Bezig met laden...
Verhalen van kleine onderzoekers 11/12 jaar Lezen 29 min.

Het mysterie van de fluisterende voeten

Noor en haar beste vriendin Yara worden detectives nadat ze mysterieuze raadsels vinden op de trap van hun flat. Samen ontrafelen ze aanwijzingen en ontdekken ze dat hun buur en hun moeder een verrassend geheim delen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Er zijn 3 personages: - Noor: een 11-jarig meisje met krullend bruin haar en ronde brillen, gekleed in een gele t-shirt en een spijkerbroek. Ze staat in het midden en houdt een gevouwen papier vast met een nieuwsgierige uitdrukking op haar gezicht. - Yara: een 11-jarig meisje met vlechten in zwart haar en een grote bril, gekleed in een geruite blouse en een denim short. Ze leunt iets naar voren en bekijkt een klein notitieboekje dat ze in haar handen houdt. - Samir: een 12-jarige jongen met kort haar en een felgekleurde t-shirt met een videogamepatroon. Hij staat rechts van Noor en kijkt met een enthousiaste glimlach naar het papier, met zijn armen gekruist. De locatie is een lichte gang van een gebouw met witte muren en kleurrijke deuren. Een groene plant staat in een hoek en de vloer is bedekt met een zacht tapijt. Daglicht valt door een raam en creëert een warme en uitnodigende sfeer. De belangrijkste situatie toont de drie vrienden die een mysterieus papier onderzoeken dat een kaart met een kruis bevat. Ze lijken opgewonden en geconcentreerd, klaar om het mysterie op te lossen. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1 – Het geluid op de overloop

De bel ging precies op het moment dat Noor haar huiswerk wilde dichtklappen.

“Doe jij open?” riep haar moeder vanuit de keuken. “Ik sta met mijn handen in het deeg!”

Noor sprong overeind. Ze was elf, maar ze noemde zichzelf graag “parttime detective”. Niet omdat er in hun flat ooit iets heel ergs gebeurde, maar omdat er altijd wel íéts raars was als je goed keek.

Ze trok de deur naar de gang open. De lange galerij rook een beetje naar regen en spaghetti. Aan het eind riep iemand naar een hond. Iemand anders sloeg een deur dicht.

Noor liep naar de voordeur, draaide de sleutel om en trok open.

Niemand.

Ze stapte één voet de gezamenlijke overloop op, het kleine stukje vloer vóór de deuren van hun appartement en dat van de buren. Links de deur van mevrouw Visser, rechts de trap naar beneden. Een matje, een plant die altijd dorst had, en het bekende piepje van de lamp met bewegingssensor.

Niemand.

“Hallo?” riep Noor. Haar stem galmde een beetje in het trappenhuis.

En toen hoorde ze het.

Een zacht, schurend geluid, net alsof iemand ergens iets verschoof. Van boven? Van beneden? Het klonk kort en stopte meteen weer.

De lamp ging vanzelf aan. Op de overloop was het fel licht. Noors hart klopte snel, maar niet van angst. Van nieuwsgierigheid.

Ze keek naar beneden langs de trap. Leeg.

Ze keek naar boven. Ook leeg.

Toen zag ze het. Precies op de rand van de bovenste traptrede, half op de overloop, lag een klein, gevouwen papiertje.

Alsof iemand het in haast had laten vallen.

Noor bukte en raapte het op. Het papier was dubbelgevouwen, bij de hoeken extra gekreukeld.

Binnen rook iemand zijn avondeten aan. In de verte sloeg een deur. Het gewone leven ging door, maar hier, op de overloop, voelde alles opeens een beetje anders.

Ze draaide het papiertje tussen haar vingers.

Er stond met pen op geschreven: “Aan…”.

Maar verder niets.

“Noor? Wie was dat?” riep haar moeder.

“Weet ik nog niet!” riep Noor terug. “Een… eh… mysterieus iemand!”

