Bezig met laden...
Verhaal van een buitenaards wezen 5/6 jaar Lezen 11 min.

Het lichttapijt en de verdwaalde Lumo

Mats ontdekt een lichttapijt en gebruikt het om een verdwaald, vriendelijk wezen uit de mist te ontmoeten en te helpen, waarna ze samen een bijzondere avond beleven.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 6-jarige jongen met warrig bruin haar, lichte sproeten, blauwe jas en te grote rugzak hurkt en rolt een meerkleurig lichttapijt uit op nat gras, verwonderd en een beetje moedig; een man van circa 35 (vader) met kaki jas en rustige glimlach staat iets achter rechts en houdt een knipperend kastje met antenne vast; een kindgroot buitenaards wezen, Lumo, met zilverachtige huid, grote glanzende ogen en lange dunne vingers stapt uit een ronde transparante schotel en plaatst zacht een sterachtige bel op het tapijt; locatie: schemerige mistvallei met natte grassprieten, gladde stenen en donkere silhouetten van bomen waarvan de nevel de lichtreflecties opvangt; situatie: een komvormig vaartuig landt voorzichtig boven het lichttapijt waarvan de kleuren zacht wisselen terwijl de jongen het tapijt met een steen beschermt en Lumo en de vader gadeslaan—tedere, rustige scène. meld een probleem met deze afbeelding

Begin: Het lichttapijt

Mats was vijf en had een rugzak die bijna groter leek dan hijzelf. Er zat een zaklamp in, een koekje in een doosje, en zijn mooiste schat: een opgerold tapijt van licht.

Het was geen gewoon tapijt. Het was gemaakt van dunne draden die glansden als sterrenstof. Als je op het kleine knopje drukte, rolde het vanzelf uit. Dan kwamen er zachte kleuren: blauw, groen, geel, en af en toe een roze vonkje, alsof het tapijt glimlachte.

Mats woonde bij een vallei waar vaak mist hing. Overdag zag je er grijze sluiers tussen de bomen. 's Avonds werd alles stil, en dan leek de mist te fluisteren.

Die avond liep Mats met zijn papa naar de rand van de vallei. Papa droeg een klein kastje met knoppen en een antenne. Het kastje piepte soms, alsof het een vogeltje was.

“Waarom gaan we naar de mist?” vroeg Mats. Zijn stem klonk klein in de grote, zachte lucht.

“Omdat er iets moois kan gebeuren,” zei papa. “We gaan iemand helpen landen.”

Mats vond dat spannend. Landen, alsof je op de stoep springt, maar dan in de lucht.

Boven hen knipperde één ster net iets feller dan de rest. Mats keek ernaar en kneep zijn ogen samen. Het leek alsof de ster… dichterbij kwam.

Toen hoorde hij een zacht gezoem, niet eng, meer als een grote bij die heel netjes wilde zijn.

Papa knikte. “Tijd voor jouw tapijt, Mats.”

Mats voelde zich warm van binnen. Hij rolde het lichttapijt uit op de grond, precies langs een smal pad dat naar een open plek leidde. De kleuren gleden over de stenen en het gras. Het tapijt maakte geen geluid, maar het leek wel te zingen met licht.

In de mist werd het pad ineens duidelijk. Het was alsof de vallei een glimlach kreeg.

Midden: De brumige vallei en de vreemde vriend

Het gezoem werd iets harder. De mist draaide in ronde kringetjes, alsof hij ruimte maakte. Mats stapte voorzichtig naast het tapijt. Hij wilde het niet vertrappen, ook al voelde het licht zacht als een deken.

Toen zag hij het: een klein schip, niet groter dan de auto van de buren. Het was rond als een soepkom, met ramen die glansden als bellen. Het kwam langzaam omlaag, precies boven het lichtpad.

Maar net toen het schip bijna de grond raakte, begon het lichttapijt te flikkeren. Blauw werd even wit. Groen sprong naar geel. Mats' hart deed een klein hupje.

“Uh-oh,” fluisterde papa.

