De nachtvlinderfee
Op een zachte avond fladderde Lila, de kleine fee, boven een bloemveld. Ze had vleugels als boterbloemen en lachte met haar ogen. Om haar heen zong een klein draakje zacht. Een eenhoorn snoof en glimlachte. Een kabouter tikte op zijn hoed. Alles was rustig en warm.
Lila hield van licht maken. Ze maakte nachtlichtjes. Ze maakte maanpoeder. Ze maakte sterentjes die zachtjes tinkelden. In haar hand lag een klein dingetje: een zingende kei. De kei was rond en glansde. Als Lila hem aanraakte, zong hij een zoet liedje. "La la," zei de kei. Lila zong mee. Het veld lichtte op als een zacht tapijt.
Die avond wilde Lila iets heel moois maken. Ze dacht: ik maak de sterren extra helder. Ik maak de nacht feest. Ze nam haar maanpoeder. Ze streelde haar vleugels. Ze spreidde haar armen. Ze blies voorzichtig. Maar ze blies te veel. De sterren vielen niet omhoog. Ze dwarrelden en vielen, zoals sneeuw van licht, over het veld en het beekje. Ze bedekten de bloemen en het pad.
Het kleine draakje niepte verlegen en zei: "Oeps." De eenhoorn keek verbaasd. De kabouter klopte op zijn knieën. Lila keek. Haar hart voelde klein. Ze had het niet bedoeld. Ze had per ongeluk veel te veel licht gemaakt. De bloemen fladderden hun blaadjes als een zucht. De sterren lagen als glans op de grond.
Lila voelde zich verdrietig. Ze liep naar een boom en ging zitten. "Ik heb het fout gedaan," fluisterde ze. Ze verstopte haar gezicht in haar handen. De zingende kei rolde zacht naar haar toe en neuriede een warm liedje. "La la," zei de kei. Zijn liedje voelde als een wieg.
Het lied van de kei
De kei zong en de muziek kreeg kleine voetjes. Het lied zei: "Probeer, probeer." Lila luisterde. Ze voelde iets warm worden in haar borst. Ze keek naar haar vrienden. Het draakje blies een klein vonkje. De eenhoorn legde haar neus op Lila's schouder. De kabouter gaf een klein schepje.
"Ik help je," zei de eenhoorn. "Maar jij mag het doen," zei het kaboutertje. "Jij kunt het," knipoogde het draakje. Lila haalde diep adem. Ze stond op. Haar vleugels trilden een beetje, maar niet bang. Ze nam de zingende kei vast en luisterde naar het lied.
Stap voor stap begon ze te werken. Ze raapte sterretjes op met haar handen. Ze zong zachtjes mee met de kei. "La la," zong ze. Ze zei tegen zichzelf: "Ik kan het. Ik probeer het." Ze tikte met haar vinger en een ster sprong zachtjes terug naar de lucht. Ze lachte. Eén ster. Daarna twee. Daarna meer.
Haar vrienden deden kleine dingen. Het draakje blies zachte windjes om de kleine sterren naar boven te duwen. De eenhoorn duwde met haar neus. De kabouter schepte voorzichtig met zijn kleine schep. Maar het was Lila die de sterren hoger liet stijgen. Ze blies een lied, ze hummde, en de kei zong mee. Het veld leek een dans te maken.
Lila merkte iets: haar handen wilden vaak hulp. Maar haar hart zei: probeer zelf. Haar vleugels leerden ritme. Haar vingers leerden tederheid. Elke keer als ze een ster voorzichtig terugstuurde, voelde ze zich sterker. Haar schuld werd kleiner. Haar moed werd groter.
Een lichtgroet
Toen alle sterren weer aan de hemel hingen, glimlachte de maan. Het veld glansde zacht. De bloemen wiegden gelukkig. De eenhoorn zei: "Dank je, Lila." Het draakje giechelde. De kabouter klapte.
Lila keek naar zichzelf. Ze pakte de kei. "Dank je," fluisterde ze. De kei zong een laatste, zachte noot. Lila voelde zich licht vanbinnen. Ze zei zacht: "Het spijt me. En ik vergeef mezelf." Ze gaf zichzelf een klein knuffeltje met haar armen. Het voelde goed.
Ze had hulp gehad. Ze had ook geprobeerd. Ze had zelf iets gemaakt en zelf iets hersteld. Dat maakte haar trots. Haar autonomie voelde als een warme deken.
De vrienden gingen naar hun huizen. Het veld sliep. Lila vloog omhoog. Ze woelde met haar vleugels door de maanlichtdraad. Ze keek één laatste keer om. De kei lag te glanzen in het gras. Hij zong nog een fluisterlied.
Lila zwaaide met een hand. Ze glimlachte breed. Haar vleugels glinsterden als kleine lampjes. "Tot ziens," zei ze zacht. De maan zei zacht terug. Het was een stralend afscheid. Het licht straalde nog even na, als een kus op de slaap.