Ze grijnsde. Dit was een zaak voor haar én voor haar beste vriendin, Yara. Want geen enkele detective werkt alleen. Zeker niet als je elf bent en op een saaie doordeweekse dag graag avontuur wilt.

Noor vouwde het papiertje heel voorzichtig open.

Binnenin zag ze niet een brief, maar een tekening. Een plattegrond. Van hun flat.

Met een kruisje op de overloop.

Precies waar zij nu stond.

Hoofdstuk 2 – Het raadsel op het papier

Tien minuten later zat Yara al op het kleed in Noors kamer, met het papiertje tussen haar vingers en een serieuze frons op haar gezicht.

Yara had twee strakke vlechtjes, een bril en een notitieboekje met “GEHEIM” op de kaft. Zij noemde zichzelf “hoofdonderzoeker”. Samen vormden ze “Team Overloop”, zoals Noor het had bedacht.

“Oké,” zei Yara. “Eén: iemand belt aan, rent weg en laat dit vallen. Twee: het is een plattegrond van jullie verdieping. Drie: er staat een kruis op de overloop. Vier: geen naam. Vijf: de geur van spaghetti bevestig ik.”

Noor lachte.

“Ja, dat is punt zes: mama's saus. Maar waarom een kruis op de overloop? Ik bén op dat kruis gaan staan. Er gebeurde niks.”

Yara boog zich weer over het papier. De tekening was simpel: een rechthoekige gang, drie voordeuren, het trapgat. Bij elke deur stond een klein symbooltje. Bij Noor een klein sterretje. Bij mevrouw Visser iets wat leek op een vis. Bij de deur aan de andere kant, die van de nieuwe buur, een vierkantje.

“De nieuwe buur,” zei Noor zacht. “Die is er nog maar een week. Ik heb hem nog maar één keer gezien. Met een grote doos.”

“Misschien is híj de mysterieuze papiertjes-gooier,” zei Yara. “Of iemand wil juist dat wij dát denken.”

Ze draaide het papier om. Achterop stond in kleine letters:

“Zoek waar voeten fluisteren.

“Voeten die fluisteren?” Noor trok haar wenkbrauwen op. “Voeten kunnen helemaal niet praten.”

“Dat heet beeldspraak,” zei Yara belangrijk. “Maar waar maken voeten wél geluid, maar zacht? Of juist bijna niet?”

Hier kun jij als lezer ook even meedenken:

Waar zouden “fluisterende voeten” kunnen zijn in een flat?

– Op een zachte mat?

– Op een plek met stof?

– Op een plek waar iemand vaak op zijn tenen loopt?

Noor sprong op.

“De trap!” zei ze. “Als je op sokken loopt, hoor je bijna niets.”

“En dan fluisteren je voeten,” vulde Yara aan. “Maar de trap is groot. Er moet meer zijn. Dit kruisje staat echt precies op de rand van de overloop en de bovenste trede.”

Ze keek naar de tekening, waar bij het trapgat met potlood een vaag iets stond. Was het een soort krabbeltje? Drie korte streepjes naast elkaar.

“Misschien treden tellen?” zei Yara. “Maar er staan er maar drie getekend. Terwijl er in het echt veel meer zijn.”

“Wacht,” zei Noor. “Wat als die drie streepjes niet treden zijn, maar… stappen?”

Yara klapte haar notitieboekje open.

“Stap één, twee, drie vanaf het kruis. En dan zoeken. We testen het. Wetenschappelijk experiment.”

Ze sprongetje-de van het bed.

“Nu?”

“Natuurlijk nu,” zei Noor. “Mysteries wachten niet tot na het toetje.”

Hoofdstuk 3 – Op de trap van aanwijzingen

De lamp op de overloop floepte weer aan toen ze de voordeur open deden. De plant stond er treurig bij. De lucht rook nu naar gebakken ui ergens verderop in de flat.

“Oké,” zei Yara. “We beginnen op het kruis. Nou ja, op de plek waar het kruis op de tekening staat.”

