Hoofdstuk 1: Het plan van Wolfje
Wolfje keek uit het raam van zijn slaapkamer. De lucht was blauw, de zon scheen en de vogels floten alsof ze een feestje hielden. Overal in het dorp waren rode en roze slingers te zien, want het was bijna Valentijnsdag. Wolfje wiebelde met zijn staart van opwinding. Dit jaar wilde hij iets speciaals doen. Niet alleen voor zijn beste vriend Vosje, maar voor iedereen die hem lief was. Wolfje had een idee: hij zou harten tekenen. Grote harten, kleine harten, gekke harten, hartjes met stippen en strepen en zelfs hartjes met snorharen!
Hij rende naar beneden, sprong drie treden tegelijk en kwam hijgend in de keuken. “Mama, mag ik wat papier en kleurpotloden?” vroeg hij. Zijn moeder keek lachend op van haar kopje thee. “Natuurlijk, Wolfje. Maar maak er geen rommel van, hè?” Wolfje knikte en griste het tekenspul van tafel. Hij had haast, want het beste plekje om te tekenen was het patio achter het huis. Daar groeiden zonnebloemen zo hoog als lantaarnpalen en stond een tafel vol potjes verf en krijtjes. Het was zijn favoriete plek, vooral als de zon scheen en de vogels hun mooiste liedjes zongen.
Hoofdstuk 2: De eerste hartjes
In het patio voelde Wolfje zich altijd vrolijk. De geur van bloemen, het zachte kussen van het gras, het gekwetter van de mussen – alles maakte hem blij. Wolfje legde het papier neer en begon te tekenen. Eerst een groot rood hart voor mama, met haar favoriete bloem erin. Toen een blauw hart voor Vosje, want die hield van de zee. Daarna een gekke verzameling mini-hartjes voor zijn kleine zusje, allemaal in regenboogkleuren.
Terwijl hij tekende, neuriede hij een vrolijk liedje. “Hartjes voor iedereen, want samen is veel fijner dan alleen!” Hij sprong op en danste door het patio, zwaaiend met zijn kleurpotloden. Maar toen hoorde hij een zacht geluid. “Pssst, Wolfje…”
Wolfje draaide zich om, maar zag niemand. “Wie is daar?” fluisterde hij. Het bleef even stil, tot er ineens een klein, lichtgevend wezentje op de tafel zat. Het had vleugels van suiker, glinsterende haren en een glimlach zo breed als de maan. “Ik ben Cupido, de vriendschapsengel!” giechelde het.
Hoofdstuk 3: De vriendschapsengel
Wolfje wreef in zijn ogen. “Ben je echt?” vroeg hij verbaasd. De engel sprong op en fladderde vlak voor zijn neus. “Zo echt als jouw hart klopt!” lachte Cupido. “Ik kom alleen bij kinderen die graag delen. En jij, Wolfje, bent de beste vriend van het bos.” Wolfje bloosde. “Dank je,” mompelde hij. “Maar ik wilde gewoon iets liefs doen voor mijn vrienden.”
Cupido tikte met haar toverstafje op het papier. “Weet je wat harten zo bijzonder maakt? Ze groeien als je ze deelt.” Wolfje keek naar zijn tekeningen. “Echt waar?” Cupido knikte. “Als je een hart weggeeft, krijg je er eentje voor terug. Probeer maar!” Wolfje lachte. “Dat ga ik doen!” Hij pakte zijn mooiste hart en rende naar binnen.
Hoofdstuk 4: Het gesloten gordijn
Maar toen Wolfje door de tuindeur wilde stappen, hing er ineens een dik, rood gordijn voor de deur. Hij kon er niet langs, niet eronderdoor, niet eroverheen. “Wat is dit nou?” mopperde hij. Hij trok aan het gordijn, maar het zat muurvast. “Misschien is dit een test van Cupido,” dacht hij. “Of een grapje van mijn zusje.”
Wolfje probeerde het gordijn opzij te duwen, maar het was alsof het hem tegenhield. “Je mag pas verder als je durft te vragen om hulp,” fluisterde ineens een stemmetje. Wolfje zuchtte. Hij was altijd zo stoer geweest, maar nu had hij echt hulp nodig. Hij riep: “Mama! Kun je me helpen met het gordijn?” Zijn moeder kwam aanlopen, keek naar het gordijn en glimlachte. Samen trokken ze eraan, tot het gordijn zachtjes openging.
Achter het gordijn stond Cupido te klappen. “Goed gedaan, Wolfje! Vrienden vragen soms hulp aan elkaar. Dat is ook vriendschap.”
Hoofdstuk 5: Hartjes delen
Nu het gordijn open was, rende Wolfje het huis in. Overal waar hij kwam, liet hij een hartje achter: op het bord van zijn zusje, in de jaszak van zijn vader, op het kussen van zijn moeder. Daarna ging hij naar buiten, het bos in. Hij gaf een hartje aan Vosje, die meteen begon te lachen. “Wat mooi! Nu heb ik ook iets voor jou!” zei Vosje, en haalde een koekje uit zijn tas.
Wolfje voelde zich warm vanbinnen. Overal waar hij liep, groeide de glimlach op zijn gezicht. Zelfs de oude egel kreeg een hartje, en de muisjes piepten vrolijk toen ze hun hartjes vonden. “Dank je, Wolfje,” piepte een van de muisjes. “Nu voel ik me extra blij vandaag!”
Cupido zweefde boven Wolfje. “Zie je wel? Harten groeien als je ze deelt.” Wolfje knikte en sprong in een plas van geluk.
Hoofdstuk 6: Een verrassing in het patio
Na een lange middag vol hartjes en knuffels kwam Wolfje terug in het patio. Hij wilde nog één laatste hart tekenen, dit keer voor zichzelf. Maar toen hij bij de tafel kwam, zag hij dat al zijn vrienden daar zaten: Vosje, zijn zusje, de egel, de muisjes en zelfs zijn moeder. Ze hadden het patio versierd met slingers en ballonnen in alle kleuren van de regenboog.
“Verrassing!” riepen ze tegelijk. Op de tafel lag een klein doosje, prachtig ingepakt met een lint. Wolfje keek verbaasd naar Cupido, die knipoogde en fluisterde: “Soms mag je ook een cadeautje ontvangen, Wolfje.”
Wolfje maakte het doosje open. Binnenin lag een gouden potlood, met zijn naam erin gegraveerd. “Voor de beste vriend van het bos,” stond er. Wolfje voelde tranen van blijdschap prikken. “Dank jullie wel,” fluisterde hij. “Jullie zijn de liefste vrienden ooit.”
Hoofdstuk 7: Hartjes voor altijd
Die avond zat Wolfje op zijn bed, het gouden potlood stevig in zijn pootjes. Hij dacht aan alles wat er gebeurd was: de harten, het gordijn, Cupido en het cadeau. Hij glimlachte en voelde zich gelukkiger dan ooit. Vriendschap, dacht hij, dat is samen lachen, samen delen en soms samen huilen. En een beetje magie helpt altijd.
Hij tekende nog één hartje, dit keer op een briefje voor zichzelf: “Vergeet nooit: delen is vermenigvuldigen.” Daarna stopte hij het briefje onder zijn kussen en viel in slaap, terwijl buiten de sterren fonkelden en Cupido zachtjes over het dak vloog, op zoek naar het volgende kind dat zijn hart wilde delen.