Bezig met laden...
Verhalen van kleine onderzoekers 11/12 jaar Lezen 25 min.

Het mysterie van de verdwenen koekjespot

Wanneer de koekjespot van buurwinkel De Eikel verdwijnt, gaan konijn Bo, eekhoorn Juna en hun vrienden op onderzoek, volgen ze muntsporen en kleine aanwijzingen en leren ze goed luisteren om het mysterie te begrijpen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Bo, een grote witte konijn met zacht haar en lange oren, kijkt vriendelijk en houdt een glazen pot met kleine ronde koekjes vast terwijl een klein muntblaadje op een luciferdoosje ligt; Juna, een rood eekhoorntje, staat achter de houten toonbank met een hand bij een etiket "koekjes"; Miro, een bruine egel met afgeronde stekels, snuffelt naar kruimels bij de deurmat; Nila, een verlegen grijze muis in een bloement schort, zit bij een tuintafeltje met een theeservies en een kluitje munt; de warme, compacte buurtwinkel heeft houten planken, gelabelde kruidenpotten, een groot raam met buiten een kruidentoontje, een bel aan de deur en lichte vloerdelen; hoofdscène: een zachte, geruststellende onthulling — de detectivekonijn toont de teruggevonden pot terwijl vrienden zich rond de toonbank verzamelen, heldere, pastelkleurige sfeer met eenvoudige silhouetten en een gecentreerde compositie. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1 – De lege koekjespot

Toen Bo het zag, stopte hij zo abrupt dat zijn lange oren even nawiebelden.

De koekjespot op de toonbank van Buurtwinkel De Eikel was leeg.

Niet “bijna leeg”. Niet “iemand heeft er één gepakt”. Gewoon: leeg. Alleen nog een kruimeltje in de vorm van een halve maan.

Bo was een konijn met een eerlijk gezicht en een nieuwsgierige neus. Hij kwam hier vaak. Niet alleen voor wortels en haver, maar ook voor de mini-hazelnootkoekjes die altijd in die pot zaten. De pot hoorde bij de winkel, zoals de bel boven de deur en de warme geur van geroosterde zaden.

Achter de toonbank stond Juna, de eekhoorn. Ze hield de lege pot op alsof het een zeldzaam, verdrietig museumstuk was.

“Bo… ze zijn weg,” zei ze.

“Allemaal?” vroeg Bo.

“Allemaal.” Juna zuchtte. “En ik had ze net vanmorgen gevuld. Dertig stuks. Keurig geteld. Ik tel altijd.”

Uit het gangpad met kruiden dook Miro de egel op. Hij had een boodschappennet om zijn arm en keek met zijn kleine, scherpe oogjes.

“Wat is er gebeurd? Is er een koekjesstorm geweest?”

“Koekjes stelen is geen storm,” mompelde Juna.

Bo stak zijn snuit in de pot. Hij rook glas, suiker… en iets anders. Iets fris.

“Munt,” zei hij.

Juna knipperde. “Munt? Ik verkoop wel muntthee, maar de koekjes ruiken normaal naar noten.”

Bo zette de pot voorzichtig neer.

“Ik wil helpen,” zei hij. “Niemand moet in een buurtwinkel blijven zitten met een leeg koekjeshart.”

Miro grijnsde. “Klinkt als een zaak voor… Inspecteur Pluimstaart.”

“Het is Bo,” zei Bo, maar hij voelde toch een klein tinteltje van avontuur.

Juna boog naar hem toe. “Ik wil geen ruzie in de buurt. Als iemand honger had…”

“Dan kunnen we het oplossen zonder boos te worden,” zei Bo. “Maar eerst: feiten.”

Hij keek rond. De winkel was klein en gezellig. Een rij manden met appels, een plank met potten honing, een hoek met dierenkranten, en bij de deur een mat waar je je poten kon vegen. De bel boven de deur hing stil, alsof hij niets wilde verklappen.

Bo tikte met zijn poot op de toonbank.

“Wie was er vanmorgen in de winkel?”

