Er was eens een dromerige vos genaamd Vicky. Vicky woonde in een betoverd bos. In dit bos leefden allemaal vrolijke dieren. Op een zonnige dag zei Vicky: "Ik ga het verborgen schat zoeken!"
De andere dieren lachten. "Een schat? Waar?" vroeg de slimme uil Otto. "Bij de grote eik!" zei Vicky met twinkeling in haar ogen.
Vicky ging naar de grote eik. Maar oh-oh! Daar lag een grote, plakkerige jurk! "Wat moet ik doen?" vroeg Vicky. De eekhoorn, Ella, kwam helpen. "Laten we samen trekken!" riep Ella. Ze trokken en trokken, maar de jurk bleef plakken!
"Wat als we dansen?" zei Vicky. "Ja, dansen!" lachte Ella. Ze begonnen te dansen. Hop, stap, draai! En plotseling, plop! De jurk sprong weg! "Hoera!" juichten ze.
Nu kon Vicky verder naar de schat. Maar oh, wat nu? Een grote plas water! "Ik kan niet zwemmen!" zei Vicky bezorgd. De frog, Flip, kwam aan hobbelen. "Spring gewoon!" zei Flip.
Vicky keek naar de plas. "Springen?" vroeg ze. "Ja! Eén, twee, drie... SPRONK!" Vicky sprong en spat! Water overal! "Kijk naar mij!" lachte Flip. "Je hebt het gedaan!"
Vicky was nu nat, maar ze had veel plezier. Ze kwam eindelijk bij de grote eik. Daar zag ze een glinsterende doos! "De schat!" riep ze blij.
Ze opende de doos. Wat zat erin? Chocolade! "Jummie! Laten we delen!" zei Vicky. De dieren kwamen samen. "Hoera voor de schat!" juichten ze.
Ze aten chocolade, dansten en lachten. De zon scheen en het bos was vrolijk. Vicky had een avontuur gehad, vol vrienden en lekkernijen. "Wat een geweldige dag!" zei ze.
En zo eindigde het avontuur van Vicky de vos.