Ze legde het papier even plat op de grond, precies tussen de mat van Noor en de mat van mevrouw Visser in.

“Hierzo,” zei Noor. Ze zette haar voeten samen naast het onzichtbare kruis.

“En nu drie stappen richting de ‘fluisterende voeten',” zei Yara. “Dat is dus de trap op. Maar… op sokken.”

Noor keek naar haar schoenen.

“Serieus?”

“We zijn serieuze detectives,” zei Yara. “Wetenschappelijke methode, weet je nog? Uitdoen die dingen.”

Mopperend trapten ze hun schoenen uit. De overloopvloer voelde koel onder hun sokken.

“Stap één,” fluisterde Noor plechtig, en ze stapte de eerste trede op.

De trap kraakte heel zacht.

“Stap twee.” Nog een trede, nog een heel klein kraakje.

“Stap drie.” Weer omhoog. De geluiden werden inderdaad zachter. Alsof de trap niet wilde dat iemand hem hoorde.

Halverwege de trap stonden ze stil. Vanaf hier konden ze de benedenverdieping zien, waar de deur naar de fietsenkelder zat. De lamp daar was uit. Alleen bovenvan scheen licht.

“En nu?” vroeg Noor.

Hier mag jij ook even nadenken:

Als je drie stappen een trap op loopt vanaf de overloop, wat zou je dan moeten zoeken?

– Iets op de muur?

– Iets op de leuning?

– Iets op de treden zelf?

Noor keek eerst naar de treden. Stof, een verloren kruimel, verder niets.

Yara liet haar hand langs de leuning glijden en trok hem snel terug.

“Ieuw! Iets plakkerigs!”

“Laat zien,” zei Noor, meteen geïnteresseerd.

Op de houten leuning, ongeveer ter hoogte van hun heup, zat met plakband een smal strookje papier vastgeplakt. Net zo gevouwen als het eerste papiertje, maar veel kleiner.

“We hebben iets!” fluisterde Noor, alsof de trap hen anders terug zou fluisteren.

Yara pulkte het strookje los. Iemand had zijn best gedaan om het precies aan de achterkant, uit het zicht, te plakken.

Ze vouwden het uit.

Er stond maar één regel op:

“Niet naar beneden, maar naar wat erbóven is.”

Noor keek automatisch omhoog. Boven hen slingerde de trap verder naar de volgende verdieping. De witte muur langs de trap was op sommige plekken grauw van handen.

“Dat is wel erg veel ‘erboven',” mompelde ze. “Misschien bedoelt het iets anders. Iets wat bóven… voeten is?”

“Knieën?” stelde Yara droog voor.

“Nog hoger.”

“Buik, schouders… hoofd…”

Yara hield haar hoofd schuin. Ze staarden samen naar de muur naast hen. Op ooghoogte zat een klein, vaag grijzig vlekje. Als je niet wist dat je moest zoeken, zou je er zo langs kijken.

Maar dit waren detectives.

Noor bracht haar gezicht dichterbij.

“Het lijkt op… gum,” zei ze. “Of zoiets. Alsof iemand hier met een gum over iets heen is gegaan.”

Ze streek er met haar duim overheen. Ja. De muur voelde iets gladder op die plek.

“Iemand heeft hier iets uitgewist,” zei Yara. “Misschien een getekend symbool? Of een pijl? Of een boodschap?”

“En nu is het weg,” zei Noor langzaam.

Een lichte rilling kroop over haar rug, maar niet van angst. Dit was het soort spanning dat ze kende van haar favoriete detectiveseries. Alleen nu speelde het op hún trap.

“Dus,” zei Yara. “Onze eerste echte aanwijzing is een… gewiste aanwijzing.”

“Klinkt als de titel van een film,” zei Noor. “De Zaak van de Gewiste Aanwijzing.”

Ze glimlachten allebei. Het klonk onmogelijk en daardoor juist leuk.

