Hoofdstuk 1: Super Suus en haar Gekke Kaart
Op een zonnige ochtend in de stad Flapstad loopt Super Suus vrolijk door de straten. Ze draagt haar knalroze cape en haar schoenen met vleugels aan de zijkant. Iedereen in Flapstad kent haar, want Super Suus is niet zomaar een superheldin. Ze heeft superkrachten die niemand anders heeft: haar lach is zo luid dat er confetti uit komt, en ze kan zo snel haar schoenen strikken dat niemand het ziet. Maar het allergekst is haar superkracht: ze kan elke platte voorwerp in een trampoline veranderen.
Vandaag heeft Suus een missie. In haar hand houdt ze een plan. Het is geen gewoon plan, want het is zo vaak dubbelgevouwen dat het lijkt op een mini-accordeon. Suus probeert het plan open te vouwen, maar het springt steeds weer dicht. “Sproing! Klap!” klinkt het telkens als ze het probeert. Ze lacht erom en laat het plan even in haar tas verdwijnen.
Plots hoort ze boven zich een luid geklingel: “BING-BONG-BING!” Het is de klokkentoren van Flapstad, die altijd precies om 10 uur 's ochtends een gek liedje speelt. Normaal is dat niet bijzonder, maar vandaag klinkt het als een circusmelodie. Suus kijkt omhoog en ziet dat er allemaal ballonnen uit het raam komen. “Dat is niet normaal!” denkt ze. Tijd voor actie.
Hoofdstuk 2: De Klim naar de Klokkentoren
Super Suus rent naar de klokkentoren. Onderweg springt ze over een stapel fietsen, zwaait ze aan een lantaarnpaal en maakt ze een salto over een hondje met een hoed. “BOING! WHOESH! ZWIEP!” klinkt het telkens als ze springt. De mensen op straat zwaaien naar haar en roepen: “Go Suus!”
Bij de klokkentoren aangekomen, ziet Suus dat de deur op een kiertje staat. Ze duwt hem open en hoort meteen een vreemd geluid: “PLOINK! PLOINK!” Het klinkt als pingpongballen die naar beneden rollen. Voorzichtig sluipt ze naar binnen en kijkt omhoog. De trap naar de top is heel smal en draait als een spiraal omhoog. Suus pakt haar superkaart erbij. Ze probeert het open te vouwen, maar het klapt weer dicht. “Sproing!” roept ze vrolijk en stopt het weer weg.
Ze begint te klimmen. Op de traptreden liggen overal rare dingen: een plakkerige banaan, een paar sokken met stippen, en zelfs een rubberen kip. Suus stapt eroverheen en lacht: “Wie laat hier zijn kippen liggen?”
Bovenaan de trap hoort ze ineens een nies: “HATSJOE!” Het klinkt als een olifant met verkoudheid. Suus gluurt om het hoekje en ziet... een stelletje duiven met feesthoedjes op! Ze dansen rond de klok en gooien confetti in het rond. Eén duif heeft zelfs een fluitje in zijn snavel.
Hoofdstuk 3: Het Super Suus Plan
Super Suus bedenkt snel een plan. Ze probeert haar gevouwen plan te openen, maar het springt uit haar handen, recht op de klok af. “Klap! Sproing!” De duiven schrikken en laten hun ballonnen los. De ballonnen vliegen in het rond, en de klok begint sneller te slaan: “BONG! BONG! BONG!”
Suus lacht: “Tijd voor actie!” Ze springt op een van de ballonnen, die meteen verandert in een trampoline. “BOING!” Suus stuitert naar het midden van de kamer en landt precies tussen de duiven. De duiven kijken haar verbaasd aan. Suus maakt haar grappigste gezicht en begint te lachen. Haar superlach klinkt als een toeter: “TOET TOET!” Er dwarrelt confetti uit haar mond, en de duiven beginnen te giechelen.
Dan ziet Suus de oorzaak van het probleem: een duif heeft per ongeluk de muziekknop van de klok ingedrukt met zijn staart. Daardoor speelde de klok het circusliedje. Suus wipt met haar trampolinekracht naar de muziekknop, drukt hem uit, en alles wordt weer rustig. De duiven klappen met hun vleugels en roepen “Roe-koe! Roe-koe!” Dat betekent “Dankjewel!” in de duiventaal.
Hoofdstuk 4: De Badge van Aandacht
Als alles weer rustig is, pakt Suus haar superplan op. Nu is het helemaal opengevouwen! Op het plan staat: “Let op elkaar, dan wordt alles leuker!” Suus glimlacht en laat het aan de duiven zien. Ze knikken enthousiast.
Op dat moment vliegt er een kleine duif naar haar toe met een glimmende badge in zijn snavel. Op de badge staat een groot hart en daaronder: “Super Attent!” De duif speldt het op Suus haar cape. De andere duiven klappen vrolijk. Suus voelt zich trots en blij. Ze steekt haar duim op en zegt: “Samen opletten is superheldhaftig!”
Als ze naar beneden loopt, zwaait ze naar iedereen die haar tegenkomt. Mensen lachen, kinderen rennen achter haar aan, en zelfs de hond met de hoed blaft vrolijk. Op het plein kijkt iedereen omhoog naar de klokkentoren, waar de duiven nu netjes zitten te dutten.
Super Suus loopt door de stad, haar badge blinkt in de zon. Ze weet dat ze niet de enige held is: iedereen kan een beetje opletten en zo de stad vrolijker maken. Met haar gevouwen plan in de hand, haar gekke krachten en een hart vol aandacht wandelt ze verder, klaar voor haar volgende avontuur.
En in Flapstad weet nu iedereen: met een beetje aandacht en een hoop gelach, wordt elk onverwacht avontuur een feestje!