Hoofdstuk 1: Zomerlucht en plakkerige handen
Nina was negen en ze kon lachen met haar hele gezicht. Vooral met haar neus, die dan een beetje trilde. Het waren zomervakantie-dagen waarop de tijd traag leek te lopen, alsof hij ook een dutje wilde doen.
Die ochtend zat Nina op de stoep voor het huis van oma. De stenen waren warm onder haar benen. In de lucht hing de geur van zonnebrand en vers gemaaid gras. Ze had een waterijsje dat sneller smolt dan zij kon likken. Het druipte langs haar pols en maakte een plakkerige lijn tot aan haar elleboog.
Achter haar klapte de tuindeur zacht dicht. Omar, de buurjongen van tien, kwam naar buiten met een gieter die bijna groter was dan hijzelf. Hij liep een beetje scheef, alsof de gieter hem wilde meenemen.
Nina stak haar ijsje omhoog, alsof ze een trofee had gewonnen. “Kijk, ik maak een zomerarm.”
Omar keek naar de druppels en trok een gezicht. “Dat is gewoon… vies.”
Nina grinnikte en draaide haar arm langzaam rond. “Het is kunst. Zomer-kunst.”
Omar zuchtte alsof hij al honderd jaar oud was. “Ik ga naar de moestuin. Oma zei dat de tomaten dorstig zijn.”
Dat woord, dorstig, vond Nina mooi. Alsof de tomaten kleine rode mondjes hadden. Ze sprong op. “Ik kom mee. Ik kan ook dorstige dingen redden.”
Samen liepen ze naar de moestuin achterin de tuin. Het pad rook naar aarde en munt. De zon hing hoog en alles leek extra groen. In de moestuin stonden tomatenplanten met gele bloemen en dikke stelen. Ernaast lagen courgettebladeren zo groot als pannenkoeken.
Omar zette de gieter neer. “Niet te veel water. Oma zegt: bij de wortels, niet op de bladeren.”
Nina knikte heel serieus, alsof ze een geheim agent was. Ze pakte de gieter, tilde hem op… en hij kiepte. Een stroom water plensde precies op de courgettebladeren. Het water spatte alle kanten op. Nina kreeg een natte sok.
Omar sloeg zijn handen voor zijn gezicht. “Nina!”
Nina stond stil. Haar wangen werden heet, niet van de zon. “Oeps,” zei ze zacht.
Omar riep: “Je luistert ook nooit! Nu krijgen ze misschien vlekken!”
Nina voelde haar buik krimpen. Ze wilde iets grappigs zeggen, maar haar woorden bleven hangen. Ze zette de gieter terug en wreef met haar voet door de aarde. De zomer was nog steeds warm, maar in haar hoofd werd het even koel en ongemakkelijk.
Hoofdstuk 2: Het kleine conflict tussen de tomaten
Na de plensbui in de moestuin liepen ze zwijgend terug. De wind ritselde door de appelboom, alsof hij iets fluisterde wat Nina niet kon verstaan. Ze hoorde in de verte een grasmaaier, en ergens lachte iemand hard. Dat maakte het juist erger, want Nina wilde ook lachen.
Binnen bij oma was het koel. Oma had limonade gemaakt met citroen en een paar blaadjes munt. De glazen glommen in het licht. Nina nam een slok en voelde het koude prikken in haar keel.
Omar stond met zijn armen over elkaar. Hij keek naar het raam, niet naar Nina. Nina keek naar haar eigen handen. Nog een beetje plakkerig van het ijsje, nu ook een beetje zanderig van de tuin.
Oma zette een bord met kersen op tafel. “Wat is er met jullie? Jullie gezichten staan op onweer.”
Omar zei snel: “Nina gooide water op de courgettes. Ze luisterde niet.”
Nina wilde roepen dat het per ongeluk was. Dat ze de gieter te zwaar vond. Dat ze heus wel wilde helpen. Maar ze voelde een brok in haar keel, en die brok was koppig.
