Hoofdstuk 1: Kleine Wolf en de Regenboogklas
Kleine Wolf woont in het grote, groene bos. Hij is lief en nieuwsgierig. Elke ochtend loopt Kleine Wolf vrolijk naar de bosklas. Daar leert hij samen met zijn beste vriend Eekhoorn.
Op een dag zegt juf Uil: “Vandaag maken we een Regenboogmuur! Iedereen mag zijn eigen kleur kiezen.” Kleine Wolf kijkt rond. In de klas zijn dieren in alle kleuren. Vosje is rood, Eekhoorn is bruin, en Das is zwart-wit.
Kleine Wolf vraagt: “Mag ik blauw zijn, juf?”
Juf Uil lacht en zegt: “Natuurlijk, Kleine Wolf. Je mag kiezen wat jij mooi vindt.”
Iedereen pakt een kleur. Kleine Wolf kiest blauw, Eekhoorn kiest oranje. Samen schilderen ze hun stukje van de muur. “Wat mooi!” roept Eekhoorn. “Alle kleuren samen!”
Kleine Wolf kijkt naar de muur. Hij ziet rood, geel, groen, bruin, zwart, wit, blauw en oranje. Zoveel kleuren, allemaal anders. Kleine Wolf lacht. “Iedereen is anders, en samen zijn we mooi!”
Hoofdstuk 2: Samen Spelen en Samen Leren
Na het schilderen gaan de dieren samen spelen. Vosje roept: “Laten we samen rennen!” Iedereen rent mee. Kleine Wolf loopt soms sneller dan Eekhoorn. Eekhoorn zegt: “Wacht op mij, Kleine Wolf!”
Kleine Wolf stopt. “Natuurlijk, Eekhoorn. We rennen samen.”
Later maakt juf Uil een kring. “Iedereen mag iets vertellen over zichzelf,” zegt ze.
Vosje zegt: “Ik hou van springen.”
Eekhoorn zegt: “Ik hou van klimmen.”
Kleine Wolf zegt: “Ik hou van zingen!”
Iedereen lacht en klapt. “Wat fijn!” zegt juf Uil. “We zijn allemaal uniek. Samen leren we van elkaar.”
Kleine Wolf kijkt blij. “Jij klimt, ik zing, Vosje springt. Dat is leuk!” zegt hij.
Eekhoorn zegt: “Samen zijn we sterker. Samen leren we meer.”
Hoofdstuk 3: De Regenboogfeestdag
Op vrijdag is het Regenboogfeest. De bosklas hangt vrolijke slingers op. Juf Uil zegt: “Vandaag vieren we dat iedereen anders mag zijn.”
Kleine Wolf trekt zijn blauwe sjaal aan. Vosje heeft een rode hoed, Eekhoorn draagt oranje handschoentjes.
Ze dansen samen en zingen een lied: “Iedereen is anders, iedereen is fijn, samen in de klas, samen groot en klein.”
Kleine Wolf zingt hard mee. Hij kijkt naar zijn vrienden. Ze zijn allemaal anders, maar allemaal samen.
Aan het einde van de dag zegt juf Uil: “Denk altijd aan de regenboogmuur. Verschillen zijn mooi. Samen is het fijn.”
Kleine Wolf knikt. “Ik ben blij dat we allemaal anders zijn. Dat maakt onze klas speciaal.”
Eekhoorn en Vosje knikken ook. “Samen is fijn!” roepen ze.
Kleine Wolf loopt naar huis. Hij denkt aan de regenboogmuur en zijn vriendjes. Hij voelt zich warm en blij.
Samen zijn, samen leren, samen lachen. Dat is het mooiste wat er is.