Er was eens een jonge leeuw, Leo. Leo woonde in een grote, groene savanne. De zon scheen fel en de bloemen bloeiden vrolijk. Leo was dapper en vriendelijk. Hij speelde met zijn vrienden, de vrolijke zebra's en de slimme apen.
Op een dag zei Leo: "Laten we een groot avontuur beleven!" De zebra's sprongen op en de apen klommen in de bomen. "Ja, laten we gaan!" riepen ze. Ze renden en sprongen, maar opeens zagen ze iets vreemds. Een grote, glibberige modderpoel lag voor hen. "Oh nee!" zei Leo. "Hoe komen we daarheen?"
De zebra's waren bang. "We kunnen niet oversteken!" zei een zebra. Leo dacht goed na. "We moeten samenwerken," zei hij. "Ik heb een idee!"
Leo vroeg de slimme apen om een lange stok te brengen. De apen renden en brachten de stok. Leo legde de stok over de modderpoel. "Kijk!" zei hij. "We kunnen eroverheen lopen!"
De zebra's keken en zeiden: "Ja, dat kunnen we doen!" Eén voor één gingen ze over de stok. Ze gaven elkaar moed. "Je kunt het!" riep Leo. Toen waren ze allemaal veilig aan de andere kant.
"Bedankt, Leo! Je was dapper en slim!" zeiden de vrienden. Leo glimlachte. "Samen zijn we sterk!"
En zo leerden ze dat vriendschap en samenwerken alles mogelijk maken.