Lieve Anna had nieuwe schoenen. Mooie rode schoenen. Vandaag gaat Anna naar de speeltuin. De glijbaan is groot. Anna kijkt. Ze is een beetje bang.
"Mama," zegt Anna zachtjes. "De glijbaan is hoog. Ik ben bang."
Mama knielt bij Anna. "Dat is oké, Anna. Als je wil, ga ik met je mee."
Anna knikt. Samen met mama klimt ze op de glijbaan. Stap voor stap, heel langzaam. Mama houdt Anna stevig vast.
"Goed zo, Anna," zegt mama. "Kijk, we zijn bijna boven."
Anna kijkt om zich heen. Alles ziet er klein uit van boven. Ze voelt zich een beetje dapper.
"Wil je naar beneden glijden?" vraagt mama.
Anna knikt weer, een beetje banger dit keer. "Ja, met jou."
Mama glimlacht. Ze zitten samen bovenaan. "Op drie, oke? Eén, twee, drie!"
Samen glijden ze naar beneden. De wind suist in Anna's oren. Ze lacht en roept. "Nog een keer, mama! Nog een keer!"
Mama lacht ook. "Ben je niet meer bang?"
Anna schudt haar hoofd. "Nee, met jou is het leuk!"
De zon schijnt. Anna rent naar de glijbaan. Dit keer klimt ze zelf naar boven. Ze kijkt naar mama beneden. Mama zwaait naar haar.
Anna ademt diep in. Dit keer glijdt ze alleen naar beneden. "Whee!" roept ze enthousiast. Ze landt veilig in het zand.
"Goed gedaan, Anna!" zegt mama trots.
Anna glimlacht breed. "Ik ben niet bang meer, mama!"
"Je bent heel dapper," zegt mama. Anna voelt zich blij. Mama geeft haar een knuffel. Anna lacht. Ze is trots op zichzelf.
De speeltuin is leuk. Anna speelt en speelt. Glijbaan, schommel, alles is niet eng meer. Anna weet nu dat ze dapper is. En als ze toch bang is, is mama er.