De Vriendelijke Beer en de Vergeten Honing
Er was eens een grote, zachte beer. Zijn naam was Benny. Benny woonde in een mooi, groen bos. Het bos was vol met hoge bomen en kleurrijke bloemen. Benny hield van zijn bos, maar hij hield nog meer van honing.
Op een zonnige dag zei Benny: “Ik wil honing! Ik ga het zoeken!” Hij liep door het bos en vroeg aan zijn vriend, de slimme eekhoorn, Sien.
“Hallo Sien!” zei Benny. “Weet jij waar ik honing kan vinden?”
Sien keek op van haar dennenappel en zei: “Ja, Benny! Er is een grote bijenkorf bij de oude eik.”
“Dank je, Sien!” zei Benny blij. Hij rende naar de oude eik. De zon scheen helder en de vogels zongen vrolijk.
Bij de oude eik zag Benny de bijenkorf hangen. “Honing, hier kom ik!” riep hij. Maar toen hij dichterbij kwam, hoorde hij een zoemend geluid. “Zoem, zoem, zoem!” Het waren de bijen.
“Hallo, bijen!” zei Benny. “Mag ik wat honing?”
De bijen antwoordden: “Ja, Benny, maar je moet vriendelijk zijn. Deel je honing met ons!”
Benny dacht even na en zei: “Oké, ik deel mijn honing met jullie!”
De bijen waren blij. Ze gaven Benny een grote lepel honing. “Dank je, Benny!” zeiden ze.
Benny at de honing en het was heerlijk! “Wat een fijne dag!” zei hij. “Vriendschap is zo zoet!”
En zo leerde Benny dat delen met vrienden het leven zoeter maakt.
Einde.