Hoofdstuk 1 – Waar is de pet?
Lina is vijf jaar. Ze is een heel scherpe speurneus.
Ze heeft een rood notitieboekje en een blauw potlood.
Elke dag kijkt ze goed om zich heen. Ze let op alles.
Vandaag gaat Lina met haar grote broer Sam naar het skatepark.
Sam is zeven jaar en kan al heel hard rijden op zijn step.
Lina mag haar kleine roze step meenemen.
“Kom op, speurneus,” lacht Sam. “We moeten wel op tijd zijn!”
Lina kijkt naar de klok in de gang.
“Half drie,” zegt ze trots. “We zijn precies op tijd.”
Ze vindt het fijn om op tijd te zijn. Dat voelt netjes en verantwoordelijk.
In het skatepark ruikt het naar rubber en een beetje naar stof.
Je hoort wielen zoeven, kinderen lachen en soms een bonk als iemand valt.
De zon schijnt op de grijze rampen.
Overal liggen rugzakken, drinkbekers en helmen.
Sam zet zijn favoriete pet op.
Het is een groene pet met een kleine gele bliksem voorop.
“Deze pet heb ik altijd in het skatepark,” zegt hij. “Dan voel ik me stoer.”
Lina lacht. “Stoer én voorzichtig,” zegt ze. “Met helm.”
Sam zucht, maar hij zet toch netjes zijn helm over zijn pet heen.
Lina glimlacht. Dat is verantwoordelijk.
Na een tijdje skaten roept Sam: “Ik heb het warm!”
Hij zet zijn helm en zijn pet samen op de houten bank naast de ramp.
Dan rijdt hij weer weg op zijn step.
Lina gaat op de bank zitten.
Ze tekent in haar notitieboekje:
“Vandaag: skatepark met Sam. Zon. Veel lawaai.”
Plots hoort ze Sam roepen:
“Linaaaa! Waar is mijn pet?!”
Lina kijkt op de bank.
De helm ligt er nog.
Maar… de groene pet is weg.
De eerste vraag voor jou, speurneus-lezer:
Waar zou de pet kunnen zijn?
Onder de bank? In de helm? Bij iemand anders?
Onthoud jouw ideeën. Straks kun je helpen kiezen.
Hoofdstuk 2 – De zaak van de verdwenen pet
Sam rent naar Lina. Zijn wangen zijn rood.
“Lina, je zat hier toch? Heb je iets gezien?”
Lina springt op.
“Dit is een MYSTERIE,” zegt ze zacht, maar heel serieus.
Ze pakt haar notitieboekje.
Gegevens van de zaak, schrijft ze:
1. Pet lag op de bank.
2. Helm ligt er nog.
3. Pet is nu weg.
4. Het is druk in het skatepark.
“Eerst rustig ademhalen,” zegt Lina. “Dan nadenken.”
Ze ademt diep in en uit.
“Jij ook, Sam.”
Sam zucht en doet het na.
“Oké… en nu?” vraagt hij.
Nu heb jij een taak, lezer.
Wat doe jij eerst als je iets kwijt bent?
A) Meteen boos worden.
B) Heel goed zoeken.
C) Iedereen een beetje gaan duwen.
Lina kiest, natuurlijk, voor B.
Ze knielt bij de bank.
Ze kijkt onder de bank. Alleen een oude snoeppapiertje.
Ze tilt de helm op. Geen pet.
Ze kijkt in haar rugzak. Ook geen pet.
“Geen pet,” zegt ze. “Dus hij is verplaatst.”
Ze tikt met haar potlood tegen haar lip.
“Wie zat er in de buurt, toen jij ging skaten?”
Sam denkt na.
“Uh… Noor sprong net van de lage ramp.
En Timo zat hier even te rusten.
En daar verderop stond een jongen met een grote zwarte fiets.”
“Dan gaan we vragen stellen,” zegt Lina.
Ze loopt naar Noor, een meisje met lange vlechtjes.
“Noor,” zegt Lina. “Ik ben speurneus Lina.
Heb jij iets gezien op de bank?”
Noor denkt na.
“Ik hoorde iets vallen,” zegt ze. “Zo… plof.”
“Wanneer?” vraagt Lina.
“Net toen ik mijn drinkfles pakte,” zegt Noor.
“Maar ik keek niet, want ik had dorst.”
Lina schrijft in haar boekje:
Noor hoorde plof. Niet gekeken.
Ze gaat naar Timo, die zijn veters strikt.
“Timo,” zegt Lina. “Speurneus Lina hier. Belangrijke vraag.
Zag jij iets bij de bank?”
Timo fronst.
“Ehm… ik zag een kleine jongen met een blauwe trui.
Hij liep langs de bank.
Hij keek naar de helm.
Maar toen viel iemand, en ik keek daarheen.”
“Kon je zijn gezicht zien?” vraagt Lina.
Timo schudt zijn hoofd. “Nee.”
Lina schrijft:
Jongen met blauwe trui. Keek naar de helm. Niemand weet wat hij deed.
Ze loopt naar de jongen met de grote zwarte fiets.
Hij heeft een keurig knotje in zijn haar.
“Hallo,” zegt Lina. “Ik ben bezig met een zaak.”
De jongen lacht. “Een zaak?”
“De Zaak Van De Verdwenen Pet,” zegt Lina.
De jongen denkt even.
“Ik zag alleen een pet op de grond,” zegt hij.
“Maar ik dacht: die is van iemand.
