Hoofdstuk 1
"Waar is de mand met appels gebleven?" vroeg Noor, terwijl ze naar de lege tafel keek. Haar ogen waren groot en bezorgd. Ze stonden op de boerderij De Zonnekop, waar de geitjes en konijnen hen altijd verwelkomden.
"Liza had ze gisteren nog," zei Feline langzaam. "We hebben ze meegebracht voor de diertjes."
Noor snoof. "Ze waren speciaal voor de lunch van de geiten. En voor later, als traktatie."
De boerin, mevrouw Janssen, kwam aangesneld. "Ik weet het," zei ze zacht. "De mand was vol toen ik de dieren voerde. Vanmorgen: gone."
Drie meisjes keken elkaar aan. Ze waren acht jaar en deden alles samen. Noor, Liza en Feline. Ze noemden zichzelf de Drie Speurneuzen. "Een mysterie!" fluisterde Noor. "We moeten onderzoeken."
"Maar geen bangmakverhaal," zei mevrouw Janssen snel. "Ik wil gewoon weten wat er gebeurd is. Als jullie willen helpen, dan... graag."
"Nooit bang," zei Liza met een vrolijke glimlach. "We zoeken sporen. We vragen mensen. We vergelijken papieren." Ze keek naar Noor en Feline. "We zijn speurneuzen."
"En we vinden altijd iets leuks," voegde Feline eraan toe. "Misschien zijn het wel vlijtige muisjes."
Mevrouw Janssen lachte kort. "Kom maar binnen. Jullie mogen de stal en het kantoor bekijken."
De meisjes renden. Hun harten bonkten opgewonden. Een mysterie op de boerderij! Ze begonnen bij de tafel waar de mand stond. "Kijk," zei Noor. "Er ligt een klein stukje touw. En dit... kruimels van appel." Ze hield een klein stukje papieren etiket omhoog. "Een prijsetiket."
"Toch niet een muis," zei Liza bedachtzaam. "Muizen knabbelen, maar pakken geen mand."
"Dan maar mensensporen," zei Feline. "Laten we eerst met boerin praten."
De boerin vertelde wie er gisteren op de boerderij waren: een schoolklas, een nieuwe vrijwilliger, en een man die stro kwam brengen. De meisjes knikten. "We beginnen bij de vrijwilligers," zei Noor.
Hoofdstuk 2
De nieuwe vrijwilliger heette Samira. Ze werkte soms in het kantoor en betaalde soms dingen voor de boerderij, zei mevrouw Janssen. "Ze is heel lief," zei de boerin. "En ze helpt veel met administratie. Ze maakt ook de facturen."
"Facturen?" herhaalde Liza. "Dat zijn papieren waarop staat wat je betaalt, toch?"
"Ja," zei mevrouw Janssen. "Voor voer, stro, en soms appels voor de dieren. Alle aankopen staan op de factuur."
"Dat is slim," zei Feline. "We moeten die facturen zien. Misschien staat er iets over appels."
Samira zat in het kantoor, haar haar in een net knotje. Ze keek verrast toen de meisjes binnenstormden. "Hoi," zei ze. "Wat is er?"
"De mand met appels is weg," zei Noor. "We zoeken een aanwijzing. Magnen wij de facturen bekijken?"
Samira knikte en haalde een la open. Ze gaf de meisjes stapels papier. "Hier zijn de facturen van de laatste week. Ik heb ze net op een rij gelegd."
De meisjes gingen op hun knieën en spreidden de papieren uit op de vloer. Ze waren netjes, met kopjes en bedragen en stempels. "Kijk," zei Liza. "Deze is van maandag, appels: 12 euro. Dinsdag: geen appels. Maar op vrijdag staat appels niet op de factuur, terwijl er wel een handtekening staat."
"Een handtekening?" zei Noor verbaasd. "Wie heeft getekend?"
"Samira," zei mevrouw Janssen zacht. "Ze tekent vaak de kleine aankopen af."
"Noor, kijk," zei Feline. "Er is ook een klein papiertje apart. Een kassabonnetje zonder factuurnummer. En er staat: 'Appels - contant - 8 euro'."
Noor fronste. "Waarom staat dat apart? Als mevrouw Janssen wist dat we appels hadden, had ze dat op de factuur gezet."
De meisjes vergeleken de papieren nauwkeurig. Ze legden facturen naast kassabonnen. Ze telden bedragen. Ze zochten naar verschillen. "Er klopt iets niet," zei Liza. "De hoeveelheden zijn niet hetzelfde."
"Misschien heeft iemand de appels meegenomen en betaald met contant geld," zei Feline. "Of iemand heeft iets gekocht zonder te vragen."
Samira zat stil. "Ik ontwijk niets," zei ze. "Soms betaal ik kleine dingen zelf en zet het op een apart papiertje. Ik dacht dat het makkelijker was."
"Maar waarom contant en niet op de factuur?" vroeg Noor. "Als je het op de factuur zet, zien iedereen het. Dan weet de boerderij dat de appels er zijn."
