De zachte ochtend
Er was eens een kleine fee. Ze heette Lila. Lila had vleugels als bladeren en een lach als zonlicht. Ze hield een klein zaadje vast. Het zaadje glansde als een ster. Het was een sterzaadje. Lila voelde dat het zaadje warm was. Ze fluisterde: "Ik zal goed voor je zorgen."
Haar familie woonde in een huis van mos. Haar mama, haar papa en haar grootmoeder waren altijd dichtbij. Ze kwamen vaak samen. Ze zongen zachte liedjes. Ze hielden elkaars handen vast. Lila voelde zich veilig. Ze voelde zich sterk.
De reis naar de maanweide
Op een dag zei grootmoeder: "Het sterzaadje moet naar de Maanweide." De Maanweide was een plaats vol licht. Er groeiden glimwortels en nachtbloemen. Lila pakte het zaadje en begon te lopen. Ze liep over zachte paden. Ze liep langs een zilveren beek. Onderweg ontmoette ze vriendelijke wezens.
Eerst kwam een kleine draak. Hij was groen met glimogen. Hij zei: "Mag ik helpen?" Lila lachte. "Ja, graag." De draak blies geen vuur. Hij blies zachte wolkjes die de weg verlichtten. Samen liepen ze verder.
Daarna kwam een eenhoorn met een glinsterende hoorn. Ze had een manen vol sterren. "Ik breng licht," zei de eenhoorn. Ze stapte voorzichtig naast Lila. De eenhoorn hield de nacht warm. Lila voelde zich rustig.
Verderop zat een elf op een tak. De elf had een mand vol verhalen. "Eén verhaal voor het zaadje," zei de elf. "Ja," fluisterde Lila. Het verhaal maakte het zaadje blij. Het zaadje glansde nog meer.
Ze zongen onderweg. Ze praatten zacht. Ze dachten aan hun familie. Ze dachten aan thuis. "Mama," zei Lila stil, "ik breng het goed." Haar hart was vol liefde.
De Maanweide en thuis
Toen ze de Maanweide bereikten, plantte Lila het zaadje in lichtzachte aarde. De bloemen boogden zich. De maan lachte. Het zaadje groeide langzaam en werd een kleine lichtboom. Takjes fluisterden: "Welkom."
Lila voelde trots en warmte. Haar vrienden stonden naast haar. De draak, de eenhoorn en de elf hielden elkaars poten vast. Ze lachten zacht en dansten rond de boom. Lila dacht aan haar familie. Ze voelde dat familie dichtbij is, zelfs ver weg.
Die nacht keerden ze terug naar het moshuis. De lichtboom van de Maanweide stuurde zachte vonkjes naar huis. Mama en papa omhelsden Lila. Grootmoeder kuste haar hoofd. "Goed gedaan," zei mama. Lila voelde zich veilig en geliefd. Ze sloot haar ogen. De wereld was zacht. De sterren zongen een slaapliedje.