Juna pakte haar notitieblok. “Ik open vroeg. Eerst kwam Kees de kraai voor zonnebloempitten. Toen Flo de vos voor jam. Toen… eh… Nila de muis voor touwtjes en kaas. En later nog Bink de das voor koffiebonen.”

Miro floot zachtjes. “Een hele parade.”

Bo knikte. “Oké. En de pot stond hier op de toonbank, zoals altijd?”

“Ja,” zei Juna. “En ik heb hem niet verplaatst. Dat weet ik zeker. Ik verplaats hem nooit. Anders vergeet ik hem weer terug te zetten.”

Bo keek naar de vloer. Tussen de planken lag geen spoor van kruimels. Dat was vreemd. Dertig koekjes zonder één kruimel? Zelfs een engel laat kruimels achter.

Zijn blik viel op iets bij de deurmat: een klein groen blaadje. Niet van een boom. Het was rond, met een frisse geur.

“Dat is munt,” zei Bo weer, en hij stak het blaadje in een leeg luciferdoosje dat hij altijd bij zich droeg voor “noodgevallen”.

Miro trok zijn neus op. “Wie loopt er nou rond met muntblaadjes?”

Bo voelde hoe de zaak zich als een draad door zijn kop spande. “Iemand die mint gebruikt. Of iemand die langs de munt is gelopen.”

Juna wees naar het hoekje met thee. “De muntthee staat daar. Maar niemand hoeft daar langs om bij de koekjespot te komen.”

Bo keek naar het raam. Buiten stond het rek met kruidenplantjes. Een paar potten stonden scheef, alsof er iemand tegenaan was gebotst.

Hij draaide zich naar Juna. “Mag ik rondkijken? En… wil je me alles vertellen wat je nog weet? Ook kleine dingen.”

Juna knikte. “Ik zal luisteren. Beloofd.”

Bo glimlachte. “Mooi. Dan lossen we het samen op.”

Hoofdstuk 2 – Drie aanwijzingen en een grapje

Bo begon met een rondje door de winkel. Hij bewoog langzaam, alsof hij een geheim probeerde te horen in het hout van de planken.

“Eerste aanwijzing,” zei hij hardop, zodat Miro en Juna konden meedenken. “Er zijn geen kruimels.”

Miro stak een stekelige vinger op. “Dus de dief is een netheidskampioen.”

“Of,” zei Bo, “de koekjes zijn niet hier opgegeten. Ze zijn meegenomen.”

Juna kneep haar staart tussen haar poten. “Meegenomen zonder te betalen…”

Bo knikte. “Tweede aanwijzing: muntgeur. En een muntblaadje bij de deurmat.”

Miro liep naar het theehoekje en snuffelde. “Hier ruikt het naar munt, ja. Maar dat ruikt het altijd. Dus dat blaadje… komt misschien van buiten.”

Bo wees naar het raam. “Derde aanwijzing: het kruidenrek buiten staat scheef.”

Juna liep mee en keek door het raam. “Dat stond net nog recht. Denk ik. Ik kijk niet zo vaak naar buiten.”

Miro zei: “Misschien heeft een windvlaag het gedaan.”

Bo schudde zijn kop. “Wind maakt zelden één pootafdruk.”

Hij wees naar de vensterbank. Daar lag een dun streepje stof, alsof iets erlangs was geschoven.

“Zie je dat?” vroeg Bo. “Iets is langs het raam gegaan.”

Juna's ogen werden groot. “Bedoel je… dat iemand via het raam—”

“Rustig,” zei Bo. “Het raam zit dicht. Ik zeg alleen: iemand stond hier. Dichtbij.”

Miro lachte. “Dus de dader is een schaduw met muntsokken.”

Bo keek hem streng aan, maar zijn snorharen trilden toch. “We blijven vriendelijk. We zoeken naar een oplossing, geen schurkverhaal.”

Bo pakte de lege pot weer op. Aan de rand zat een heel klein vettig vlekje. Niet van boter, maar… glanzend.

“Jam,” fluisterde hij.

