Hoofdstuk 1: Het Verdwenen Robotje
Op een zonnige woensdagmiddag liep Bas vrolijk naar het clubhuis. Vandaag was het weer club van de kleine wetenschappers. Bas hield van het clubhuis, want er stond altijd iets spannends te gebeuren. Binnen zaten de andere kinderen al rondom mevrouw Ans, die hun altijd alles over raketten, insecten of bellenblaas wist te vertellen.
Maar vandaag keek mevrouw Ans een beetje bezorgd. “Goedemiddag allemaal,” zei ze. “We gaan vandaag experimenteren met onze robotjes. Maar… er is een probleem. Robby, onze blauwe robot, is verdwenen!”
Bas spitste zijn oren. Een mysterie! Net als in de boeken die papa hem voorlas. Hij voelde zijn hartje sneller kloppen.
“Wie wil me helpen zoeken?” vroeg mevrouw Ans. Bas stak meteen zijn vinger op. “Ik! Ik wil wel detective zijn!”
“Wat een goede hulp,” glimlachte mevrouw Ans. “Gebruik je speurneus maar. Misschien kun jij ontdekken waar Robby gebleven is.”
Hoofdstuk 2: De Speurtocht Begint
Bas begon meteen. Hij keek rond in het clubhuis. Hier stonden tafels vol proefjes. In een hoek lag een grote doos met knutselspullen. Op een plank stonden alle robotjes — behalve Robby.
Bas dacht goed na: “Robby was laatst nog druk aan het dansen op tafel.” Hij vroeg aan de kinderen: “Wie heeft Robby als laatste gezien?”
Mila, het meisje met de vlechtjes, stak haar hand op. “Ik! Gisteren heeft Robby mijn toren omgestoten. Daarna heb ik hem op tafel gezet.”
Bas knikte en keek op tafel. Geen robotje. Alleen wat knutselpapier, lijm en een grote, lege schaal.
Toen hoorde hij een zacht gehuil. “Hoor je dat?” vroeg Bas. De kinderen luisterden mee. Het geluid kwam van onder de tafel.
Bas kroop eronder. Maar het was geen robotje, het was Tom, die zijn sok kwijt was. Iedereen moest lachen.
Bas kroop weer tevoorschijn. “Tom, heb jij Robby gezien?” vroeg hij hoopvol.
Tom schudde zijn hoofd. “Nee. Maar ik zag wel iemand vanmorgen met iets blauws lopen.”
Bas dacht hard na. Iemand met iets blauws? Zou dat Robby kunnen zijn?
Hoofdstuk 3: De Tovenaar van het Clubhuis
Bas wist het: hij moest naar de kast kijken waar het gereedschap lag. Misschien had iemand Robby daar per ongeluk gelegd. Hij opende de kast voorzichtig. Een hoop bakjes, touwen en scharen keken hem aan. Maar geen robot.
Ineens liep Juf Ans naar Bas toe. “Ik hoorde dat je goed aan het zoeken bent, Bas. Wil je een tip?”
Bas knikte.
“Let eens goed op nieuwe dingen in het clubhuis,” fluisterde mevrouw Ans.
Bas liep rond en keek goed in de kamer. Plots viel zijn oog op de knutselhoek. Daar stond een hele speciale raket, gemaakt van karton en folie. Maar… er stak iets blauws uit de onderkant!
Bas rende ernaartoe en trok voorzichtig aan het blauwe dingetje. Het was Robby! Iemand had Robby in de raket gebouwd.
Alle kinderen kwamen er snel omheen staan. “Wie heeft dat gedaan?” lachte Mila.
Dan stak Hugo voorzichtig zijn hand op. “Ik wilde dat Robby naar de maan ging. Dus ik bouwde een raket om hem heen. Maar toen kreeg ik de raket niet meer open…”
Iedereen moest hard lachen. Bas vond het een geweldig idee.
Hoofdstuk 4: Het Feestje na de Speurtocht
Met z'n allen haalden ze Robby voorzichtig uit de kartonnen raket. Mila aaide Robby over zijn blauwe hoofdje. Hugo bloosde een beetje, maar Bas gaf hem een schouderklopje. “Dat was slim bedacht, Hugo! Je hebt Robby de ruimte in gestuurd!”
Mevrouw Ans glimlachte trots. “Wat fijn dat jullie elkaar hebben geholpen. En wat knap dat Bas het mysterie heeft opgelost.”
Dan zetten ze Robby midden op tafel. Iedereen mocht hem weer even laten dansen. Zelfs Tom liet zijn sok even liggen om te kijken.
Bas voelde zich een echte detective. Samen hadden ze het raadsel opgelost, met goede vragen, goed kijken en goed luisteren. En met een beetje hulp van elkaar.
Toen de club voorbij was, zwaaiden de kinderen elkaar uit. Bas huppelde naar huis, met nieuwe ideeën en een grote glimlach. En wie weet welk avontuur er de volgende keer weer klaarstond?