Er was eens een kleine groene kikker genaamd Karel. Karel woonde in een groot, zacht moeras. Elke dag sprong hij vrolijk van blad naar blad. "Ribbit, ribbit," zei Karel. "Wat een mooie dag!"
Op een ochtend vond Karel een glanzende, gouden steen. "Oh," zei Karel, "wat is dit voor een steen?" Hij tikte er zachtjes tegenaan met zijn poot. Plots begon de steen te glinsteren. "Wat bijzonder!" riep Karel.
De steen sprak: "Karel, jij hebt een speciale gave. Jouw sprongen kunnen de wereld betoveren!"
Karel was nieuwsgierig. Hij sprong hoog in de lucht en plots verschenen er kleurrijke bloemen waar hij landde. "Kijk eens!" riep Karel. "Ik kan bloemen laten groeien!"
Vogeltje Vera kwam aangevlogen. "Karel, wat mooi! Kun je een regenboog maken?" vroeg Vera.
Karel sprong weer. En daar, hoog in de lucht, verscheen een prachtige regenboog. "Hooray!" juichten alle dieren in het moeras.
"Wat een geluk," zei Karel. "Met een sprong kan ik de wereld mooier maken!"
En zo sprong Karel elke dag, bloemen en regenbogen makend. Karel leerde dat elke kleine daad een groot verschil kan maken. En iedereen in het moeras leefde nog lang en gelukkig.