Ik heb ‘m op de rand van de ramp gelegd, vlakbij.”
Lina kijkt snel naar de ramp.
Op de rand ligt… een pet.
Maar het is een rode pet, niet groen.
“Dat is niet die van mij,” moppert Sam.
Nu weet jij, lezer: er zijn al twee petten in het spel.
Dat is een nieuwe puzzel.
Hoofdstuk 3 – Ruil of vergissing?
Lina pakt de rode pet voorzichtig op.
Binnenin staat met zwarte letters: “JESSE”.
“Wie heet hier Jesse?” roept ze.
Aan de andere kant van het skatepark steekt een jongen zijn hand op.
Hij heeft… een groene pet op.
Een groene pet met een kleine gele bliksem.
Sam roept: “Dat is mijn pet!”
De jongen schrikt en komt aangerend.
“Is dit jouw pet?” vraagt Lina, en ze wijst naar de groene pet op Jesse's hoofd.
“Uh… Ik vond deze net op de bank,” zegt Jesse.
“En ik dacht dat iemand ‘m vergeten was.
Mijn eigen pet was weg, dus ik deed deze op.
Ik wilde straks vragen van wie hij was.”
“En is dit jouw pet?” vraagt Lina, en ze houdt de rode pet omhoog.
Jesse knikt. “Ja! Ik zocht hem al de hele tijd!”
Lina denkt even na.
Nu mag jij ook even meedenken, lezer:
Is Jesse een dief?
Of is er iets anders gebeurd?
Let op de aanwijzingen:
– Hij liet zijn eigen pet liggen.
– De groene pet lag op de bank.
– Niemand zag dat hij de pet pakte.
– Hij wilde nog vragen van wie de pet was.
Wat is het meest logisch, denk je?
Lina kiest: het was een vergissing.
“Ik denk dat jij gewoon in de war was,” zegt ze zacht tegen Jesse.
“Je dacht dat de pet zonder naam geen eigenaar had.
En jij had net je eigen pet verloren.
Dus je pakte hem.
Maar dat is niet eerlijk zonder eerst te vragen.”
Jesse kijkt naar zijn schoenen.
“Sorry,” mompelt hij. “Ik dacht echt dat niemand ‘m meer wilde.”
“Volgende keer,” zegt Lina, “ga je eerst aan iedereen vragen:
‘Wie is zijn pet kwijt?'
Dat is verantwoordelijk.”
Jesse knikt.
“Ja. Je hebt gelijk.”
Ze ruilen de petten om.
Sam krijgt zijn groene pet terug.
Jesse krijgt zijn rode pet met zijn naam erin.
Lina schrijft in haar boekje:
Zaak bijna opgelost.
Maar dan denkt ze aan iets belangrijks.
“Wie heeft jouw rode pet verplaatst, Jesse?” vraagt ze.
“Want de jongen met de grote fiets vond hem op de grond.”
Jesse fronst.
“O, dat weet ik,” zegt hij.
“Die viel van mijn hoofd toen ik een truc deed.
Ik hoorde plof, maar ik reed door.
Ik schaamde me, want ik viel bijna.”
Lina kijkt naar Noor.
“Jij hoorde ook plof,” zegt ze.
Noor knikt. “Ja! Dat was dus die rode pet!”
Lina lacht.
“Alles past nu in elkaar,” zegt ze.
Hoofdstuk 4 – De waarheid en de pet
Sam zet zijn groene pet weer op zijn hoofd.
Hij voelt aan de klep.
“Dank je, speurneus,” zegt hij. “Je hebt mijn pet gered.”
“En jij ook,” zegt Lina tegen Jesse.
“Je hebt de waarheid verteld.
Dat is dapper en verantwoordelijk.”
Jesse glimlacht een beetje verlegen.
“Ik ga voortaan eerst vragen, voor ik iets meeneem,” zegt hij.
Lina kijkt om zich heen.
Het skatepark lijkt ineens een beetje anders.
Niet alleen een plek om te steppen en te skaten,
maar ook een plek vol raadsels en verhalen.
Ze gaat weer op de bank zitten en schrijft:
Eindrapport:
De pet van Sam was niet gestolen.
Hij was per ongeluk verwisseld met de pet van Jesse.
Niemand was gemeen.
Maar iedereen moet beter opletten en eerst vragen.
Ze tekent er een kleine groene pet naast.
Met een glimlach.
Sam komt naast haar zitten.
“Wat is er nou leuk aan speurneus zijn?” vraagt hij.
Lina denkt even na.
“Je mag goed kijken,” zegt ze.
“Je mag luisteren.
Je mag vragen stellen.
En je mag eerlijk zijn, ook als iets fout ging.”
Ze kijkt Sam aan.
“En je helpt anderen met de waarheid,” voegt ze toe.
Dan staat ze op.
“Kom,” zegt ze. “Nog één rondje steppen.
Maar leg je pet deze keer in je rugzak.
Met de rits dicht.”
Sam lacht.
“Goed idee, juf verantwoord,” plaagt hij.
Lina kijkt naar jou, lezer, in gedachten.
“En jij,” fluistert ze in zichzelf,
“hebt vandaag ook meegedacht.
Dus jij bent nu óók een beetje speurneus.”
Ze doet haar roze step vooruit.
De zon schijnt op de rampen.
De wielen zoeven weer.
En ergens, op de bank, ligt een rugzak heel veilig dicht.
Met daarin, heel rustig, een groene pet
die nu weer precies is waar hij hoort.