Hoofdstuk 1: De aankondiging in de klas
Het was dinsdagochtend. Noor, een meisje van acht jaar met vrolijke bruine ogen en een paardenstaart, zat op haar vaste plek in groep 5. De juf, mevrouw Veenstra, klapte enthousiast in haar handen. “Vandaag heb ik iets bijzonders voor jullie,” kondigde ze aan.
Noor voelde haar hart een beetje sneller kloppen. Altijd als de juf iets nieuws aankondigde, werd Noor zenuwachtig. “We gaan werken aan een tentoonstelling over ‘Mijn Droomberoep'. Maar… het leuke is: dit doen jullie voor het eerst in groepjes!”
Noor keek snel om zich heen. Haar vriendinnen Lotte en Yasmin lachten naar elkaar. Noor glimlachte, maar voelde zich ook een tikkeltje gespannen. Groepjes betekende samenwerken en praten. En soms praatten kinderen zó snel of wisten ze zó veel, dat Noor zich klein voelde.
De juf las de groepen voor. Noor kwam samen met Bram, die altijd grapjes maakt, en Sara, die heel netjes kan tekenen. Noor slikte. Ze vond Bram aardig, maar hij praatte altijd zo snel. En Sara leek altijd alles te weten.
Hoofdstuk 2: Het eerste overleg
's Middags mochten de groepjes naar het handvaardigheidlokaal. Noor liep achter Bram en Sara aan. Overal stonden tafels vol papier, kleurpotloden en lijm. In het lokaal hing de geur van hout en stiekem ook een beetje van lijm.
“Wat willen jullie later worden?” vroeg Sara meteen.
Bram stak zijn vinger op alsof hij zich in de klas meldde. “Ik word uitvinder! Dan maak ik een robot die mijn kamer opruimt.”
Sara lachte. “Ik wil tekenares worden. Dan kan ik overal mooie plaatjes maken.”
Noor wiebelde op haar stoel. Ze wist het eigenlijk nog niet. Soms dacht ze aan dierenarts, dan weer aan bakker. “Ik denk… misschien juf,” zei ze zacht.
Sara knikte. “Goed idee! Dan kunnen we een tentoonstelling maken met een robot, een schilderij en een schoolbord!”
Bram pakte meteen een groot vel papier. “Cool! Dan teken ik mijn robot.”
Noor keek naar het papier en haar handen. Wat moest ze doen? “Misschien kan ik het schoolbord tekenen?” stelde ze voor.
Sara glimlachte. “Ja, en ik help je als je wilt!”
Noor voelde zich een beetje opgelucht. Ze hoefde het niet alleen te doen.
Hoofdstuk 3: Iedereen is anders
De volgende dag gingen ze verder. Bram was druk aan het bouwen met een lege doos en oude knopen. Sara tekende een prachtige schildersezel. Noor keek naar haar potlood en het lege vel. Ze wilde het graag goed doen, maar haar hand trilde een beetje.
“Lukt het?” vroeg Sara vriendelijk.
Noor haalde haar schouders op. “Jij tekent veel mooier dan ik.”
Sara keek verbaasd op. “Maar jouw ideeën zijn altijd zo leuk! Die juf met die gekke bril op het bord, dat had ik nooit bedacht.”
Bram schoof zijn robot naar voren. “Mijn robot lijkt op een rups. Iedereen doet het anders, toch?”
Noor moest lachen. “Ja, jouw robot kan vast ook dansen!”
Bram deed meteen een dansje met zijn armen. “Ik ben de dansrobot!” riep hij. Iedereen lachte.
Sara boog zich over Noor's tekening. “Misschien kunnen we samen een schoolbord maken met gekke sommen erop?”
Noor knikte enthousiast. “En een tekening van een appel voor de juf!”
Bram stak zijn duim op. “Top idee!”
Hoofdstuk 4: De voorbereidingen voor de tentoonstelling
In de dagen erna werkten ze samen. Noor mocht de letters op het schoolbord schrijven. Bram plakte knopen als knoppen op zijn robot. Sara kleurde met haar mooiste stiften.
Soms liep het niet helemaal soepel. Noor werd zenuwachtig toen ze hoorde dat de ouders mochten komen kijken. “Wat als ze mijn tekening niet mooi vinden?” fluisterde ze zacht aan Sara.
Sara pakte haar hand. “Iedereen doet het op zijn eigen manier. Jij hebt het jouw manier gedaan. Dat is goed.”
Bram knikte. “Jij hebt ons ook geholpen met de ideeën. Zonder jou was het saai geworden!”
Noor lachte. Samen keken ze naar hun tafel. Op het schoolbord stond: ‘Dromen zijn er om te proberen'.
De juf kwam langs. “Wat hebben jullie hard gewerkt! Jullie vullen elkaar goed aan.”
Noor voelde zich ineens heel trots. Niet omdat haar tekening perfect was, maar omdat ze samen iets moois hadden gemaakt.
Hoofdstuk 5: De grote dag
Op vrijdag was het zover. De lokale stond vol met ouders, kinderen en zelfs een paar oma's en opa's. Overal stonden groepjes met hun werkstukken.
Noor voelde haar buik kriebelen van spanning. “Kom op, we doen het samen!” zei Bram.
Toen hun ouders bij hun tafel kwamen, vertelde Noor over het schoolbord. Sara wees haar schilderij aan. Bram liet zijn robot dansen door hem over de tafel te rollen.
Noor keek naar haar moeder, die breed lachte. “Wat hebben jullie dat prachtig samen gedaan!”
Na afloop zaten Noor, Bram en Sara nog even samen op een bankje. “We waren een goed team,” zei Sara.
Bram knikte. “Iedereen heeft iets anders gedaan. Dat is juist leuk!”
Noor dacht na. Eerst was ze bang geweest dat ze minder goed was. Maar nu voelde ze zich blij. “We kunnen allemaal iets anders goed,” zei ze. “Dat maakt een groep bijzonder.”
Sara sloeg een arm om Noor heen. “Samen is het altijd leuker.”
Noor lachte. Ze voelde zich warm vanbinnen, en wist dat ze trots mocht zijn. Op zichzelf én op haar groepje.