Hoofdstuk 1: De Drie Vrienden en de Zonnestralen
Op een vrolijke ochtend zaten Noor, Sam en Daan samen buiten op het gras. Noor had haar rode jurkje aan, Sam droeg een groene pet en Daan zat in zijn blauwe rolstoel. Ze hielden allemaal van de zon. Noor lachte. “De zon is zo warm vandaag!” zei ze.
Sam greep een stokje en tekende cirkels in het zand. “Ik teken de zon!” riep hij. Daan rolde naar hem toe en zei: “Kijk, ik help je. Laat mij ook een zon maken!”
Samen maakten ze de mooiste zonnetjes. Ze tekenden bloemen, vlinders en lachende gezichten. Plots klapte Daan in zijn handen. “Dit is de mooiste dag,” zei hij blij. Noor knikte. “Wij zijn samen. Alles is leuk met vrienden.”
Elke dag na school speelden Noor, Sam en Daan samen. Ze vertelden elkaar verhaaltjes, lachten om grapjes en hielpen elkaar altijd. Zelfs als iemand viel, stonden de anderen snel op om te helpen. Ze waren de beste vrienden.
Hoofdstuk 2: Het Grote Gemis
Op een dag kwam Noor alleen naar het speelplein. Ze keek rond. Daan was al op het gras, maar Sam was er niet. “Waar is Sam?” vroeg Noor bezorgd.
Daan keek naar de lege schommel. “Sam komt niet vandaag,” zei hij zacht. Noor voelde haar buik een beetje raar. Ze miste Sam. Zonder Sam was het stil.
De volgende dag kwam Sam weer niet. Noor vroeg aan haar mama, “Mama, waar is Sam? Komt hij morgen weer?” Mama keek verdrietig. “Lieve Noor, Sam is heel ziek geworden. Hij is nu niet meer bij ons.” Noor begreep het niet helemaal. “Komt Sam niet meer spelen?” vroeg ze met een klein stemmetje.
Mama knuffelde Noor stevig. “Soms worden mensen zo ziek dat ze niet meer beter worden. Sam is gestorven.” Noor luisterde goed, maar het klonk vreemd. Ze voelde tranen in haar ogen. “Dat is niet eerlijk,” snikte ze. Mama zuchtte en gaf een kus. “Het is heel verdrietig, lieverd. Het is goed om te huilen.”
Hoofdstuk 3: Verdriet en Herinneringen
Noor voelde zich verdrietig. Alles leek anders. Ze miste Sam elke dag. Op het speelplein keek ze steeds naar de lege schommel. Daan zei zacht: “Ik mis Sam ook.” Soms huilde Noor. Soms was ze boos. “Waarom moest Sam weg? Ik wil hem niet kwijt,” zei ze hard.
Daan veegde een traan weg. “Ik ben ook boos,” zei hij. “Sam was onze vriend.” Noor knikte. “Misschien is het goed om over Sam te praten,” zei ze. Dus begonnen ze herinneringen op te halen.
Ze vertelden over de grapjes die Sam maakte. Ze lachten om zijn gekke stemmetjes. Ze spraken over het zandkasteel dat ze samen bouwden. Zo werd het een klein beetje lichter in hun hart.
Mama kwam erbij zitten. “Jullie mogen altijd over Sam praten. Herinneringen zijn belangrijk. Het is goed om samen te lachen en te huilen.” Noor voelde zich een beetje beter. “Ik wil Sam niet vergeten,” zei ze. Mama glimlachte. “Dat hoeft niet. Sam blijft altijd in jullie hart.”
Hoofdstuk 4: Een Moment van Herinnering
Op een zaterdag gingen Noor en Daan samen met hun ouders naar het park. Ze hadden bloemen bij zich. Noor hield een gele bloem vast, Daan een blauwe. Ze gingen naar de plek waar ze altijd met Sam speelden.
Noor legde haar bloem onder de grote boom. “Deze bloem is voor Sam,” fluisterde ze. Daan legde zijn bloem erbij. “Dag Sam. We missen je.” Ze hielden elkaars hand vast. Het was stil, maar het voelde warm en fijn.
Noor keek omhoog naar de blauwe lucht. “Misschien kijkt Sam nu naar ons vanuit de lucht,” zei ze zacht. Daan knikte. “Hij lacht vast naar ons.”
Samen zongen ze een liedje dat Sam altijd zong. Ze lachten voorzichtig. Het zingen maakte hun hart een beetje blijer. Noor voelde zich sterk.
Hoofdstuk 5: Verdergaan met Liefde
De volgende dagen merkten Noor en Daan dat het steeds ietsje beter ging. Ze praatten vaak over Sam. Ze maakten samen een mooie tekening van hun drieën en hingen die boven hun bed. Als Noor verdrietig was, keek ze naar de tekening. Ze voelde dan dat Sam altijd een beetje bij haar bleef.
Op school vertelde Noor aan haar juf dat ze Sam miste. De juf luisterde goed. Ze zei: “Het is fijn dat je erover praat. Je hoeft niet alles alleen te voelen.” Daan vertelde aan zijn papa dat hij 's avonds soms bang was. Papa pakte zijn hand en zei: “Je mag altijd vertellen wat je voelt.”
Noor leerde dat het niet erg is om te huilen. Ze mocht boos zijn, of verdrietig. Maar ze leerde ook dat herinneringen helpen. Door samen te praten, samen te huilen en samen te lachen, werd haar hart weer een beetje lichter.
Noor en Daan speelden verder op het plein. Soms was het moeilijk, maar vaak dachten ze aan Sam en voelden ze zich sterk. Ze wisten nu: echte vrienden blijven altijd in je hart, ook als ze er niet meer zijn.
Samen maakten ze nieuwe herinneringen, maar Sam bleef altijd een speciaal plekje houden. Ze leerden dat praten helpt en dat herinneringen je sterk maken. Noor glimlachte. “We zijn samen. Net als altijd.”
En als de zon scheen, dachten ze aan Sam. Altijd.