Hoofdstuk 1: De Muziek van de Sterren
Op een warme zomerdag zaten vier jongens in het gras naast de boerderij van Sam's opa. Sam, Joris, Bram en Finn waren dikke vrienden. Ze waren alle vier vijf jaar, en nieuwsgierig naar alles. De zon scheen, de lucht was blauw en de vogels floten vrolijk. Sam had een kleine gitaar meegenomen, Bram blies op een fluitje, Finn trommelde op een lege emmer en Joris probeerde geluid te maken met twee lepels. Samen maakten ze muziek, al klonk het soms een beetje raar.
Naast de boerderij lag een veld vol bloemen. In de verte stonden koeien te grazen. Plotseling hoorde Sam een vreemd, zingend geluid. Het klonk een beetje als een vogel, maar ook een beetje als een robot die lacht.
‘Horen jullie dat?' fluisterde Sam.
De andere jongens knikten. Het geluid kwam steeds dichterbij. Ze keken omhoog en zagen iets geks in de lucht. Het was een klein, zilveren bolletje dat langzaam naar beneden zweefde. Het leek wel een speelgoedbal, maar dan met lichtjes erop. Het bolletje landde zachtjes tussen de bloemen.
‘Zou het een vallende ster zijn?' vroeg Bram.
‘Nee,' zei Finn, ‘vallende sterren zijn geen bollen.'
Ze slopen dichterbij. Het bolletje maakte zachte piepjes en zong een vrolijk wijsje. Opeens schoot er een deurtje open en er kwam een wezentje uit. Het was niet groter dan een konijn, blauw met groene stippen, en het had drie lange vingers aan elke hand. Het wezentje lachte en zwaaide.
‘Hallo,' zei het. Zijn stem klonk als een belletje.
De jongens keken elkaar aan. Niemand durfde iets te zeggen. Sam zette zijn gitaar neer en zwaaide voorzichtig terug.
Het wezentje haalde iets uit het bolletje. Het leek op een trompet, maar dan met drie bochten en een lichtje erop. Het blies erop en er kwam een keurige, zilveren toon uit. De lucht begon te schitteren, net alsof de muziek glinsterde.
Hoofdstuk 2: De Boerderij als Ruimtestation
Ze namen het wezentje mee naar de rustende boerderij. Daar stonden geen mensen, alleen een paar slapende kippen en een dikke kat in het stro. De jongens en het wezentje gingen op het zachte hooi zitten. Het wezentje keek nieuwsgierig naar de gitaar, de fluit en de emmer.
‘Wil je proberen?' vroeg Finn, en hij schoof de emmer naar voren.
Het wezentje tikte met zijn drie vingers op de emmer en lachte toen het ‘boem boem' hoorde. Daarna blies het op de gitaar (wat eigenlijk niet kon), maar het geluid was grappig. De jongens lachten. Toen nam het wezentje zijn eigen instrument weer. Het hield hem omhoog en wees naar de jongens.
‘Samen?' vroeg het.
Sam pakte zijn gitaar, Bram zijn fluitje, Finn de emmer en Joris de lepels. Ze gingen voorzichtig spelen. Eerst klonk het een beetje rommelig, maar het wezentje blies een hoge toon, en opeens leek het alsof alles samenkwam. Er ontstond een vrolijk liedje.
Buiten werd het lichter. De zon scheen feller, alsof de muziek de wereld mooier maakte. De koeien keken op, de kat kwam mauwend dichterbij en zelfs de bloemen leken te dansen.
‘Dit is sterrenmuziek!' riep Joris.
Het wezentje lachte en knikte. Het wees naar de lucht en naar het bolletje, en toen naar de boerderij.
‘Jullie muziek is mooi,' zei het.
Bram lachte. ‘Jouw muziek ook!'
Hoofdstuk 3: Het Mysterie van de Tent
Plotseling waaide er een zachte wind over het veld. Sam dacht na. ‘Waar slaap jij eigenlijk?' vroeg hij. Het wezentje keek een beetje sip. Het wees naar het bolletje, maar schudde toen zijn hoofd.
‘Misschien kan hij bij ons kamperen!' zei Finn.
In de schuur lag een oude tent. De jongens sleurden hem naar buiten. Ze probeerden hem op te zetten, maar de tent bleef steeds omvallen. De haringen zaten scheef, de stokken bogen, en zelfs de kat ging op het doek liggen. De jongens zuchtten. Het leek niet te lukken.
Het wezentje keek toe, en toen pakte het zachtjes een stok. Met drie vingers zette hij de stok recht, tikte tegen een haring, en zong een klein wijsje. Opeens stond de tent kaarsrecht! Het doek glansde, de naden waren stevig en de ingang zwaaide open als een mond die lachte.
‘Wow!' riepen de jongens.
‘Dankjewel!' zei Finn. ‘Jij kan goed tenten bouwen.'
Het wezentje maakte een vrolijke buiging. Daarna sprong het in de tent en maakte een zacht geluid dat klonk als een knuffel.
De jongens kropen erbij. Binnen was het warm en gezellig. Het wezentje haalde een klein lampje tevoorschijn. Het leek op een ster en gaf een zacht, blauw licht.
‘Dit is gezellig,' zei Bram.
Samen zaten ze in de tent. Het wezentje speelde een liedje op zijn instrument. De jongens speelden mee op hun eigen manier. De muziek klonk als vriendschap: vrolijk, een beetje gek, maar altijd goed.
Hoofdstuk 4: Een Avond vol Sterren
Buiten werd het donker. De sterren verschenen aan de hemel, één voor één, zoals kleine lampjes. Door het tentdoek heen kon je ze zien twinkelen. Sam keek naar het wezentje. ‘Moet jij terug naar huis?' vroeg hij zacht.
Het wezentje knikte, maar het leek niet verdrietig. Het wees naar de sterren, toen naar de jongens, en dan naar zijn eigen hart.
‘Vrienden,' zei het.
‘Ja!' riep Finn. ‘Vrienden!'
De jongens gaven elkaar een hand. Ook het wezentje legde zijn drie vingers erbovenop. Ze lachten allemaal.
Langzaam kroop het wezentje het tentje uit. Het bolletje wachtte in het gras. Met een vrolijke sprong stapte het erin. De lichtjes knipperden, er klonk een laatste stukje sterrenmuziek, en toen zweefde het bolletje rustig omhoog. Hoger en hoger, tot het verdween tussen de sterren.
De jongens bleven nog even zitten. De tent stond stevig, zelfs toen er een briesje kwam. Ze voelden zich trots en blij. Ze hadden iets bijzonders meegemaakt, een avontuur met sterrenmuziek en een vriend van heel ver weg.
‘Misschien komt hij ooit terug,' zei Joris.
‘Of misschien maken we zelf nog eens sterrenmuziek,' lachte Bram.
Sam sloot zijn ogen en luisterde naar de nacht. In de verte hoorde hij nog een heel zacht deuntje, alsof de sterren zelf muziek maakten. Alles was goed. De tent hield stand, de vriendschap ook.
En zo eindigde een bijzondere dag, vol muziek, mysteries en open harten.