“Ik bedoelde het niet,” mompelde ze. Het klonk klein, alsof het woord zelf zich schaamde.
Oma keek van Omar naar Nina. “In een moestuin gaat wel eens iets mis,” zei ze rustig. “Planten zijn sterker dan je denkt. En mensen ook. Maar je moet wel zeggen wat je voelt.”
Omar keek eindelijk naar Nina. Zijn ogen stonden nog boos, maar ook een beetje moe. “Ik wilde dat het goed ging,” zei hij. “Oma is trots op die tomaten.”
Nina knikte. “Ik ook. Ik wilde helpen. Alleen… die gieter had spierballen en ik niet.”
Dat was eigenlijk best grappig, en Nina merkte dat haar mondhoek even omhoog wilde. Omar deed alsof hij niet lachte, maar zijn lip trilde.
Oma schoof het bord met kersen naar hen toe. “Je kunt trots zijn zonder boos te blijven,” zei ze. “Wat is een plan?”
Nina dacht aan de courgettebladeren die nog nat waren. “Ik kan later met een klein bekertje water geven,” stelde ze voor. “En ik kan de natte bladeren voorzichtig schudden. Zoals een hond.”
Omar snuifde. “Een courgettehond.”
Nina glimlachte. “Woef.”
Omar zuchtte nog één keer, maar het klonk al minder zwaar. “Oké,” zei hij. “Maar dan wel echt bij de wortels.”
Nina stak haar pink uit. “Pinkbelofte.”
Omar aarzelde en haakte zijn pink aan de hare. Hun vingers waren kleverig van kersen, maar dat maakte het juist echt.
Hoofdstuk 3: De moestuin wordt een team
Later op de middag lag de tuin te zoemen van de warmte. Bijen bromden langs lavendel. De lucht trilde boven de tegels. Nina droeg een pet die iets te groot was en steeds over haar ogen zakte. Elke keer duwde ze hem omhoog met een overdreven zucht, zodat Omar moest grinniken.
Ze gingen terug naar de moestuin. Oma liep mee, langzaam, met een strohoed. Ze gaf Nina een klein bekertje en Omar een lichte gieter.
“Vandaag zijn jullie een team,” zei oma. “Team Tomaat en Team Courgette.”
Nina wees naar Omar. “Hij is Team Tomaat, want hij wordt rood als hij boos is.”
Omar wees terug. “Zij is Team Courgette, want ze is soms glad en soms stuitert ze alle kanten op.”
Nina deed alsof ze gekwetst was en hield haar hand tegen haar hart. “Ik stuiter met liefde.”
In de moestuin rook het naar warme aarde, een beetje zoet. De tomaten hingen groen en hard, maar je zag al dat ze later rood zouden worden. Nina hurkte neer bij een plant en goot voorzichtig water bij de stam. Het klonk als een klein slokje.
“Goed zo,” zei Omar. Hij knikte alsof hij een strenge jury was.
Nina wilde iets zeggen, maar ze vond het fijner om gewoon door te gaan. Ze voelde hoe de aarde donkerder werd van het water. Ze zag een mier die snel langs een kluitje kroop, alsof hij ook werk had.
Oma wees naar een courgette die bijna klaar was om te plukken. “Die is groot genoeg.”
Omar pakte hem voorzichtig vast, alsof het een baby was. Nina mocht hem losdraaien. Het kraakte zacht. Ze hield de courgette omhoog. Hij was zwaar en koel, met kleine streepjes.
“Hij voelt alsof hij net uit een zwembad komt,” zei Nina.
Omar lachte. “Een zwembadcourgette.”
Nina maakte een diepe buiging naar de plant. “Dank u, mevrouw Courgette.”
Ze plukten ook een paar tomaten die al rood waren. Klein, rond, glanzend. Nina stopte er één in haar mond en proefde zomer: warm, sappig, een beetje zuur en zoet tegelijk.
