Hoofdstuk 1: De Grote Wetenschapsdag
In de klas van juf Noor was iedereen een beetje zenuwachtig. Vandaag was het Wetenschapsdag! De tafels stonden in een kring en op het bord hing een vrolijke slinger van gekleurde papieren proefbuisjes. Maar het meest bijzondere aan deze dag was dat het hele schoolgebouw versierd was met portretten van alle kinderen. De portretten hingen in de grote hal, elk met een kleine tekening of een wens ernaast.
Tussen de kinderen zat een vrolijke groene gum met een groot hart: Gummie. Gummie was altijd behulpzaam en hield ervan om anderen te helpen, vooral als iets niet eerlijk was. In zijn potlooddoos-klas voelde hij zich thuis, maar soms vond hij het lastig als iemand niet eerlijk werd behandeld.
“Vandaag gaan we iets heel bijzonders doen,” zei juf Noor terwijl ze haar bril rechtzette. “We hebben een wetenschapsatelier en daarna mogen we allemaal naar de tentoonstelling in de hal!”
Gummie stuiterde bijna van enthousiasme. “Mag ik straks naast mijn beste vriendje zitten?” fluisterde hij hoopvol tegen Potlood.
“Tuurlijk, Gummie!” lachte Potlood. “We zijn een team!”
Gummie voelde zich meteen gerustgesteld. Hij hield van samenwerken. Maar hij zag ook dat Liniaal een beetje sip keek. Liniaal werd soms overgeslagen als er groepjes werden gemaakt. Gummie vond dat niet eerlijk.
Hoofdstuk 2: Het Wetenschapsatelier
De kinderen werden verdeeld in groepjes en kregen allemaal een proefje. Gummie, Potlood, Liniaal en de stoere Puntenslijper zaten samen. Ze mochten een vulkaan maken van klei en azijn. Iedereen was druk bezig met kneden, schenken en roeren.
“Wil iemand anders de azijn erbij doen?” vroeg juf Noor.
“Ik wil wel!” riep Puntenslijper meteen.
Maar Liniaal keek weer verdrietig. Gummie zag het en dacht na. Hij schuifelde voorzichtig naar Liniaal toe. “Wil jij het misschien samen met mij doen, Liniaal?” fluisterde hij.
Liniaal keek op en glimlachte onzeker. “Echt waar? Mag dat van jullie?” vroeg ze aarzelend.
Potlood knikte. “Ja, samen is leuker!”
Gummie en Liniaal goten samen de azijn in de vulkaan. Plotseling begon het schuim te borrelen en te bruisen. Iedereen lachte en klapte. Zelfs Puntenslijper vond het grappig.
“Wat een knalproef!” riep hij vrolijk. “Goed gedaan, Gummie en Liniaal!”
Gummie voelde zich warm vanbinnen. Samenwerken en delen voelde goed. Juf Noor gaf hun allemaal een compliment. “Wat een mooi teamwork! Zo hoort het op onze school.”
Hoofdstuk 3: In de Hal met Portretten
Na het atelier liepen alle kinderen naar de grote hal. Overal hingen de portretten, met kleine wenskaartjes ernaast: “Vriendelijke klas”, “Samen lachen”, “Iedereen mag meedoen”.
Gummie keek trots naar zijn eigen portret, waar hij een grote glimlach had getekend. Maar toen zag hij iets raars. Het portret van Liniaal hing een beetje scheef en haar wenskaartje was gevallen.
“Dat is niet eerlijk,” fluisterde Gummie. Zonder aarzelen rende hij naar het portret van Liniaal. Met een beetje hulp van Potlood en een sprongetje van Puntenslijper, hing Gummie het portret weer recht. Liniaal's wenskaartje plakte hij er met een plakbandje naast.
“Dankjewel, Gummie,” zei Liniaal zacht. “Nu kan iedereen mijn wens weer zien.”
“Wat staat er eigenlijk op jouw kaartje?” vroeg Potlood nieuwsgierig.
Liniaal glimlachte. “Ik wens dat niemand zich ooit alleen voelt in de klas.”
Gummie kreeg er kippenvel van. “Dat is de mooiste wens van allemaal,” zei hij.
Samen liepen ze verder langs de portretten. Overal lazen ze mooie wensen. Gummie dacht na. Iedereen had andere wensen, maar allemaal wilden ze hetzelfde: samen zijn en delen.
Hoofdstuk 4: Samen Delen en Lachen
In de hal werd het steeds gezelliger. Sommige kinderen lazen elkaars wensen voor, anderen zochten hun vriendjes op. Gummie zag dat een paar kinderen wat verlegen bij hun portret stonden.
“Wil je samen op de foto?” vroeg Gummie aan een schaar die een beetje stilletjes was.
“Ja, graag!” giechelde Schaar. Ze maakten samen een gekke selfie met hun portretten.
Juf Noor kwam erbij staan. “Wat maken jullie er een mooie dag van,” zei ze trots. “Zien jullie hoe fijn het is als iedereen meedoet en deelt?”
Gummie knikte. “Delen is het allerleukst,” zei hij.
“En als iemand zich alleen voelt, dan helpen we gewoon samen,” vulde Potlood aan.
Iedereen lachte en gaf elkaar een high-five. De hal vulde zich met vrolijkheid en zachte stemmen. Zelfs de kinderen die eerst wat verlegen waren, durfden nu hun wens voor te lezen.
Hoofdstuk 5: Het Lied van de Klas
Aan het einde van de dag stond de hele klas bij de schooldeur. Juf Noor had haar gitaar meegenomen. “Zullen we ons klassenlied zingen voordat we naar huis gaan?” vroeg ze.
Gummie sprong op en neer van plezier. “Ja, ja, ja!”
Samen begonnen ze te zingen, eerst zachtjes en toen steeds harder:
“We delen samen, groot en klein,
Niemand hoeft alleen te zijn,
In onze klas, daar hoor je bij,
We lachen samen, jij en mij!”
Iedereen zong mee, zelfs de juf. De stemmen galmden door de gang, en alle portretten leken mee te glimlachen. Gummie voelde zich gelukkig. Hij wist het zeker: als je deelt, is alles mooier. En niemand hoeft zich ooit alleen te voelen.
Hand in hand stapte de klas naar buiten, zingend en lachend, klaar voor nog veel meer mooie dagen samen.