Juna snuffelde. “Aardbeienjam. Flo koopt altijd aardbeienjam.”

Miro knikte meteen heftig. “Aha! Flo de vos! Vossen zijn—”

“Stop,” zei Bo. “Dat is precies waarom we moeten opletten. We gaan niet op soort-stereotypes.”

Juna haalde diep adem. “Je hebt gelijk. Ik wil eerlijk blijven.”

Bo legde de pot neer. “We gaan praten met de bezoekers van vanmorgen. Niet om ze te beschuldigen, maar om te luisteren. Luisteren is ons vergrootglas.”

Miro grijnsde. “Ik kan heel goed luisteren. Vooral als er iemand een geheim per ongeluk hardop zegt.”

Bo keek naar hem. “We gaan niemand laten schrikken. We stellen simpele vragen. En we testen één versie tegelijk.”

“Welke versie?” vroeg Juna.

Bo dacht even na. “Versie één: iemand heeft de pot per ongeluk meegenomen, omdat er meerdere glazen potten in de winkel zijn. Bijvoorbeeld met jam of honing.”

Miro fronste. “Per ongeluk dertig koekjes?”

Bo haalde zijn schouders op. “Als je haast hebt en je grijpt de verkeerde pot… het kan.”

Juna knikte hoopvol. “Dat zou het zachtste mysterie zijn.”

“Dan beginnen we bij de jam,” zei Bo. “Want jam is plakkerig, en plakkerige dingen laten graag sporen achter.”

Hoofdstuk 3 – Flo's jam en Kees' glans

Ze vonden Flo de vos achter in het gangpad, bij de jamplank. Flo hield een pot aardbeienjam tegen het licht alsof hij een kunstwerk bewonderde.

“Flo,” zei Bo vriendelijk, “mag ik je iets vragen over vanmorgen?”

Flo draaide zich om. Zijn oren stonden recht. “Dat mag. Gaat het over de koekjes? Ik hoorde het bij de deur. Juna klonk alsof iemand haar nootvoorraad had verstopt.”

Juna stapte naar voren. “Mijn koekjes zijn weg.”

Flo trok zijn wenkbrauwen op. “Vervelend. Ik heb ze niet.”

Bo stak zijn poot op. “We beschuldigen niemand. Ik wil alleen checken: heb jij vanmorgen iets in glas meegenomen, behalve jam?”

Flo dacht na. “Jam, ja. En… een potje glansolie voor mijn staart. Die staat bij de verzorgingsspullen.”

Miro fluisterde: “Glansolie? Dat klinkt verdacht glibberig.”

Bo negeerde het en vroeg: “Heb je per ongeluk een andere pot gepakt? Bijvoorbeeld een pot die op de toonbank stond?”

Flo schudde stevig. “Nee. Ik betaal altijd. Ik heb zelfs nog een extra muntje gegeven omdat Juna me hielp met het etiket. Ze weet dat.”

Juna knikte langzaam. “Dat klopt.”

Bo wees subtiel naar Flo's poot. “Er zit een klein kruimeltje aan je klauw.”

Flo keek omlaag en plukte het weg. “Van mijn ontbijt. Ik at brood met jam. Dat kruimelt. Brood is een kruimelfabriek.”

Miro zuchtte teleurgesteld. “Geen dramatische bekentenis.”

Bo knikte naar Flo. “Dank je dat je meedenkt. Nog één vraag: heb je iemand bij het kruidenrek buiten gezien?”

Flo glimlachte. “Ik zag Kees de kraai daar fladderen. Hij vond een muntblaadje en riep: ‘Gratis parfum!' Toen propte hij het achter zijn oor. Kraaien en humor…”

Miro schoot in de lach. “Gratis parfum!”

Bo maakte een mentale notitie. “Dank je, Flo.”

Ze liepen naar buiten, naar het kruidenrek. Op de grond lagen twee muntblaadjes, en in het zand stond een duidelijke afdruk van… klauwen. Dun, puntig. Een vogel.

“Kees,” zei Juna. “Die is altijd nieuwsgierig.”