“Maar we hebben nog meer,” herinnerde Yara haar. “De plattegrond. De buren. De nieuwe buur. Wie zou dit hebben bedacht? En waarom?”

Noor keek weer naar de overloop.

“We moeten iedereen op deze verdieping spreken,” besloot ze. “Als echte rechercheurs. Maar dan… heel beleefd.”

Hoofdstuk 4 – De bewoners van de overloop

Ze begonnen bij de dichtstbijzijnde deur: die van mevrouw Visser. Ze was al oud, maar had de energie van iemand die drie espresso's achter elkaar had gedronken.

Noor belde aan. Binnen klonk het geluid van schuivende stoelen.

De deur vloog open.

“Ah, mijn kleine speurders!” zei mevrouw Visser. Ze noemde hen altijd zo, sinds Noor ooit haar verdwenen kat in de wasmand had gevonden. “Wat komen jullie onderzoeken vandaag? De mysterieuze verdwijning van mijn koekblik?”

“Eigenlijk…” begon Noor.

Yara haalde diep adem. Dit was haar moment.

“We doen een buurtonderzoek,” zei ze met een serieus gezicht. “Iemand heeft op de overloop een papiertje laten vallen met een soort raadsel erop. Heeft u misschien iets verdachts gezien of gehoord rond etenstijd?”

Mevrouw Visser's ogen glinsterden. Zij hield wel van een beetje drama.

“Verdachts?” herhaalde ze. “Hmm. Laat me nadenken. Ik hoorde de bel bij jullie, dat weet ik nog. En vlak daarvoor iets dat klonk als… geschuifel. Of slow-motion rennen.” Ze lachte om haar eigen grap.

“Vanaf welke kant?” vroeg Noor. “Trap op of trap af?”

“Trap op, denk ik,” zei mevrouw Visser. “Zo'n snel-snel-snel geluid, maar dan gedempt. Alsof iemand geen lawaai wilde maken.”

Fluisterende voeten, dachten Noor en Yara tegelijk.

“Dank u,” zei Yara. “En heeft u misschien iemand zien krabbelen op de muur in het trappenhuis? Of iets zien ophangen?”

“Krabbelen?” Ze kneep haar ogen samen. “Nee. Maar ik ben ook niet de hele dag een muis op de trap. Meestal zit ik gewoon achter mijn raam. Maar ik hou mijn ogen open hoor, voor jullie zaak.”

Ze knipoogde en sloot de deur weer.

“Oké,” zei Noor in de gang. “Iemand rende de trap op, wilde stil zijn en heeft toch geluid gemaakt. Dat past bij de hint.”

“Nu de andere kant,” besloot Yara. Ze wees naar de deur van de nieuwe buur. Op de plattegrond stond het vierkantje erbij. Niemand wist nog hoe hij heette. Er stond alleen “T. Jansen” op het naamplaatje.

Noor belde aan. Even was er niets. Toen hoorden ze snelle voetstappen. De deur ging een klein stukje open, op de ketting.

Een jongeman met warrig haar en een verfvlek op zijn neus keek naar buiten.

“Ja?” vroeg hij, een beetje gehaast.

Hij zag er niet uit als een gevaarlijke crimineel. Meer als iemand die te lang naar zijn eigen schilderij had gestaard.

“Eh… goedemiddag,” zei Yara beleefd. “Wij zijn Noor en Yara van… eh… de overkant. We doen een klein onderzoek op de overloop.”

Noor hield het gevouwen papiertje omhoog.

“Heeft u misschien dit laten vallen?” vroeg ze. “Of weet u wie dit gemaakt heeft?”

De buurman keek naar het papiertje en trok een wenkbrauw op.

“Een plattegrond?” zei hij. “Daar heb ik er al genoeg van, geloof me. Ik ben architect. Maar nee, dit is niet van mij. Ik teken iets netter.” Hij glimlachte even kort. “Waar gaat jullie onderzoek over?”

“Iemand laat raadsels achter op de trap,” legde Noor uit. “Met aanwijzingen. We hebben al twee papiertjes en een uitgewist plekje op de muur gevonden.”

