Hoofd op onderzoek
Bram de bever hield van schroeven en lijm. Zijn houten vuistjes waren altijd een beetje plakkerig van boenwas. Bram woonde in een klein huisje aan de oever van het brede kanaal. Hij was geen gewone bever. Hij was een klein onderzoekertje. Zijn ogen waren scherp. Zijn oren luisterden goed. Zijn neus rook kleine raadsels.
Op een zonnige ochtend zag Bram iets ronds en blauw op de kade liggen. Het was een blauwe gum. Niet zomaar een gum, maar een gum met een klein sterretje erop. Bram bukte en pakte hem op. Wie had zijn gum verloren? Bram hield van dingen die verdwenen en weer opdoken. Hij besloot: vandaag werd er een mysterie opgelost.
Bram stapte zijn dagboek open, zette een kruisje bij 'blauwe gum' en tekende een klein sterretje. Hij keek rond. In de verte hoorde hij de bel van de veerboot en zagen eenden hun veren schudden. Alles leek rustig, maar een klein gedichtje in zijn hoofd zei: niets is te klein voor een onderzoek.
Sporen langs het water
Bram liep langs het kanaal. Hij lette op natte voetafdrukken, losse touwtjes en stukje karton. Af en toe boog hij zich en tikte met zijn vinger op iets – een pluisje, een spikkeltje verf. De blauwe gum kon van een schooltas zijn, van een kunstenaar of van een ander dier dat graag lastige woorden uitwiste.
Bij de oude boom zag Bram een rij kleine voetstappen in de modder. Ze waren niet van een bever. Ze waren te klein en rond. Bram volgde ze. De voetstappen leidden naar een roeiboot die zachtjes tegen de kant tikte. In de boot zat een boekenpak met bladzijden die in de wind fladderden. Op het touw van de boot hing een groene muts.
"Hallo?" riep Bram zacht. Een kleine stem antwoordde. "Ik ben Kiki de muis. Mijn boeken vielen, mijn muts zwom bijna weg en mijn gum ook." Kiki keek verdrietig. Bram liet zijn snorharen trillen van plezier: een aanwijzing!
Bram vroeg: "Waar was je?" Kiki wees naar de brug. "Ik tekende een kaart en een boot schommelde. Mijn gum viel uit mijn etui." Bram keek naar de boot en zag vage blauwe vegen op de rand. Misschien had iemand zich afgedroogd met een gum? Het klopte niet helemaal, maar Bram groef verder.
Bram vond kleine blauwe sporen die niet naar de boot, maar naar het water leidden. Iets of iemand had iets blauws in het kanaal gegooid. Bram keek naar het glinsterende water. Was de gum in het kanaal? Dat kon niet goed zijn. Een gum in het water raakte kapot, dacht Bram. Hij wilde helpen oplossen en ook repareren als dat nodig was.
Onder en over het kanaal
Bram nam zijn rugzakje. Hij stopte er een touw, een handdoek, een schep en zijn vergrootglas in. Hij was voorzichtig. Het kanaal was breed en spiegelend. Bram zag kleine rimpels. Plots dobberde iets blauw tegen een rietstengel. Bram pakte snel de roeispaan van een voorbijganger en duwde voorzichtig. De blauwe gum kwam vrij en landde in zijn hand. Gelukkig, de gum was heel!
"Jippie!" zei Bram bijna hardop. Kiki huppelde blij. Bram keek goed. De gum had een naam geschreven in zachte letters: 'M. Mol'. Bram dacht aan Meneer Mol, de timmerman die altijd bruine laarzen droeg en van toetsenbordvegen hield. Maar Bram herinnerde zich ook aan het oude dammetje verderop, waar een mol graag graasde.
Bram klopte op de gum met zijn nagel. Er zat een minuscuul vaag vlekje inkt op. Hij toverde zijn vergrootglas en onderzocht het. De inkt was groenig, niet zwarte schoolinkt. Alsof iemand een groene pen had gebruikt.
Bram vroeg Kiki om te bedenken wie met groene pen schreef. Kiki dacht aan schoolmeester Uil, die groene stickers gebruikte. Bram knikte. Dan was er nog Nora de otter die vaak schetste met groene stiften. Bram schreef dit op in zijn dagboek: 'Mogelijke eigenaren: Meneer Mol, Meester Uil, Nora de otter.'
Bram en Kiki liepen naar het dammetje. Daar zat Nora te boetseren met klei. Ze had nat haar en een paar waterdruppels op haar snuit. "Is dit jouw gum?" vroeg Bram terwijl hij de gum omhoog hield. Nora glimlachte. "Nee, maar ik gebruik vaak groene stift, dus soms worden mijn gummen groen." Ze schudde haar kopje en bood een stukje klei aan. Nora zei: "Je kunt repareren, weet je dat? Als iets kapot is, kun je het vaak weer heel maken."
Bram dacht aan repareren. Niet alles komt terug zoals het eerst was, maar vaak wordt het beter. Hij voelde zich warm van binnen. Repareren betekende helpen. Dat hoorde bij zijn kleine hart.
Een dans van dank
Bram had genoeg aanwijzingen. Hij vergeleek ze in zijn hoofd: blauwe gum met sterretje, groene inktvlek, spoor naar het water, naam 'M. Mol'. Bram stapte naar Meneer Mol die onder de brug zijn gereedschap netjes legde. Meneer Mol schrok even toen hij de gum zag. "O, dat is de gum van mijn kleinzoon Milo," zei hij. "De sterretjes zijn zijn favoriet!" Maar hij fronste. "Milo tekent graag met groene pen als hij waterplanten tekent. Maar hij was gisteren aan de overkant van het kanaal."
Bram knikte. Alles viel samen als planken in een dam. Milo had getekend, zijn gum was uit de zak gevallen, de wind had gespeeld, en een lichte golf had hem naar het riet geduwd. Toen de gum weer op de kade lag, had iemand hem misschien gezien en gepakt of misschien bijna laten vallen. Bram keek naar Milo, die zenuwachtig heen en weer schommelde. Milo was blij om zijn gum terug te zien. Hij bedankte Bram met een brede glimlach.
"Mag ik iets doen?" vroeg Milo zacht. Bram keek naar de gum en naar Milo's kapotte rugzakbandje. Ah, daar was de volgende klus. Bram haalde een stukje touw uit zijn rugzak en vroeg koekjesmiep Nora om een knoop. Samen repareerden ze de rugzakband. Bram legde uit hoe je een knoop steviger maakt: twee keer om, dan trekken als een heftige wind. Milo keek trots. Repareren voelde goed.
Om te vieren, stelden Nora en Kiki voor om een kleine dans te doen. De zon scheen zacht. Bram voelde hoe zijn staart even danste. Geen grote show, maar een vrolijk wiegen. "Een dankdans," fluisterde Kiki. Iedereen deed mee. Ze klapten met poten en staarten. De veerboot flikkerde in de verte. Het kanaal glansde als een spiegel van een verhaal dat goed afloopt.
Milo gaf Bram een tekening terug: een gum met een sterretje naast een brug. Bram stopte de tekening in zijn dagboek. Hij voelde zich tevreden. Het mysterie was opgelost, de gum was terecht, de rugzak hersteld. Maar het mooiste vond Bram de manier waarop iedereen hielp.
Die avond, toen de maan zachtjes over het kanaal gluurde, schreef Bram nog één regel in zijn dagboek: "Als iets kapot gaat, kun je het proberen te maken. En soms is samen dansen de laatste stap van herstel." Hij sloot het boek, legde de blauwe gum onder zijn kussen – voor het geval van nieuwe raadsels – en sloot zijn ogen met een glimlach.