Hoofdstuk 1: Waar zijn de tomaatjes?
Pepijn is vijf jaar en een echte speurneus. Vandaag is hij extra nieuwsgierig, want hij mag helpen in de stadstuin achter het grote, gele flatgebouw. Overal staan groene planten. Op de takken hangen tomaatjes, kleine komkommers en dikke pompoenen. De zon schijnt vrolijk tussen de bladeren.
Pepijn mag van mevrouw Roos, de buurvrouw, de rode tomaatjes plukken. Samen met haar hondje Max zoekt hij in de struiken. Maar… er is iets geks. “Mevrouw Roos, ik zie alleen groene tomaatjes. Waar zijn de rode?” vraagt Pepijn met grote ogen.
Mevrouw Roos kijkt verbaasd. “Gisteren hingen hier nog heel veel rode tomaten, Pepijn. Dat is vreemd.” Max blaft zachtjes en snuffelt tussen de bladeren.
Pepijn denkt diep na. “Misschien moeten we zoeken naar sporen. Een echte speurder kijkt altijd goed rond!” zegt hij. Mevrouw Roos lacht. “Goed idee, speurneus!”
Hoofdstuk 2: Sporen in de Modder
Pepijn kijkt aandachtig naar de aarde. Plots ziet hij kleine voetafdrukken in de modder. “Kijk, mevrouw Roos!” roept hij. “Voetstappen! Maar geen mensenvoetjes… ze zijn veel kleiner.”
Mevrouw Roos knikt. “Misschien zijn het dierenpootjes. Zie je die kleine nageltjes?” Pepijn buigt zich dichterbij. “Zou het een vogel zijn? Of een muis?”
Max snuffelt aan de sporen en loopt richting het hek. “Kom, we volgen Max,” zegt Pepijn en hij trippelt achter het hondje aan. Aan de rand van de tuin vinden ze een klein rood vlekje. Het is een tomatenschilletje!
Pepijn pakt het schilletje op. “Er is hier een tomaten-eter geweest!” zegt hij. “Wie lust er nou zo graag tomaten?” Mevrouw Roos denkt hardop: “De merels pikken soms in de aardbeien, maar niet in de tomaten. Misschien… een eekhoorn?”
Pepijn lacht. “Eekhoorns eten toch liever nootjes?” Samen kijken ze omhoog, naar de bomen achter de tuin. Daar! Iets roods schiet tussen de takken door.
Hoofdstuk 3: Op het Spoor van de Dader
Pepijn sluipt dichterbij. “Wat zie je?” fluistert mevrouw Roos. “Ik denk dat het… een vogel is!” zegt Pepijn. Ze zien een roodborstje op een tak zitten. In zijn snavel hangt een stukje tomaat.
Pepijn zwaait vrolijk naar het vogeltje. “Dat is de dader!” fluistert hij. Het roodborstje vliegt snel weg en laat een tomatenpitje vallen. Pepijn raapt het pitje op. “Het vogeltje wilde vast ook wat lekkers,” zegt hij.
Mevrouw Roos knikt. “Delen is lief. Misschien moeten we een paar tomaatjes achterlaten voor de vogels.”
Pepijn grinnikt. “En misschien kunnen we ze op een plankje leggen, dan hoeven ze niet alles uit de struik te pikken!” Mevrouw Roos vindt dat een geweldig idee. Ze pakken samen een oud plankje en leggen er wat tomaatjes op.
Pepijn kijkt trots naar zijn werk. “Nu kunnen wij én de vogels genieten van de tomaten!”
Hoofdstuk 4: Bedankt en Tot Ziens
De zon zakt langzaam achter de hoge flats. De tuin ruikt naar gras en verse aarde. Mevrouw Roos geeft Pepijn een grote glimlach. “Dankjewel, slimme speurneus! Zonder jou had ik nooit geweten wie de tomaatjes had opgegeten.”
Pepijn straalt. “Graag gedaan! Maar Max heeft ook goed geholpen. Dank je wel, Max!” Max blaft blij en kwispelt met zijn staart.
Samen plukken ze de groene tomaatjes die later rood zullen worden. “Volgende keer mag je weer mee speuren, Pepijn,” zegt mevrouw Roos. “Misschien lossen we dan wel een nieuw raadsel op!”
Pepijn zwaait vrolijk als hij naar huis loopt. “Dag mevrouw Roos! Dag Max! Tot snel in de tuin!” Vanuit de boom klinkt het zachte gefluit van het roodborstje. Iedereen in de tuin is blij. Het mysterie is opgelost, de tomaatjes worden gedeeld, en de dag eindigt met een vrolijk avontuur.