Omar keek streng. “Dat was voor de salade.”
Nina kauwde snel en hield twee tomaten omhoog. “Ik heb er twee gered. Salade-plus.”
Omar schudde zijn hoofd, maar hij lachte nu echt. Het conflict voelde verder weg, alsof het een wolkje was dat wegdreef.
Toen ze klaar waren, zaten ze even op het randje van het tuinbed. Hun knieën waren stoffig. Nina voelde zich rustig. Het was fijn om iets goed te maken zonder dat het een grote scène werd.
Oma zei zacht: “Zie je? Je kunt ruzie hebben en toch weer samenwerken. Zoals planten en zon. Soms is het te heet, soms te nat, maar ze groeien toch.”
Nina keek naar de tomatenplant. Ze dacht aan haar “oeps” van eerder. En aan de pinkbelofte. Het voelde alsof ze ook een beetje gegroeid was, heel stilletjes.
Hoofdstuk 4: Avond in een glas en een zachte sorry
Die avond aten ze buiten aan de tuintafel. De lucht was oranje en roze, als limonade met extra siroop. Er fladderden muggen die deden alsof ze de baas waren. Oma zette een schaal neer met salade van tomaten en komkommer, en er waren plakjes gebakken courgette die knisperden aan de randjes.
Nina proefde een stukje courgette en zei: “Dit smaakt alsof de zon het heeft gekookt.”
Omar zei: “Dat heet barbecue.”
Nina knikte ernstig. “Precies. Zonbarbecue.”
Ze lachten allebei, en Nina voelde hoe haar borst licht werd. Toch zat er nog een klein steentje in haar buik van vanmiddag.
Na het eten hielp Nina met afruimen. Ze bracht de glazen naar de keuken en hoorde buiten de krekels. Oma veegde de tafel af en Omar stapelde borden op elkaar, heel precies.
Nina keek naar zijn handen. Hij deed zo zijn best. Toen ademde ze diep in en zei, heel duidelijk: “Sorry dat ik boosheid in de moestuin maakte.”
Omar bleef even stil. Toen draaide hij zich om. “Sorry dat ik zo hard riep,” zei hij. “Ik schrok gewoon. En ik wilde dat het perfect was.”
Nina trok een gek gezicht. “Perfect is saai. Dan kan mijn neus niet trillen van het lachen.”
Omar proestte. “Je neus doet raar.”
“Hij doet talent,” zei Nina.
Oma keek naar hen en haar ogen glansden alsof ze de zon had bewaard. “Mooi,” zei ze. “Jullie hebben het uitgepraat. Dat is dapperder dan denken dat je altijd gelijk hebt.”
Later, toen het donker werd, lag Nina in het logeerbed bij oma. Het laken rook naar wasmiddel en een beetje naar buitenlucht. Het raam stond op een kier. Ze hoorde een verre auto en dichtbij een uil die net deed alsof hij wijs was.
Nina rolde op haar zij en liet de dag langzaam terugkomen, zoals je een film terugspoelt. Ze zag de stoep, het smeltende ijsje, de gieter die plots een waterval werd. Ze voelde weer de schaamte, maar die prikte niet meer zo.
Ze dacht aan de pinkbelofte. Aan het kleine bekertje. Aan de tomaat die naar zomer smaakte. En aan Omar die “courgettehond” had gezegd.
In haar hoofd zei ze: morgen weer een dag. Nog meer zomer. Nog meer kansen om dingen goed te doen.
Haar ogen werden zwaar. Net voor ze in slaap zou vallen, kwam het allerbeste moment terug: Omar die probeerde niet te lachen, maar toch moest.
Nina hield haar hand voor haar mond om stil te blijven, maar toen trilde haar neus alweer. Ze kon het niet tegenhouden.
Ze barstte uit in een zachte, kriebelende lach die steeds groter werd, tot ze echt moest giechelen. En in de kamer, in die warme zomernacht, eindigde de dag met één vrolijke schaterlach.