Hoofdstuk 1: Het mysterie op de pier
Het was een zonnige zaterdagmiddag en de vier vriendinnen – Noor, Lila, Sophie en Jade – fietsten samen naar de pier van hun dorp. De lucht rook naar zeezout, en overal fladderden meeuwen luidruchtig rond. De pier stond vol met vissers, toeristen en kinderen die naar krabben zochten. Noor, de meest oplettende van het stel, hield haar notitieboekje stevig vast. Ze noemde zichzelf graag ‘detective Noor'.
Plots riep Sophie: "Hé, waar is het blauwe visnet gebleven? Dat hing hier gisteren nog!" De anderen keken verbaasd. Het blauwe visnet was het favoriete net van alle kinderen, want het was groot en stevig. Noor's ogen glinsterden. Dit rook naar een mysterie! Ze schreef in haar boekje: ‘Blauw visnet verdwenen – kleur: felblauw'.
Hoofdstuk 2: Sporen zoeken
De vier meiden verdeelden de pier in vier stukken. Lila inspecteerde de westkant bij het oude bankje. Jade onderzocht de plek bij de vuurtoren. Sophie dook onder de steiger, terwijl Noor het deel bij de ijscokraam voor haar rekening nam.
Noor vond een stukje blauw touw op de grond. Ze bukte zich en bekeek het goed. "Dit lijkt wel van het net!" fluisterde ze. Ze riep de anderen erbij. Jade vond op haar beurt een natte voetafdruk, zo groot als die van een volwassene. "Zou iemand het net hebben meegenomen?" vroeg ze nieuwsgierig.
Lila keek naar de zee. "Misschien is het net gewoon in het water gevallen?" Maar Sophie schudde haar hoofd. "Dan zouden we het wel zien drijven."
Hoofdstuk 3: Vragen en gissen
De meiden besloten mensen te ondervragen. Noor stapte op een oude visser af. "Meneer, heeft u misschien een blauw visnet gezien?" De visser krabde aan zijn baard. "Ik zag vanochtend iemand met een groot blauw net richting het einde van de pier lopen. Meer weet ik niet, hoor."
De vriendinnen liepen snel naar het einde van de pier. Ze keken goed rond. Op de houten planken lag een hoopje zand, met daarbovenop... een schelp in de vorm van een hart. "Die schelpen raapt de kleine Marloes altijd," zei Jade. "Misschien weet zij iets!"
Ze vonden Marloes, die in het zonnetje schelpen aan het verzamelen was. "Oh, dat blauwe net?" zei Marloes vrolijk. "Ik zag dat een man met een gele regenjas het meenam! Maar hij liet iets vallen." Ze wees naar de rand van de pier.
Hoofdstuk 4: Het spoor van de regenjas
De vier vriendinnen volgden het spoor. Ze zagen een druppelspoor van water en af en toe een stukje blauw touw. Noor voelde haar hart sneller kloppen. "We zijn iets op het spoor," zei ze zachtjes. De zon stond laag en kleurde alles goudgeel.
Aan het einde van het spoor zat een man op een bankje, met een gele regenjas aan en een thermosfles in zijn hand. Naast hem lag het blauwe visnet, gevuld met plastic afval uit het water. De meisjes slopen dichterbij.
"Hallo meneer, is dat ons blauwe net?" vroeg Sophie. De man glimlachte vriendelijk. "Jullie net? Het lag in het water, helemaal vol met rommel. Ik heb het eruit gevist en maak het nu schoon."
De vriendinnen keken naar elkaar en begonnen te lachen. Noor schreef: ‘Geel: de kleur van de regenjas – en een beetje heldhaftigheid!'
Hoofdstuk 5: Zaak gesloten
De vier vriendinnen hielpen de man met het schoonmaken van het net. Daarna mochten ze het weer meenemen. Ze bedankten de man uitgebreid en boden hem een bolletje ijs aan van hun zakgeld.
Met het blauwe visnet in de lucht renden ze samen terug over de pier. Noor trok haar notitieboekje tevoorschijn en schreef met grote letters: ‘Affaire classée!'
De zon zakte langzaam achter de horizon en de meiden voelden zich trots én blij. Door samen vol te houden en goed te speuren, hadden ze het mysterie opgelost. Hun gewone zaterdag was veranderd in een echt avontuur.