“Nieuwsgierig is niet hetzelfde als stelen,” zei Bo. Maar hij voelde dat de draad in zijn kop strakker werd.

Ze vonden Kees op het hek bij de winkel, glimmend zwart in de zon. Hij poetste zijn vleugel met overdreven trots.

“Kees,” begon Bo, “we hebben een vraag. Vanmorgen: heb jij iets gezien bij de toonbank?”

Kees kantelde zijn kop. “Ik zie altijd iets. Ik heb ogen voor drie. Wat is het probleem?”

“De koekjes zijn weg,” zei Juna.

Kees floot. “Oei. Dat is een ramp van formaat koek.”

Bo vroeg: “Heb jij toevallig een pot meegenomen? Of heb je iemand met een pot zien lopen?”

Kees tikte met zijn snavel. “Ik heb een pot gezien. Ja. Iemand liep met een glazen pot richting achterdeur. Een kleine. Snel. Ik dacht: die heeft vast honing gekregen.”

Juna slikte. “Achterdeur? Die gebruiken we bijna nooit.”

Bo's oren gingen omhoog. “Wie was het?”

Kees kneep zijn ogen tot spleetjes. “Ik zag een kleine staart. Grijs. En ik rook… munt. Heel sterk.”

Miro keek triomfantelijk. “Muntstaart!”

Bo bleef kalm. “Grijze staart… dat kan Nila zijn. Of Bink, als hij stoffig is. Maar Bink is groot.”

Kees knikte. “Het was klein. Een muis klein.”

Juna fluisterde: “Nila…”

Bo legde een poot op Juna's arm. “We gaan luisteren. Misschien is er een misverstand. Versie één blijft: per ongeluk.”

Miro grijnsde. “Per ongeluk via de achterdeur is wel een creatieve vergissing.”

Bo keek hem streng aan. “Of iemand wilde de koekjes beschermen. Of terugbrengen. We weten het nog niet.”

Ze liepen naar de achterdeur van de winkel. Die zat op een kier. Niet wijd. Net genoeg voor iemand kleins om door te glippen.

Bo wees naar de grond. In het stof lagen minuscule pootafdrukken. En… een dun spoor van suiker, alsof er heel licht was gestrooid.

“Eindelijk kruimels,” fluisterde Miro.

Bo knikte. “We volgen ze. Maar rustig. En met open oren.”

Hoofdstuk 4 – De muizenroute en het luisterplan

Het spoor liep langs de muur, achter de winkel, waar een smal paadje tussen brandnetels en een oude regenpijp kronkelde. Bo liep voorop. Zijn pootstappen waren zacht. Miro prikte af en toe in een blad en zei dan: “Au, dat was een stekelige verdachte.” Juna zuchtte, maar haar ogen werden al minder verdrietig. Ze had hoop.

Het suikerspoor stopte bij een klein gat onder een houten schutting. Ernaast lag nog een muntblaadje. Bo rook eraan. Fris. Alsof het net geplukt was.

“Hier doorheen,” fluisterde Bo.

Miro keek naar zijn stekels. “Ik pas daar nooit door.”

“Jij blijft bij de schutting,” zei Bo. “Luister. Als je iets hoort, fluit je zacht. Niet hard, we willen niemand laten schrikken.”

Juna keek naar Bo. “En ik?”

“Jij komt mee,” zei Bo. “Dit is jouw winkel, jouw koekjes, maar ook jouw vriend. Als het Nila is, moeten we extra goed luisteren.”

Juna knikte. “Ik kan dat. Ik kan rustig blijven.”

Bo kroop door het gat. Aan de andere kant lag een kleine binnentuin achter een rij huisjes van dieren. Een waslijn met sokken (veel te klein voor Bo), een bak met knopen, en in de hoek… een mini-tafeltje met een theeserviesje. Alles rook naar munt. En naar koekjes.

Bo stopte. Hij zag iets glimmen onder een doek: de koekjespot.

Juna hapte naar adem, maar Bo stak snel een poot op: stil.

