Hoofdstuk 1: Lisa en de grote kleurenkring
Lisa is een klein meisje. Ze is drie jaar oud. Lisa houdt van lachen en spelen. Vandaag gaat Lisa naar haar peutergroep. Ze heeft er zin in! Lisa draagt haar rode jas. Mama zegt: “Veel plezier, lieve Lisa!” Lisa lacht en zwaait.
In de peutergroep zitten haar vriendjes. Er zijn veel kinderen. Ze heten Samir, Ana en Zoë. Juf Noor zegt: “Vandaag maken we een kleurenkring!” Alle kinderen mogen erbij komen zitten. Lisa pakt de hand van Samir. Samir heeft zwart krullend haar. Ana heeft blonde vlechtjes. Zoë heeft een mooie, donkere huid.
Juf Noor glimlacht. “Kijk eens hoe verschillend we zijn,” zegt ze. “Iedereen is anders. Dat is mooi!” Lisa kijkt naar haar hand, dan naar Samirs hand. “Mijn hand is licht,” zegt Lisa. Samir lacht: “Mijn hand is bruin!” Ana zegt: “Mijn haar is geel!” Zoë zegt zacht: “Ik heb kroeshaar.”
Juf Noor zegt: “Samen zijn we mooi en samen zijn we sterk.” Alle kinderen lachen. Lisa voelt zich blij in de kring.
Hoofdstuk 2: Samen delen, samen spelen
De kinderen mogen schilderen. Op de tafel staan veel kleuren verf. Rood, geel, blauw, bruin, zwart, wit en groen. Iedereen mag een kleur kiezen. Lisa pakt snel het rode potje. Ana pakt geel. Samir kiest bruin en Zoë kiest blauw.
Lisa wil graag ook blauw gebruiken. Ze vraagt: “Mag ik jouw blauw, Zoë?” Zoë knikt en zegt: “Ja, samen delen.”
Lisa glimlacht. “Dank je, Zoë.” Zoë zegt: “Samen verven is leuk!”
Lisa schildert een huis en tekent vier kinderen. Ze vraagt: “Kunnen we samen een huis maken?”
Ana zegt: “Ja, ik maak bloemen!” Samir schildert een zon. Zoë maakt wolken.
Iedereen helpt mee. Ieder kind gebruikt zijn eigen kleur. Het huis is rood, de bloemen zijn geel, de zon is bruin en de wolken zijn blauw.
Juf Noor kijkt naar het schilderij. “Wat mooi!” zegt ze. “Iedereen is anders, iedereen helpt én samen is het prachtig.”
Hoofdstuk 3: Iedereen hoort erbij
Na het schilderen gaan de kinderen naar buiten. Op het schoolplein spelen ze tikkertje. Samir is de tikker. Hij rent snel. Lisa lacht en rent achter Ana aan. Zoë springt over een streep.
Soms valt iemand. Lisa valt op haar knie. Zoë komt kijken. “Gaat het, Lisa?” vraagt ze zacht. Lisa knikt. “Dank je, Zoë.”
Samir geeft Lisa zijn hand. “Samen opstaan!” zegt hij. Lisa staat weer rechtop. Iedereen lacht.
Juf Noor roept: “Tijd om te lunchen!” Alle kinderen gaan samen zitten. Ze eten samen hun boterhammen.
Lisa kijkt naar haar vrienden. “Wij zijn allemaal anders, maar we zijn samen.”
Samir zegt: “Jij houdt van kaas. Ik hou van hummus!”
Ana zegt: “Ik hou van appel.” Zoë lacht: “En ik van banaan!”
Ze delen en proeven van elkaars brood en fruit. Iedereen vindt iets lekker.
Juf Noor zegt: “Iedereen is speciaal. Iedereen hoort erbij.”
Lisa knikt en zegt zachtjes: “Ik vind iedereen lief.”
Samir, Ana en Zoë lachen. “Wij ook!”
Het zonnetje schijnt. Alle kinderen spelen samen.
Lisa is blij. Iedereen is anders. Iedereen hoort erbij. En samen is alles leuker!