"Ik wilde het geheim houden," zei Samira zacht. "Ik dacht: als ik direct betaal, hoeft de boerderij niet te zoeken in het geld, en de diertjes hebben meteen voer. Ik liet het papiertje bij de bonnen, maar misschien is het kwijtgeraakt."
De meisjes keken elkaar aan. "Kunnen we de winkel bellen?" vroeg Liza. "Misschien weten zij of er eerder iemand anders is geweest."
"Of we bellen de buurman die stro bracht," zei Noor. "Misschien heeft hij iets gezien."
Feline glimlachte. "We bellen alles op. Maar eerst: we moeten een lijst maken met wie wanneer op de boerderij was en wat ze deden. Als we de tijden weten, kunnen we de papieren goed vergelijken."
Ze maakten een lijst. De schoolklas was er van tien tot twaalf. De stroboer kwam om elf. Samira werkte de hele ochtend in het kantoor en hield de sleutels. De winkel leverde appels de dag ervoor.
"Ik kan bellen," zei Noor. "Ik neem mijn notitieboekje mee."
Ze maakten plannen. Hun speurwerk voelde als een echt onderzoek. Ze voelden zich slim en kalm.
Hoofdstuk 3
De stroboer, meneer Koster, zat op een stapel hooi en lachte vriendelijk. "Appels? Nee, die heb ik niet gezien. Ik bracht stro en ging meteen weer. Jongens en meisjes rennen altijd tussen de stallen door, misschien heeft iemand ze meegenomen."
De leraren van de school zeiden dat hun klas geen appels had meegenomen. De kinderen hadden getekend en geaaid. Niemand had de mand gezien.
De winkel, een kleine buurtwinkel, vond het kassabonnetje. "Het is van het kraampje op de markt," zei de winkelier. "Een mevrouw kocht appels voor 8 euro contant op vrijdagochtend."
"Was er iets speciaals op de bon?" vroeg Liza.
"Een krabbeltje: 'Voor De Zonnekop'. Geen naam."
"Dan was iemand die niet op de factuur stond," zei Feline.
Terug op de boerderij keken de meisjes nog heel vaak naar de papieren. Ze vergeleken de datum op de kassabon met de handtekening op de factuur. "De kassabon is vrijdag," zei Noor. "De factuur is van maandag. Maar de mand is van gisteren."
"Misschien kocht iemand zelf extra appels voor de boerderij," zei Samira. "Ik heb wel eens geld van mijn zakje gegeven."
"Wie? We weten dat iemand contant betaalde," zei Liza. "Wie helpt hier nog meer?"
Ze gingen opnieuw naar de stal. De geitjes stonden rustig te knabbelen. Een klein meisje zat op een krukje en keek toe. Ze was een vrijwillig hulpje van de boerderij en was er vaak op woensdagen.
"Ken jij die mevrouw die appels kocht?" vroeg Noor voorzichtig.
Het meisje schudde haar hoofd. "Wel, ik zag iemand met een rode jas lopen. Ze sprak zacht tegen de dieren. Ze gaf ze stukjes appel."
"Noor, dat is een aanwijzing," fluisterde Liza.
"Een rode jas," zei Feline. "Wie draagt dat hier vaak?"
Ze dachten aan de mensen van de buurt. Plotseling herinnerde Samira zich iets. "Er was vorige week een oudere vrouw die altijd bloemen bracht," zei ze. "Ze had een warme rode jas. Ze zei dat ze de dieren graag iets wilde geven."
"Misschien is zij de mevrouw," zei Noor. "Ze kocht appels en gaf ze aan de dieren, en legde het kassabonnetje op een plaats waar het later weggewaaid is."
"Of ze heeft de mand meegenomen omdat het regende," zei Feline. "Wat zou een lieve vrouw doen?"
De meisjes gingen zoeken naar de rode jas. Ze vonden haar bij het vogelhuisje, waar ze de vogels zat te voeren. Haar ogen twinkelden. "Oh, wat een slimme meisjes," zei ze zacht. "Ik hoorde dat de boerderij moeite had met voer. Dus ik kocht appels. Ik wilde de dieren verwennen."
"Maar de boerin weet niet dat u dat heeft gekocht," zei Noor. "Er is een bonnetje, maar het staat niet op de factuur."
De vrouw lachte. "Het was een kleine aankoop. Ik betaalde contant. Ik dacht dat het een verrassing was."
"U hebt de mand meegenomen?" vroeg Liza voorzichtig.
"Ja," zei de vrouw. "Ik nam de mand even mee naar mijn auto omdat het begon te regenen. Ik zette hem op het dashboard om hem droog te houden. En toen reed ik weg. Ik vergat hem. Pas thuis merkte ik dat de mand nog in mijn auto lag. Toen bracht ik hem terug en gaf de appels aan de dieren. Ik had het niet gezegd omdat ik niet wilde stoer doen."
