Er waren eens twee vriendjes, Max en Lotte. Max had heldere blauwe ogen en Lotte had mooie krullen. Ze speelden graag samen. Maar Max was een beetje bang voor het donker. Als de avond viel en de zon naar bed ging, riep Max vaak: "Donker is eng!"
Lotte glimlachte en zei: "Kijk, Max, de maan en de sterren knipperen vrolijk!" Ze wees naar de lucht. "Zie je de maan? Hij zegt hallo! En de sterren roepen 'twinkel, twinkel!'"
Max keek omhoog en zag de kleine lichtjes. "Twinkel, twinkel!" herhaalde hij en lachte. Het klonk als een liedje.
Toen maakte Lotte een spelletje. "Laten we de schaduwen volgen!", zei ze. Ze wees naar de schaduw van de boom. "Kijk, het is een dansend monster!" Lotte zwaaide met haar armen en maakte gekke geluiden. "Woesh, woesh!"
Max lachte en probeerde ook. "Woesh, woesh!", riep hij uit. Samen dansten ze in de schaduwen. Het donkere werd minder eng.
Later, toen het tijd was om naar huis te gaan, zei Lotte: "Zie je, Max? Het donker is eigenlijk heel leuk met de maan en de sterren." Max knikte en voelde zich dapper.
Die nacht droomde Max over de maan en de sterren. Ze maakten muziek en zongen een lied. "Twinkel, twinkel, kleine ster," zongen ze zachtjes.
De volgende ochtend zei Max tegen Lotte: "Dank je, Lotte. Het donker is nu mijn vriend."
En Lotte antwoordde: "Samen is alles minder eng!"
Met een vriend aan je zijde, is elke angst kleiner en verdwijnt hij als een knuffel.