Er klonk geritsel achter een stapel kartonnen doosjes. Een piepstemmetje neuriede een deuntje. Toen verscheen Nila de muis, met een schortje om en een stukje touw in haar poot. Haar snorharen trilden alsof ze een geheim droegen.

Nila zette het touw neer en trok de doek van de pot. Ze keek naar de koekjes alsof ze een puzzel probeerde op te lossen.

Bo stapte rustig naar voren. “Hoi, Nila.”

Nila schrok zo dat haar oren plat gingen. “Bo! Juna! Ik— ik kan het uitleggen!”

Juna slikte. “Waarom… staat onze koekjespot hier?”

Nila wreef met haar pootjes over elkaar. “Ik wilde niemand pijn doen. Ik dacht dat ik… het moest fixen.”

Bo ging zitten, op ooghoogte met Nila. “Vertel alles. We luisteren eerst. Dan praten we.”

Nila keek op. “Echt? Jullie zijn niet boos?”

Juna ademde langzaam uit. “Ik ben vooral in de war. Maar ik wil luisteren.”

Nila knikte dankbaar. “Oké. Vanmorgen zag ik iets. Bij de toonbank. De pot stond open. En ik zag… een mot. Een grijze mot met poedervleugels. Hij zat op de rand en wreef met zijn pootjes, alsof hij de koekjes wilde proeven.”

Miro's fluitje kwam vaag door de schutting, alsof hij ook iets wilde zeggen maar het niet kon.

Nila ging verder: “Ik dacht: straks legt hij eitjes in de pot. Dan krijgen jullie larvenkoekjes. Bah. Dus ik pakte de pot. Ik wilde hem veilig zetten, en de mot weglokken met munt. Motten houden soms van sterke geuren. Ik heb een muntplantje.”

Bo knikte langzaam. Dat klonk logisch. En het verklaarde de munt.

“Maar waarom heb je het niet gezegd?” vroeg Juna zacht.

Nila's ogen werden nat. “Omdat ik me schaamde. Ik was bang dat jullie zouden denken dat ik overdrijf. Of dat ik de pot had laten vallen. En toen ik ermee naar de achterdeur liep, hoorde ik Kees buiten roepen en lachen. Ik dacht dat hij me zou uitlachen als hij me zag met een pot koekjes. Dus ik… glipte snel weg.”

Bo vroeg: “En de mot?”

Nila wees naar het theeservies. Op het randje van een kopje zat een klein grijs motje, slaperig, met een vleugje suiker op zijn snuit. Naast hem lag een vers muntblaadje.

“Hij is rustig nu,” fluisterde Nila. “Ik heb hem geen pijn gedaan. Alleen… afgeleid.”

Juna keek van de mot naar de pot. “Dus je hebt de koekjes gered. Op jouw manier.”

Nila knikte. “Ik wilde de pot straks terugbrengen. Maar ik wist niet hoe, zonder dat iedereen zou denken dat ik het had gestolen.”

Bo voelde dat het tijd was voor de probleemoplossing. “Oké. We testen jouw versie. Als er een mot bij de pot was, dan moeten we sporen vinden. Motten laten poeder achter. Een heel fijn stofje.”

Hij keek naar de rand van de pot. Daar zat een vage, grijze waas. Niet jam. Poeder.

Juna snuffelde eraan. “Dat is… geen jam. Dat is echt poederig.

Bo knikte. “Versie bevestigd. Je hebt niet gestolen. Je hebt… geheim gered.”

Nila kromp ineen. “Maar ik had het moeten zeggen.”

“Ja,” zei Juna, maar haar stem was warm. “En ik had moeten vragen waarom je zo snel wegliep. Ik luister soms te weinig als ik druk ben.”

Bo glimlachte. “Dan hebben we allemaal iets geleerd.”

Hoofdstuk 5 – Het plan met de pot en de eerlijkheidstest

Terug in de winkel zetten ze de koekjespot weer op de toonbank. Juna telde meteen.

“Dertig,” zei ze opgelucht. “Allemaal.”

Miro keek teleurgesteld. “Geen echte dief?”