"Noor, ze heeft de kassabon," zei Feline blij. "Ze kocht de appels echt."
Mevrouw Janssen kwam aanrennen. "Heeft u de mand gevonden?" vroeg ze hoopvol.
De vrouw knikte en gaf een verlegen glimlach. "Ik heb hem even meegenomen. Sorry, ik had het beter moeten zeggen."
Mevrouw Janssen ademde opgelucht. "Dank u wel! Wat lief dat u aan de dieren dacht."
De meisjes keken naar elkaar. Hun onderzoek had geleid naar een eenvoudige, lieve verklaring. Geen dief, geen gevaar. Alleen een vergissing en veel zorg.
Hoofdstuk 4
Nadat alles was uitgelegd, zaten de drie speurneuzen met een warme appel en melkpudding op een bankje. De geitjes knabbelden tevreden. "Goed werk, team," zei Noor trots. "We hebben alle papieren vergeleken en een winkel gebeld."
"En we hebben geleerd dat facturen belangrijk zijn," zei Liza. "Als je dingen opschrijft, weet iedereen wat er gebeurt."
"En dat je soms contant moet noteren wat je voor een gemeenschappelijke plek koopt," voegde Feline toe. "Daarom is het fijn dat Samira de kleine papieren bewaarde."
Samira glimlachte. "Jullie hebben me geholpen om alles op een rijtje te zetten. Ik zal voortaan alle aankopen op de factuur zetten. Bedankt."
Mevrouw Janssen keek naar de meisjes. "Dank jullie wel, lieve kinderen. Jullie kalmte en oplettendheid brachten duidelijkheid. Ik ben blij en dankbaar."
"Noor, Liza, Feline," zei de vrouw met de rode jas, "mag ik jullie iets geven?" Ze haalde uit haar tas een kleiner mandje met zelfgebakken koekjes. "Voor de speurneuzen. En bedankt dat jullie zo vriendelijk en zorgvuldig waren."
"Wat fijn!" zei Liza. "Dank u wel!"
"Wij danken u," zei Noor. "En we zijn blij dat de dieren hun appels hebben."
Feline keek naar de diertjes en zuchtte tevreden. "Mysterie opgelost. En iedereen was aardig. Dat is de beste conclusie."
Mevrouw Janssen nam een diepe adem. "Ik wil iedereen bedanken. Jullie hebben me gerustgesteld. Bedankt dat jullie kwamen helpen."
"En we hebben iets geleerd over samen werken," zei Noor. "Dat is ook belangrijk."
De meisjes voelden zich warm en blij. Ze hadden niet alleen een mysterie opgelost; ze hadden ook mensen bij elkaar gebracht. De boerderij voelde nu nog huiselijker.
"Hé detectives," zei Feline. "We moeten een rapport schrijven."
"Nooit!" lachte Noor. "Eén appel is lekkerder dan een rapport. Maar we kunnen wel een briefje maken voor Samira, zodat ze niet vergeet op de factuur te zetten wat ze koopt."
Ze schreven samen een kort kaartje en plakten het in het kantoordossier. Ze maakten het netjes en vrolijk. "Voor de administratie van De Zonnekop," zei Liza. "Met dank van de Drie Speurneuzen."
Voordat ze vertrokken, stond mevrouw Janssen even stil. Ze pakte haar telefoon en drukte op bellen. "Ik wil iemand bedanken," zei ze tegen de meisjes. "Even een telefoontje."
De meisjes luisterden terwijl mevrouw Janssen sprak. "Hoi, vandaag was de boerderij zo aardig geholpen door drie meisjes. Ze noemden zichzelf de Drie Speurneuzen. Ze hebben ons geholpen met facturen en met zoeken. Wil je dat ik ze uitnodig voor volgende week? Dan mogen ze de dieren weer voeren."
"Noor, dit is jouw moment," mompelde Liza.
"Noor, pak de telefoon," zei mevrouw Janssen lachend. "Bel op en bedank iedereen die heeft geholpen."
Noor nam de telefoon. Haar vingers trilden een beetje. Ze belde de vrouw met de rode jas terug, en daarna Samira's moeder, die later langs zou komen. "Dank u dat u ons heeft geholpen," zei ze oprecht. "U bent heel lief."
Na de telefoontjes stond de zon laag en goud. De meisjes liepen naar de poort. Ze keken nog één keer om. De boerderij zag er rustig uit. De geitjes hadden hun appels, de vogels hun zaad, en iedereen voelde zich dankbaar.
"Het was een goed mysterie," zei Noor. "En het eindigde met dankbaarheid."
"Dat is het beste soort einde," zei Liza.
"En we kunnen opnieuw speuren morgen," zei Feline vrolijk. "Misschien ligt er dan een mysterie op het pad."
Ze zwaaiden en liepen naar huis. Hun stappen waren licht. Ze hadden iets goeds gedaan. En de wereld voelde een beetje vriendelijker dan daarvoor.