram, ik was bang voor het onweer. Het klonk zo hard.”
Meester Bram knielt naast Lisa. “Dat snap ik, Lisa. Onweer klinkt soms heel spannend. Maar het hoort bij de natuur. Wist je dat de regen de bloemen helpt groeien?”
Lisa glimlacht een beetje. “Dan krijgen de bloemen water?”
“Precies!” zegt meester Bram vrolijk. “En als je het eng vindt, kun je altijd met iemand praten. Dat helpt altijd.”
Lisa voelt zich warm van binnen. Praten helpt echt een beetje.
Hoofdstuk 3: Dappere Lisa
Later die week komt er weer een storm. De lucht wordt donker. BOEM! BOEM! Lisa schrikt weer. Ze knijpt haar knuffel stevig vast.
Maar deze keer probeert Lisa iets nieuws. Ze denkt aan wat mama, Sam en meester Bram gezegd hebben.
Lisa stapt uit bed. Ze loopt naar mama toe. “Mama, ik ben bang voor de donder. Mag ik bij jou zitten?”
Mama glimlacht. “Natuurlijk, kom maar.” Samen zitten ze op de bank. Mama pakt Lisa's hand vast. “Zullen we samen tellen tussen de bliksem en de donder?”
Lisa knikt. Ze voelt zich niet meer alleen. Ze telt hardop: “Eén… twee… drie…” Daarna klinkt de donder. BOEM!
“Goed gedaan, Lisa!” zegt mama. “Zie je? Samen is het minder eng.”
Lisa lacht. De donder klinkt nog steeds hard, maar Lisa voelt zich moedig. Ze weet dat ze niet alleen is. Ze mag altijd praten over haar angsten.
Hoofdstuk 4: Niet meer alleen
De volgende ochtend schijnt de zon weer. Lisa springt uit bed. Ze voelt zich trots. “Mama, ik was dapper gisteravond, hè?”
Mama knuffelt Lisa. “Heel dapper, meisje. Je hebt je angst gedeeld en samen zijn we sterk.”
Op school vertelt Lisa aan Sam: “Ik was bang, maar ik heb het aan mama verteld. Toen voelde ik me beter.”
Sam lacht. “Samen praten helpt altijd, Lisa!”
Lisa geeft Sam een knuffel. Ze kijkt omhoog naar de lucht. Misschien komt er nog wel eens onweer. Maar nu weet Lisa dat ze niet alleen is. Ze kan altijd praten met mama, Sam of meester Bram.
En als ze bang is, telt ze samen met iemand. Of ze pakt een hand vast. Want samen is alles minder eng. Lisa is nog steeds soms bang. Maar Lisa is ook heel dapper.
Lisa weet nu: als je bang bent, mag je het altijd vertellen. Dan voel je je beter. En samen ben je sterk.