Bo schudde zijn kop. “Wel een echt mysterie. En een echte oplossing. Dat is beter dan een schurk.”

Nila stond met haar pootjes netjes gevouwen. “Ik wil sorry zeggen. Tegen jou, Juna. En tegen de winkel. Ik heb het geheim groter gemaakt dan het was.”

Juna boog zich naar haar toe. “Dank je dat je het zegt. Ik wil ook sorry zeggen. Ik dacht meteen aan stelen. Dat voelt niet fijn.”

Bo tikte met zijn poot op de toonbank. “Nu nog één ding: de mot. We willen hem niet in de pot terug. Wat doen we?”

Miro stak zijn vinger op. “We zetten een bordje: ‘Motten verboden'.”

Nila giechelde. “Motten kunnen niet lezen.”

Bo dacht hardop. “We kunnen de pot afsluiten. En we zetten een klein schaaltje met munt buiten, bij het kruidenrek. Als motten daarop afkomen, blijven ze weg van de koekjes.”

Juna knikte. “Slim. En dan hoef je niet meer stiekem te redden.”

Bo keek naar Nila. “En jij hoeft je niet te schamen om iets te zeggen. Zelfs als het klein lijkt.”

Nila zuchtte alsof er een knoop loskwam. “Ik ga oefenen. Eerst luisteren, dan praten. Net als jij.”

Bo schudde zijn kop. “Ik oefen ook. Soms wil ik te snel een conclusie. Vandaag hielp het dat we stap voor stap gingen.”

Juna zette een klein schriftje neer. “Ik maak een ‘winkel-logboek'. Als iemand iets raars ziet, schrijven we het op. Dan hoeven we niet te raden.”

Miro grijnsde. “Ik kan er ook in schrijven. Bijvoorbeeld: ‘Vandaag zag ik een wortel die eruitzag als een neus.'”

Bo keek hem aan. “Alleen nuttige dingen.”

“Dat is nuttig,” zei Miro serieus. “Voor mijn humeur.”

Ze lachten. De winkel voelde weer als zichzelf: warm, rustig, vol geuren die je veilig maakten.

Toen ging de bel boven de deur. Kees de kraai kwam binnen, zijn borst vooruit.

“Ik hoorde dat het mysterie is opgelost,” kraaide hij. “Was ik verdacht? Zeg het maar, ik kan het hebben.”

Bo liep naar hem toe. “Je was een belangrijke getuige. Maar je riep nogal hard ‘gratis parfum'. Daardoor werd iemand bang om gezien te worden.”

Kees knipperde. “Oeps. Ik bedoelde het grappig.”

Juna zei: “Kun je de volgende keer eerst vragen of iemand oké is, voordat je roept?”

Kees krabde met zijn poot aan zijn snavel. “Dat kan ik. Ik zal… zachter grappig zijn.”

Miro fluisterde: “Een zeldzaam soort.”

Bo glimlachte. “Kees, wil je helpen? Zet jij het munt-schaaltje buiten, bij het kruidenrek? Dan kan je ook kijken of er motten komen.”

Kees straalde. “Een missie! Ik ben de Mottenwacht.”

Nila keek naar Bo. “Mag ik ook helpen?”

“Ja,” zei Bo. “Jij schrijft de eerste regel in het logboek. Wat heb je geleerd?”

Nila pakte een potlood en schreef met kleine letters: “Als je iets ziet, zeg het. En luister goed. Geheimen groeien anders te hard.”

Juna las het en knikte. “Dat is precies de waarde die ik in mijn winkel wil.”

Bo keek naar de koekjespot. Hij deed het deksel erop, stevig.

“Zaak gesloten,” zei hij.

Miro zuchtte dramatisch. “En mijn droom om een boze koekjesdief te achtervolgen is verpulverd.”

Bo tikte tegen zijn stekelige schouder. “Je mag straks een koekje. Dat troost.”

Miro's ogen glansden. “Dat is de beste detective-betaling.”

