De nieuwe buren
Op een zonnige ochtend opent Mila, het kleine konijntje, haar gordijn. Ze kijkt naar buiten en ziet iets nieuws. Op het grasveldje staan vreemde huisjes. “Wat leuk,” zegt Mila zacht. “Er zijn nieuwe buren gekomen!”
Mila hopt naar buiten. Haar vriendje Sam, het egeltje, staat al bij de poort. “Heb jij ze al gezien?” vraagt Sam.
“Nee,” zegt Mila. “Zullen we samen gaan kijken?”
Ze lopen samen naar het grasveld. Daar zien ze een grote schildpad, een vrolijke eekhoorn en een schattig muisje. De nieuwe buren glimlachen.
“Hallo,” zegt Mila.
“Hallo,” zegt de schildpad. “Ik ben Timo.”
“Ik ben Ella,” zegt de eekhoorn.
“En ik ben Pip,” piept het muisje.
Mila lacht. “Wij wonen hier al heel lang. Willen jullie met ons spelen?”
Timo knikt langzaam. “Dat lijkt mij leuk.”
Een beetje anders
Sam haalt een bal. “Zullen we tikkertje doen?” stelt hij voor.
Ella springt op en neer. “Ja! Maar ik kan heel snel rennen. Kunnen jullie dat ook?”
Timo de schildpad schudt zijn hoofd. “Ik ben niet zo snel. Ik loop liever rustig.”
Pip glimlacht voorzichtig. “En ik ben een beetje verlegen. Ik kijk graag eerst even mee.”
Mila denkt na. “Misschien kunnen we een spel verzinnen waar iedereen mee kan doen,” zegt ze.
Sam zwaait met de bal. “We kunnen een balspel doen! Dan mag iedereen zelf kiezen hoe hij meedoet.”
Iedereen vindt dat een goed idee. Timo mag als eerste de bal rollen. Hij doet het rustig. Pip rolt de bal zachtjes terug. Ella rent snel achter de bal aan. Mila en Sam juichen.
Iedereen lacht. Het spel is gezellig. Iedereen doet mee op zijn eigen manier.
Samen plezier
Na het spel gaan ze samen op het gras zitten. De zon schijnt warm.
“Dat was leuk,” zegt Timo met een glimlach.
“Ja,” zegt Ella. “Ik vond het fijn dat we samen konden spelen.”
Pip kijkt blij. “Ik vond het spannend, maar nu ben ik blij dat ik mee heb gedaan.”
Mila kijkt naar haar nieuwe vrienden. “Iedereen is een beetje anders. Dat is juist leuk. Soms doe je dingen op jouw manier. En soms probeer je iets nieuws, samen met anderen.”
Sam knikt. “Verschillend zijn is fijn. Dan leren we van elkaar.”
Timo zegt: “Ik kan goed langzaam rollen.”
Ella zegt: “Ik kan snel springen.”
Pip zegt: “Ik kan zachtjes lachen.”
Mila zegt: “Ik kan goed luisteren.”
Ze lachen samen. Ze voelen zich blij.
De zon zakt langzaam achter de bomen. De dieren nemen afscheid.
“Tot morgen!” roept Mila.
“Tot morgen!” roepen de anderen.
Mila hopt naar huis, haar hart vol vreugde. Ze denkt: “Samen spelen is fijn. Iedereen mag meedoen, op zijn of haar eigen manier. Dat maakt ons gelukkig.”