Het schip wiebelde, heel klein, alsof het moest niezen. Daarna bleef het hangen, net boven de grond. Niet vallen, maar ook niet echt landen.

Mats knielde bij het tapijt. In de mist zag hij een klein steentje op het pad. Het stak op, precies waar het tapijt een bocht maakte. Het tapijt was er een beetje overheen gevouwen, en daarom flikkerde het.

Mats pakte het steentje op. Het was koud en nat van de mist. Hij legde het naast het pad.

Opeens werd het lichttapijt weer rustig. De kleuren liepen zacht in elkaar over, als verf in water. Het schip daalde verder en zette zich neer op de open plek. Geen harde klap. Meer een zachte “poef”, alsof je op een kussen gaat zitten.

Er ging een klein deurtje open. Er kwam een ladder uit, maar de ladder was van licht, net als het tapijt. Mats moest even giechelen. Het leek alsof het schip ook een tapijt had, maar dan voor voeten.

Er verscheen een wezentje. Het was klein, ongeveer zo groot als Mats. Het had een rond hoofd en grote ogen, zo helder als knikkers. Zijn huid was zilverachtig, maar niet koud. Het glansde warm, zoals de maan glanst op een zomeravond.

Het wezentje hield een hand omhoog. Zijn vingers waren lang en zacht, als worteltjes, maar vriendelijk.

Mats hield zijn adem in. Hij dacht: Wat als hij mijn naam niet kan zeggen? Wat als hij bang is?

Papa sprak rustig, alsof hij tegen een kat sprak die je niet wilt laten schrikken. “Welkom.”

Het wezentje maakte een klein buigje. Toen kwam er een geluid uit zijn borst, als een belletje dat “ding” zegt. En heel zacht, alsof hij het van ver had geleerd, zei hij: “Hallo.”

Mats' ogen werden groot. “Hallo,” zei hij terug. Zijn stem trilde even, maar hij voelde ook trots. Hij was vijf, en hij zei hallo tegen iemand van heel ver weg.

Het wezentje stapte op het lichttapijt. Het keek naar de kleuren alsof het een regenboog aanraakte. Toen wees het naar het tapijt en maakte een beweging alsof het rolde. Daarna wees het naar zijn schip en maakte dezelfde beweging.

Mats begreep het plots. “Jij hebt ook licht,” zei hij.

Het wezentje knikte snel. Zijn grote ogen knipperden blij.

Toen trok het wezentje iets uit een klein tasje: een bolletje, doorzichtig als zeep. In het bolletje draaiden kleine stipjes rond, als mini-sterren. Het bolletje maakte zachte plopjes, alsof het grapjes vertelde.

Mats lachte. “Het is een sterren-bol!”

Het wezentje legde het bolletje voorzichtig op het tapijt. Het bolletje rolde een stukje en bleef dan stil liggen, alsof het luisterde.

Maar toen gebeurde er een mini-rebond. Het bolletje begon sneller te draaien. De stipjes flitsten. De mist om hen heen trok dichterbij, alsof de vallei nieuwsgierig was. Het tapijt werd feller, bijna te fel.

Papa keek op zijn kastje. Het piepte nu sneller. “Er is te veel mistenergie, zei papa zacht. “Het schip kan straks niet meer weg, als dit zo doorgaat.”

Mats keek naar het bolletje en naar het wezentje. Het wezentje keek ook bezorgd. Zijn schouders zakten een beetje.

Mats dacht hard. Wat helpt bij mist? Licht helpt. Maar niet te fel. Licht moet rustig zijn, als een slaaplampje.

Hij pakte de rand van het tapijt en drukte op het knopje, niet helemaal uit, maar één stapje zachter. De kleuren werden weer zacht. Blauw als een vijver, groen als mos, geel als een boterbloem.

Het bolletje stopte met razen. De mist leek te zuchten en trok weer losser, alsof hij zei: oké, rustig dan.

Het wezentje maakte een geluidje dat klonk als een tevreden hummen. Het raakte even Mats' hand aan, heel kort, alsof het dankjewel was.