Tot hun verrassing werd de buurman daar niet nerveus van, maar juist enthousiast.

“Een speurtocht?” vroeg hij. “Klinkt creatief. Jammer dat ik het niet verzonnen heb. Maar ik heb de hele middag binnen zitten tekenen. Geen bel gehoord, zelfs.” Hij wees naar de verf op zijn trui. “En ik verlaat meestal op sokken het huis, anders loop ik verfsporen over de trap.”

“Op sokken,” herhaalde Yara zacht. “Dus ook met fluisterende voeten.”

De buurman lachte.

“Ja, maar mijn voeten zijn meer slapers dan fluisteraars. Succes met jullie zaak, detectives.”

De deur klikte dicht.

De meisjes liepen terug naar het midden van de overloop en keken elkaar aan.

“Dus,” zei Noor. “Verdachtenlijst: mevrouw Visser, de nieuwe buur, iemand van beneden, iemand van boven… of iemand die hier helemaal niet woont.”

Yara bladerde in haar notitieboekje.

“We hebben nog geen motief,” zei ze. “Waarom zou iemand een raadsel-speurtocht op de trap achterlaten? Wat is het doel? Iets verstoppen? Iets geven? Iets oefenen?”

“Of ons testen,” zei Noor.

“Wie zou júllie nou testen?” vroeg een stem achter hen.

Ze draaiden zich allebei tegelijk om.

Op de trap naar boven stond Samir, de twaalfjarige jongen van één verdieping hoger. Grote koptelefoon om zijn nek, T-shirt met een game erop.

“Wij lossen een zaak op,” zei Noor snel. “En jij mag óf meedoen, óf niet in de weg staan.”

Samir grijnsde.

“Rustig maar, Sherlock van de overloop. Ik zocht eigenlijk mijn tekening. Ik had hem ergens laten vallen, denk ik.”

Noor en Yara keken tegelijk naar het papiertje in Noors hand.

Hoofdstuk 5 – Twee mysteries in één

“Jij hebt deze gemaakt?” vroeg Noor, en ze hield de plattegrond omhoog.

Samir sprong van de bovenste trede naar de overloop.

“Ja!” zei hij. “Tenminste, dat lijkt erop. Mag ik even?”

Hij pakte het papiertje voorzichtig aan. Zijn ogen werden groter.

“O ja,” zei hij. “Dit is mijn eerste schets. Ik wilde een soort… escape game maken voor mijn kleine neefje. Voor als hij komt logeren. Met raadsels en zo, maar niet te eng.”

Noor en Yara keken elkaar aan. Een speurtocht… dat klopte best goed met wat ze hadden meegemaakt.

“Maar hoe werkt het dan?” vroeg Yara. “En wat betekent ‘zoek waar voeten fluisteren' en dat tweede zinnetje?”

Samir keek verbaasd.

“Tweede zinnetje?”

Ze lieten hem het kleine strookje zien dat op de trapleuning had gezeten.

“Die is niet van mij,” zei hij meteen. “Ik had alleen de plattegrond nog maar. Voor de rest had ik eigenlijk nog niets bedacht. Ik heb nog geen tijd gehad.”

Hij wreef met zijn duim over het kruisje.

“Ik was aan het oefenen met waar ik de eerste opdracht zou leggen,” legde hij uit. “Maar toen riep mijn moeder me om boodschappen te doen en heb ik alles weggelegd. Ik wist niet dat ik deze op de overloop had laten slingeren.”

“Dus jij hebt de plattegrond gemaakt,” zei Noor langzaam. “Maar niet de raadzinnen. Niet het plakbandstrookje op de trap. En niet dat gewiste plekje op de muur.”

Samir keek naar de muur waar Noor en Yara het vlekje hadden gevonden.

“Welk gewist plekje?” vroeg hij.

Ze wees. Hij stapte dichterbij en kneep zijn ogen samen.

