Hoofdstuk 1
In een klein, vrolijk dorpje woonde een groene, blije fles. Haar naam was Bella. Bella hield van de natuur en vond het heerlijk om buiten te zijn. Elke ochtend, als de zon opkwam, keek Bella naar de bomen, de bloemen en de vogels. "Wat is de wereld mooi!" zei ze altijd. Maar soms zag Bella ook afval op de grond. "Oh nee! Dit is niet goed voor de natuur," dacht ze.
Op een dag, terwijl ze met haar vriendje, een vrolijke appel genaamd Aapje, in de tuin speelde, zei Bella: "Aapje, we moeten iets doen! Er ligt te veel rommel in ons mooie dorp." Aapje knikte. "Ja, laten we de anderen helpen om de natuur schoon te maken!"
Hoofdstuk 2
Bella en Aapje gingen naar de school en vertelden iedereen over hun idee. "Laten we samen een schoonmaakdag organiseren!" zei Bella enthousiast. De kinderen waren blij en riepen: "Ja, dat willen we doen!" Bella en Aapje maakten mooie posters. Ze gebruikten vrolijke kleuren en tekenden bloemen en bomen. "Kom op zaterdag naar het park!" stond er op de posters.
Die zaterdag kwamen veel kinderen naar het park. Bella was zo blij! "Kijk, iedereen is hier!" zei ze. "Laten we beginnen!" De kinderen pakten zakken en begonnen het afval op te rapen. "Hier ligt plastic!" riep een meisje. "Ik zie een oude krant!" zei een jongen. Ze werkten samen en lachten veel.
Hoofdstuk 3
Na een paar uur was het park schoon en mooi! Bella en Aapje keken trots naar hun werk. "Wat een verschil!" zei Bella. "De natuur is weer gelukkig!" De kinderen dansten en zongen. "Dank je, Bella!" zeiden ze. "Jij hebt ons geholpen om de natuur te beschermen!"
Bella voelde zich blij en trots. "We kunnen dit elke maand doen," stelde ze voor. "Dan blijft ons dorp schoon!" Iedereen juichte, want ze vonden het leuk om samen te werken en de natuur te helpen.
Vanaf die dag organiseerden Bella en Aapje elke maand een schoonmaakdag. De bomen, bloemen en dieren in het dorp waren heel gelukkig. En Bella? Ze glimlachte elke ochtend, wetende dat ze samen met haar vrienden de wereld een beetje mooier maakte. "Laten we de natuur altijd beschermen!" zei ze. En dat deden ze, elke dag weer.