Hoofdstuk 1
Er waren eens drie vriendjes: Sam, Tom en Finn. Sam zat in een rolstoel, maar dat maakte niet uit. Ze speelden altijd samen en deden veel leuke dingen. Op een mooie, zonnige dag zeiden ze: “Laten we naar het park gaan!”
In het park zagen ze veel bomen, bloemen en vogels. Sam zei: “Kijk, de bloemen zijn zo mooi!” Tom knikte en zei: “Ja, en de vogels zingen zo vrolijk!” Finn, de nieuwsgierige, vroeg: “Waarom zijn de bomen en bloemen belangrijk?”
Sam dacht even na en zei: “Bomen geven ons schaduw. Bloemen maken ons blij!” Tom voegde toe: “En vogels helpen de bloemen te groeien!” Ze lachten en besloten om meer te leren over de natuur.
Hoofdstuk 2
De jongens kwamen een vrouw tegen in het park. Ze was druk bezig met het planten van nieuwe bomen. “Hallo!”, zei ze vriendelijk. “Ik ben juf Lotte. Ik help de natuur!” De jongens keken haar met grote ogen aan.
“Wat doe je?” vroeg Finn. “Ik plant bomen omdat ze helpen de lucht schoon te maken,” antwoordde juf Lotte. “Zonder bomen kunnen we niet goed ademen.”
“Dat klinkt belangrijk!” zei Sam. “Kunnen we helpen?”
“Ja, natuurlijk!” zei juf Lotte. “Jullie kunnen helpen met het planten van deze bomen. Het is leuk en goed voor de aarde!”
De jongens waren blij. Ze hielpen met graven en planten. Sam duwde zijn rolstoel dicht bij de bomen. “Ik kan helpen met de waterkan!” zei hij. “Dat is een geweldig idee!” zei juf Lotte.
Ze plantten samen de bomen en gaven ze water. “We zijn een team!” riep Tom. “Ja, een groen team!” zei Finn.
Hoofdstuk 3
Na een tijdje waren de bomen geplant. De jongens keken trots naar hun werk. “Kijk hoe mooi het is!” zei Sam. “Ja, we hebben de natuur geholpen!” zei Tom.
Juf Lotte glimlachte. “Als we samen werken, kunnen we veel doen voor de aarde. Dit helpt de vogels, de bloemen en de lucht!”
De jongens waren blij. Ze leerden dat ze samen de wereld een beetje beter konden maken. “Laten we dit vaker doen!” zei Finn. “Ja, laten we de natuur beschermen!” zei Sam.
En zo gingen de jongens vaak terug naar het park. Ze plantten meer bomen, hielpen met het opruimen van afval en leerden steeds meer over de natuur.
Elke keer als ze in het park kwamen, konden ze de bomen zien groeien. En dat maakte hen heel gelukkig. Ze wisten nu dat ze samen een verschil konden maken.
“De natuur is onze vriend,” zei Tom. “Ja, laten we goed voor haar zorgen!” zei Sam.
Vanaf die dag wisten de jongens dat elke kleine actie belangrijk was. En dat het samen werken aan een schone en groene wereld heel leuk was!