“Huh,” zei hij. “Daar zat gisteren nog een klein monstertje getekend. Zo'n heel simpel ding, met drie stekels op zijn kop. Iemand had dat op de muur gekrabbeld. De huisbaas wordt daar altijd boos om, dus waarschijnlijk heeft iemand het weggegumd.”

Drie stekels. Drie streepjes.

“Net als op de plattegrond,” fluisterde Yara. “Die drie streepjes bij de trap. Maar dát had jij wel gedaan?”

Samir knikte langzaam.

“Ja,” zei hij. “Gewoon zodat ik wist: hier moet iets gebeuren, bij de trap. Maar ik heb er nog niets bij geschreven. Echt niet.”

Hij voelde in zijn zakken en haalde een klein, versleten gummetje tevoorschijn.

“Dit gebruik ik altijd als ik teken,” zei hij. “Maar volgens mij heeft iemand anders mijn monstertje weggehaald. Ik doe dat zelf nooit. Ik vind zelfs lelijke tekeningetjes leuk.”

Noor zakte tegen de muur op haar hurken.

“Dus we hebben twee mysteries,” zei ze. “Eén: jouw escape game. Twee: iemand die onze trap gebruikt voor… iets anders. Iemand die dingen gomt. Of juist nieuwe raadsels toevoegt.”

Yara ging naast haar zitten en legde de papiertjes uitgespreid op haar knieën.

“Laten we logisch nadenken,” zei ze zacht. “Wie vindt het leuk om te tekenen en te gummen? Wie is vaak op de trap? Wie heeft misschien zin om creatief te zijn, maar wil niet dat iemand het wéét?”

Hier kun jij weer helpen nadenken:

Wie in zo'n flat zou graag tekenen, maar het misschien geheim willen houden?

– Iemand die denkt dat hij of zij er te oud voor is?

– Iemand die verlegen is?

– Iemand die bang is dat mensen het lelijk vinden?

Noor dacht aan mevrouw Visser met haar breiwerk. Aan de nieuwe buur met zijn architectentekeningen. Aan Samir met zijn escape game.

En toen dacht ze aan iemand anders.

“Mama,” zei ze zacht.

Yara knipperde.

“Je moeder?” vroeg ze verbaasd.

Noor knikte langzaam.

“Vorige week heb ik haar betrapt toen ze kleine doodles tekende in de krant,” zei Noor. “Ze schaamde zich een beetje. Ze zei dat ze vroeger graag tekende, maar nu ‘geen tijd voor dat soort dingen' had. En ik heb haar eergister gezien op de trap met een doekje. Ze wreef over de muur en keek heel snel om zich heen toen ik eraan kwam.”

Samir floot zacht.

“Dus je denkt dat je moeder stiekem… kunst op de trap maakt en het dan weer uitwist?”

“Of andermans kunst weghaalt,” zei Yara. “Omdat ze bang is dat de huisbaas het ziet. Maar hoe verklaren we dan die raadsels?”

Noor stond op.

“Er is maar één manier om dat te weten,” besloot ze. “We moeten haar gewoon vragen. Als echte detectives. Open en eerlijk.”

Hoofdstuk 6 – De gewiste sporen

De keuken rook naar tomatensaus en basilicum toen Noor, Yara en Samir binnenkwamen. Noor had Samir uitgenodigd om te blijven eten; haar moeder vond dat altijd gezellig.

“Zo,” zei mama terwijl ze de pan van het vuur haalde. “Jullie zien eruit alsof jullie de hele flat hebben doorzocht. Heb je de dader al gevonden, commissaris Noor?”

Noor keek even naar Yara. Yara knikte bijna onzichtbaar. Dit was het moment.

“Misschien wel,” zei Noor. “Maar eerst een vraag. Eerlijk.”

Haar moeder draaide zich om, een houten lepel in de hand.

“Oké,” zei ze. “Schiet maar.”

“Mama,” begon Noor. “Vind jij tekenen leuk?”