Einde: Samen naar huis, met een warme bries

Nu was het stil in de vallei. De mist hing nog steeds, maar hij voelde niet meer zwaar. Eerder zacht, als watten.

Mats, papa en het wezentje liepen langzaam over het lichttapijt naar de open plek. Het wezentje keek om zich heen, naar de bomen die als schaduwen stonden. Soms bleef het staan en tikte het tegen een blad. Dan glimlachte het, alsof het het blad een leuke mop vertelde.

Mats liet het bolletje zien in zijn handen. Het voelde koel, maar ook levend, alsof het ademde. “Wat is jouw naam?” vroeg Mats.

Het wezentje legde twee vingers op zijn borst. “Lumo,” zei het, een beetje schor, maar duidelijk.

“Mats,” zei Mats, en hij legde ook twee vingers op zijn borst, net zo. Lumo deed hem na en lachte. Dat lachen klonk als zacht rinkelend glas, niet scherp, maar vrolijk.

Papa sprak met rustige stem. “Lumo was verdwaald in de mist. Het lichttapijt is een landingsweg. Jij hebt hem geholpen, Mats.”

Mats voelde zijn wangen warm worden. Hij keek naar het tapijt, dat nu rustig lag te gloeien. Het was maar een ding, maar ook een vriend.

Lumo liep naar zijn schip en draaide zich nog één keer om. Hij haalde het bolletje uit Mats' handen, maar gaf meteen iets terug: een klein stukje lichtdraad, opgerold als een armband. Het glansde met dezelfde kleuren als het tapijt.

Mats deed de armband om. Hij paste precies. Niet te strak, niet te los.

Toen stapte Lumo in het schip. Het deurtje ging dicht, maar in het raam zag Mats Lumo's grote ogen nog één keer knipperen.

Mats drukte op het knopje. Het lichttapijt rolde langzaam op, als een slakje dat terug in zijn huisje gaat. De kleuren verdwenen niet boos, maar netjes, alsof ze zeiden: tot later.

Het schip begon te zoemen. Niet luid. Eerder vriendelijk, alsof het iemand wakker zong. Het steeg omhoog, door de mist heen, en werd een lichtstip tussen de sterren.

Mats stond stil en zwaaide, ook al wist hij niet zeker of Lumo hem nog kon zien.

Toen, precies op dat moment, kwam er een warme bries door de vallei. Hij schoof de mist een beetje opzij. Hij streek langs Mats' wangen en door papa's haar. Het voelde als een zachte hand die zei: alles is goed.

Mats ademde diep in. De lucht rook naar nat gras en iets nieuws, iets ver weg.

“Papa,” zei Mats, “ik was niet bang.”

Papa legde een arm om hem heen. “Dat zag ik. Je was open. En je was slim.”

Mats keek naar zijn armband, die nog heel zacht nagloeide. Hij dacht aan Lumo, aan het rustige licht, aan de mist die had geluisterd.

En terwijl de warme bries nog één keer langs hen heen ging, liep Mats naar huis, met een klein stukje sterrenlicht om zijn pols en een groot, blij gevoel in zijn borst.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Glansden
Waren heel licht en shiny, alsof ze een klein beetje glinsteren.
Sterrenstof
Een denkbeeldig fijn stof dat lijkt op heel kleine lichtdeeltjes van sterren.
Antenne
Een dun stuk dat geluiden of signalen kan vangen of sturen.
Wiebelde
Bewegde heen en weer, niet recht, een beetje wiebelen.
Wezentje
Een klein, vreemd levende vorm die nog niet bekend is.
Doorzichtig
Je kunt erdoorheen kijken, het is niet helemaal dicht.
Mini-sterren
Heel kleine lichtpuntjes die lijken op kleine sterren.
Mistenergie
De kracht of druk van de mist die alles rondom beïnvloedt.
Schor
Als iemands stem ruw of hees klinkt, niet helemaal zacht.
Nagloeide
Bleef nog een beetje licht geven, ook al werd het minder fel.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Verhalen over buitenaardse wezens voor 5/6 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.