Hoofdstuk 6 – Een koekje, een belofte, en tot snel

Aan het eind van de middag zat de zon als een warme vlek op de vloer van De Eikel. De winkel was rustig. Juna had een schaaltje munt buiten gezet, precies zoals Bo had bedacht. Kees stond ernaast, met de ernst van een standbeeld, en fluisterde af en toe: “Mot, wees gewaarschuwd.” Niemand wist tegen wie hij het precies zei, maar het klonk indrukwekkend.

Binnen zaten Bo, Juna, Miro en Nila aan een klein tafeltje. Juna zette vier koekjes neer.

“Eerlijk verdeeld,” zei ze. “Eén per snuit.”

Miro hield het koekje omhoog. “Op de vriendschap. En op het feit dat kruimels eindelijk eens een rol speelden.”

Nila knabbelde voorzichtig. “Ik vind het fijn dat jullie luisterden. Ik dacht echt dat ik eruit zou vliegen.”

Juna schudde haar kop. “Nee. In deze buurtwinkel gooien we niemand eruit om een fout. We praten. We luisteren. En we maken een plan.”

Bo knikte. “En als er weer iets verdachts gebeurt, doen we het zo: eerst vragen, dan denken, dan pas rennen.”

Miro grijnsde. “Ik ren toch graag.”

“Dan ren je naar de waarheid,” zei Bo.

Juna keek naar Bo. “Dank je. Zonder jou had ik misschien boos rondgelopen en had ik Nila nooit gehoord.”

Bo voelde zijn wangen warm worden onder zijn vacht. “Ik vond het ook spannend. Maar het was een zacht mysterie. Het soort waar je beter van wordt.”

Nila keek naar de deur. “Wat als die mot terugkomt?”

Bo wees naar het deksel op de pot. “Dan heeft hij pech. En als hij echt honger heeft, heeft hij het munt-schaaltje. Iedereen krijgt een nette plek.”

Miro leunde achterover. “Zelfs motten krijgen service.”

De bel boven de deur tinkelde nog één keer. Een briesje kwam binnen met de geur van munt en avond.

Bo stond op. “Ik ga naar huis. Mijn hol wacht, en mijn wortels ook.”

Juna zwaaide. “Kom snel weer langs.”

Nila zei: “Volgende keer zeg ik meteen wat ik zie.”

Miro knikte plechtig. “En ik zal… proberen niet te hard te grapjesen.”

Bo liep naar de deur en keek nog één keer om. De koekjespot stond vol en veilig, het logboek lag klaar, en in de winkel hing een rustige, tevreden stilte.

“Tot snel,” zei Bo. “En… tot ziens. Of eigenlijk: tot binnenkort. A bientôt.”

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Nawiebelden
Een beetje heen en weer bewegen, alsof iets wiebelt of trilt.
Toonbank
De tafel of plank waar de verkoper spullen laat zien en verkoopt.
Kruimel
Een klein stukje van brood of koek, meestal heel klein.
Muntblaadje
Een klein blad van een muntplantje, dat fris en sterk ruikt.
Pootafdrukken
De afdrukken die poten in stof of aarde achterlaten.
Geritsel
Een zacht, krakend geluid dat bladeren of papier maken.
Neuriede
Zachtjes een liedje neuriën zonder woorden te zingen.
Schortje
Een klein kledingstuk dat je beschermt tegen vies worden tijdens werk.
Snorharen
Stevige haren bij dieren rond de neus, die helpen voelen.
Larvenkoekjes
Koekjes met larven erin, bedoeld als vies voorbeeld in het verhaal.
Poederig
Dat betekent dat iets fijn en stoffig aanvoelt of eruitziet.
Opgelucht
Je voelt je beter en rustiger na iets dat zorg gaf.
Logboek
Een schrift waarin je gebeurtenissen of belangrijke dingen opschrijft.
Schutting
Een houten hek dat twee tuinen of plekken van elkaar scheidt.
Munt-schaaltje
Een klein kommetje met munt om insecten weg te lokken van koekjes.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

samenwerking mysterie empathie vertrouwen eerlijkheid

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.