Haar moeders ogen flitsten kort naar de keukentafel, waar een tijdschrift lag. Aan de rand daarvan stonden inderdaad kleine bloemetjes gekrabbeld. Noor had ze nog niet eens gezien.

“Eh,” zei haar moeder. “Vroeger wel, ja. Waarom?”

“En heb jij iets te maken met… dit?” Yara legde voorzichtig de papiertjes op tafel: de plattegrond, het strookje met “Niet naar beneden, maar naar wat erbóven is” en een losse tekening van drie stekelige monstertjes, die Samir uit zijn notitieblok had gescheurd als voorbeeld.

Mama droogde haar handen aan een theedoek en boog zich over de papiertjes. Eerst glimlachte ze om de plattegrond van Samir. Toen las ze het strookje.

Heel langzaam verscheen er een rood kleurtje op haar wangen.

“O,” zei ze zacht. “O, Noor…”

Noor voelde haar hart een sprongetje maken.

“Jij?” vroeg ze. “Maar waarom dan? En hoe wist je van de plattegrond?”

Mama leunde tegen het aanrecht.

“Oké,” zei ze. “Achtergrondverhaal. Ik liep gisteren de trap op met de boodschappen en ik zag dat iemand een monstertje op de muur had getekend. Een leuk monstertje, trouwens. Drie stekels. Maar ik hoorde laatst de huisbaas nog mopperen dat hij het zat was, dat gedoodle op de muren. Dus ik dacht: ik gum het weg, dan krijgen jullie geen ruzie in het gebouw.”

Ze keek schuldig naar Samir.

“Sorry als het jouw monstertje was,” zei ze.

Samir haalde zijn schouders op.

“Het was een oefentekening,” zei hij grootmoedig. “Maar hoe zit het met die raadsels?”

“Ja,” zei Noor. “Want Samir had alleen de plattegrond nog maar. De rest… kwam erna.”

Mama hield het strookje papier tegen het licht.

“Vanmiddag,” zei ze langzaam, “zag ik deze op de grond liggen op de overloop. De plattegrond. Ik herkende meteen onze verdieping. En het kruisje.”

Ze glimlachte even dromerig.

“Toen ik elf was,” ging ze verder, “wilde ik dolgraag detective of spelbedenker worden. Ik maakte voor mijn kleine zusje altijd speurtochten door het huis. Met pijltjes op de grond en raadsels op de muren. En nu zag ik deze plattegrond en dacht ik: iemand begint een spel… maar heeft het nog niet afgemaakt. Het was alsof er een leeg vel papier voor mijn neus lag en iemand zei: ‘Vul het maar in.'”

Noor voelde iets warms in haar borst.

“Dus je… kon het niet laten?” vroeg ze.

Mama lachte zacht.

“Nee,” gaf ze toe. “Ik ben terug naar binnen gegaan, heb een strookje papier gepakt en dat eerste zinnetje geschreven: ‘Niet naar beneden, maar naar wat erbóven is.' Ik heb het op de trapleuning geplakt waar ik net had gegumd, zodat… tja, zodat iemand het misschien zou vinden. Maar ik dacht eerlijk gezegd niet dat mijn eigen dochter hier een complete zaak van zou maken.”

Yara sloeg haar notitieboekje dicht.

“Maar wie schreef dan ‘Zoek waar voeten fluisteren' op de achterkant van de plattegrond?” vroeg ze.

Mama draaide het papiertje om en trok haar wenkbrauwen op.

“Dat was ik niet,” zei ze. “Ik had alleen op dat strookje geschreven. Toen ik de plattegrond vond, lag hij al zo, met de voorkant naar boven. Ik heb de andere kant niet eens bekeken.”

Ze keken met z'n allen naar Samir.

Samir stak zijn handen op.

“Ik zweer,” zei hij. “Ik had alleen maar de plattegrond getekend en het kruisje en die drie streepjes. Geen tekst.”

Er viel een korte stilte, gevuld met de bubbelende saus in de pan.

