Hoofdstuk 1: De gekke ontdekking van Super-Snor
Op een zonnige ochtend sprong Bram uit zijn bed. Bram was geen gewone man. Nee, Bram had een enorme, krullende snor. Mensen noemden hem altijd “Super-Snor”, omdat zijn snor zo groot en zacht was als een wolkje.
Bram keek in de spiegel en lachte. “Goedemorgen, Snor!” zei hij tegen zijn snor. Maar vandaag voelde zijn snor een beetje anders. Hij kriebelde meer dan anders.
Plotseling bewoog zijn snor! De linkerkrul wiebelde omhoog en de rechterkrul wiebelde omlaag. “Hé! Wat gebeurt er?” riep Bram. Zijn snor bewoog vanzelf! Bram lachte en probeerde zijn snor stil te houden, maar de snor sprong op en neer, als een springtouw.
Bram rende naar de keuken. Zijn snor zwiepte en zwaaide, en tikte per ongeluk tegen een beker. Plons! De melk vloog overal. “O nee, Snor, rustig aan!” riep Bram. Maar zijn snor was niet te stoppen.
Bram probeerde zijn schoenen aan te trekken. Maar zijn snor pakte de veters en knoopte ze aan elkaar. Toen Bram opstond, viel hij meteen weer om. “Hé! Dat is niet handig, Snor!” lachte Bram. Zijn snor schudde als een vrolijke puppy.
Bram besloot naar buiten te gaan om frisse lucht te halen. Maar zijn snor bleef rare dingen doen. Hij probeerde een vogel te aaien, maar de snor kriebelde de vogel aan zijn teentjes. De vogel lachte en vloog giechelend weg.
“Wat een gekke snor heb ik vandaag!” zuchtte Bram. Maar diep vanbinnen vond Bram het eigenlijk wel grappig. Misschien heeft zijn snor vandaag superkrachten!
Hoofdstuk 2: De domme boeven en het snorrenplan
In de straat stonden twee boeven. Ze heetten Bob en Rob. Bob en Rob waren niet erg slim. Ze droegen allebei een zwarte hoed en een grote zonnebril. Ze probeerden heel stiekem een taart uit de bakkerij te stelen.
“Pssst, Rob, zie jij daar iemand?” fluisterde Bob. Rob tuurde om zich heen. “Nee, alleen die man met die gekke snor.” Bob giechelde. “Wat kan een snor nou doen? Kom, laten we snel de taart pakken!”
Bram zag de boeven. “Oei, dat zijn vast geen vriendelijke mensen,” fluisterde hij tegen zijn snor. Plotseling kreeg Bram een idee. “Misschien kun je me helpen, Snor!”
Bram liep heel stilletjes naar Bob en Rob. Zijn snor begon te trillen van spanning. “Kijk, Rob, die snorman komt dichterbij!” fluisterde Bob.
Bram zei vriendelijk: “Hallo, heren! Wat doen jullie daar bij de bakkerij?” Bob en Rob stonden te trillen op hun benen. Bram glimlachte breed en zijn snor krulde omhoog.
Plotseling schoot zijn snor vooruit en tikte zachtjes tegen de neus van Bob. “Hé! Wat doet die snor nou?” riep Bob. De snor kriebelde nu aan Robs oor. Rob moest zo hard lachen dat hij zijn hoed liet vallen.
Bram knipoogde naar zijn snor. “Nog één keer, Snor!” De snor slingerde zich om hun voeten. Bob en Rob probeerden te lopen, maar hun voeten zaten vast in een snorren-knoop! Ze vielen allebei met hun billen op de grond.
“Help! We zitten vast… aan een snor!” riep Rob. Bram lachte: “Zie je, mijn snor is sterker dan je denkt!”
De bakker kwam naar buiten en zag de boeven op de grond. “Oh, Super-Snor, wat fijn dat je er bent! Je hebt mijn taart gered!” riep hij blij.
Bram zwaaide met zijn snor. “Graag gedaan, bakker!” zei hij trots. Bob en Rob probeerden los te komen, maar de snor hield ze stevig vast tot de politie kwam.
Hoofdstuk 3: Het grote snorrenfeest
Na het boevenavontuur voelde Bram zich heel blij. Zijn snor wiebelde vrolijk heen en weer. De bakker nodigde Bram uit voor een feest in de bakkerij. “Kom, Super-Snor, je krijgt de grootste taart!”
Bram liep naar binnen. Iedereen klapte en riep: “Hoera voor Super-Snor!” Kinderen wilden zijn snor aaien. “Mag ik ook even?” vroeg een meisje. “Natuurlijk!” zei Bram. Zijn snor kriebelde zachtjes over haar hand. Ze moest heel hard lachen.
“Ik heb nog nooit zo'n grappige snor gezien!” riep een jongen. Bram lachte. “Mijn snor kan meer dan alleen kriebelen. Kijk maar!”
Plotseling deed zijn snor een dansje op de tafel. Links, rechts, omhoog, omlaag. Iedereen lachte en klapte in hun handen. “Snor, je bent een echte danser!” zei Bram trots.
De bakker bracht een enorme taart met slagroom. “Voor jou, Super-Snor!” Bram sneed een stuk taart af. Maar oh jee, zijn snor wilde ook proeven! De snor doopte een puntje in de slagroom en Bram voelde het kriebelen op zijn neus.
Iedereen lachte. “Super-Snor, je bent de leukste held die we kennen!” riepen de mensen. Bram bloosde een beetje. Zijn snor maakte een vrolijke sprong.
“Hé, Snor,” fluisterde Bram, “misschien zijn jouw gekke krachten toch wel handig!” De snor wiebelde van plezier.
Hoofdstuk 4: Veiligheid met een glimlach
De volgende dag liep Bram rustig door het park. Zijn snor was vandaag een beetje rustiger. Maar soms wiebelde hij nog steeds. Bram glimlachte en zei: “Snor, vandaag doen we rustig aan, goed?”
Plotseling zag Bram een hondje dat vastzat aan zijn riem om een paaltje. “O nee, het hondje zit vast!” zei Bram. Hij hurkte neer en vroeg: “Zullen we helpen, Snor?”
Zijn snor stak voorzichtig uit en wikkelde zich om de riem. Heel zachtjes haalde de snor de riem los. Het hondje sprong blij rond en blafte vrolijk. “Dankjewel, Super-Snor!” riep het baasje.
Bram zwaaide naar het hondje. “Graag gedaan! Maar altijd voorzichtig zijn, hoor!” zei Bram. “Veiligheid is belangrijk, Snor.” Zijn snor knikte, zo goed als een snor dat kan.
Onderweg naar huis dacht Bram na. “Mijn snor is soms een beetje gek, maar hij helpt mensen. Dat vind ik fijn!” zei Bram blij. Zijn snor wiebelde het helemaal met hem eens.
Bram ging op de bank zitten, met een kopje warme melk. Zijn snor krulde zich om zijn hoofd als een warme sjaal. Bram glimlachte. “Zolang we samen zijn, Snor, kunnen we alles aan. Maar altijd veilig en met een lach!”
En zo eindigde weer een vrolijke dag voor Super-Snor en zijn gekke, lieve snor. Morgen zou vast weer een nieuw avontuur brengen. Maar nu… was het tijd om te dromen van taart, dansende snorren en heel veel gelach.