Hier ben jij als lezer weer aan zet:

Als Samir de plattegrond tekende,

en mama het tweede raadsel,

wie zou dan het eerste raadsel geschreven kunnen hebben?

Langzaam, héél langzaam, ging Yara's vinger omhoog.

“Mevrouw Visser,” zei ze zacht.

Noor keek haar aan.

“Waarom denk je dat?”

“Ze noemde ons ‘speurders' nog vóór wij iets zeiden,” zei Yara. “Ze zat vanmiddag achter het raam toen Noor het papiertje opraapte. Ze zei dat ze geschuifel hoorde, alsof iemand op zijn tenen liep. En zij is iemand die veel thuis is, veel aan het raam zit en zich soms een beetje verveelt. Misschien wilde ze jullie gewoon een beetje… uitdagen.”

Noor stelde zich mevrouw Visser voor, gebogen over haar tafel, een pen in de hand, stiekem glimlachend.

Mama knikte langzaam.

“Dat klinkt als iets wat ze zou doen,” zei ze. “En eerlijk? Ik vind het een geweldig idee dat drie mensen onafhankelijk van elkaar aan één speurtocht hebben meegewerkt, zonder dat ze dat van elkaar wisten.”

Ze keek naar Noor.

“Jij wilde altijd al dat er iets spannends gebeurde op de overloop, toch? Nou, gefeliciteerd. Jullie hebben het zélf gecreëerd.”

Noor voelde haar wangen tintelen.

“Wij allemaal,” verbeterde ze. “Samir met zijn plattegrond. Mevrouw Visser met haar eerste raadsel. Jij met het tweede. En wij met het onderzoek.”

“En de gum,” voegde Yara toe. “Vergeet de gum niet. Zonder gewist monstertje hadden we nooit naar sporen op de muur gezocht.”

Mama lachte.

“Dus de conclusie van de zaak?” vroeg ze.

Noor keek naar Yara. Yara bladerde naar de laatste pagina van haar notitieboekje en zei plechtig:

“Dossier: De Zaak van de Gewiste Aanwijzing. Opgelost: het was geen crimineel, maar een team van creatieve bewoners. Misdaad: nul. Creativiteit: maximaal.”

Samir stak zijn vuist in de lucht.

“Lang leve Team Overloop,” zei hij.

“Team Overloop plus,” verbeterde Noor. “Met extra volwassenen.”

Ze schoven aan tafel. De geur van spaghetti vulde de keuken. Buiten in het trappenhuis ging even later de lamp weer uit.

Op de overloop, precies op de plek waar het kruisje op de plattegrond stond, was geen spoor meer te zien. Het gumvlekje op de muur was bijna helemaal verdwenen. De tape op de leuning was weg.

Alleen zij, de deelnemers, wisten wat daar had gehangen, had gestaan, had gegolden.

Een verdwenen monstertje. Een gewiste aanwijzing. En daarbovenop een nieuwe laag: een herinnering aan een dag waarop een gewone overloop veranderde in een speelveld voor raadsels.

En ergens, achter haar raam, keek mevrouw Visser naar buiten, met op haar schoot een schriftje vol krabbels. Ze glimlachte, pakte haar pen en schreef op de bovenste bladzijde:

“Nieuw raadsel:

Waar verdwijnen sporen

maar blijven verhalen?”

En misschien, héél misschien,

zal Team Overloop daar

op een andere dag

weer achteraan gaan.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Gevouwen
Iets dat in stukken is gebogen of opgevouwen.
Fluisteren
Zachtjes praten, zodat anderen het niet goed kunnen horen.
Plakband
Een soort tape die plakt en gebruikt wordt om dingen aan elkaar te bevestigen.
Raadsel
Een vraag of puzzel die je moet oplossen.
Creatief
Als iemand nieuwe en originele ideeën heeft of dingen maakt.
Mysterieuze
Iets dat geheimzinnig is en moeilijk te begrijpen.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.