Bezig met laden...
Grappig verhaal van het betoverde koninkrijk 5/6 jaar Lezen 15 min.

Prinses Mira en de groetwind van Klatergoud

Prinses Mira oefent met groeten voor de Grote Glimlachdag en krijgt hulp van een kleine fee en de speelse Groetwind, terwijl ze leert over delen en vriendelijkheid.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Prinsesje Mira van ongeveer 8 jaar, guitig en glimlachend, bruin haar in twee vlechten, kleine kroon met drie belletjes, rood kleed met gouden randen en een rode mantel vastgeklemd in een graanhopen, tot op de knieën in het graan, lachend en niesend terwijl ze aan haar mantel trekt; een piepkleine fee Ploink ter grootte van een pruim, felblauw lichaam, ronde brilletjes en doorschijnende glinsterende vleugels, vliegt bij Mira’s hoofd, klappend en strooiend met meelglitters; locatie: schuur/zolder met donkere houten balken, ongelijk vloer, gouden graanduinen, versleten witte meelzakken, warme lichtstralen en meelstof in de lucht; hoofdactie: een ondeugende wind blaast de mantel omhoog en doet een meelwolk ontstaan die kleine witte bellen vormt met het woord Hallo als zeepbellen; stijl: verzadigde kleuren, dikke afgeronde contouren, uitvergrote mimiek, dynamische houdingen en korrelige textuur voor graan en meelwolk, vrolijke, fantasierijke sfeer. meld een probleem met deze afbeelding

Er was eens, in het Koninkrijk Klatergoud, waar de wolken naar vanille roken en de fontein in het plein giechelde als je ernaar keek, een prinses die Mira heette. Prinses Mira had een kroon met drie kleine belletjes. Niet om te laten zien hoe belangrijk ze was, maar omdat ze anders steeds vergat waar haar hoofd gebleven was.

Mira was fantasierijk. Ze kon een steen aankijken en fluisteren: “Jij bent vast een slapende krokodil,” en dan liep ze er extra netjes omheen. Ze kon ook een theekopje zien en denken: “Dat is een mini-boot voor een mier.” In Klatergoud was dat heel normaal.

Maar vandaag had Mira een groot probleem. Een heel netjes probleem.

Ze moest oefenen met groeten.

Morgen kwam het volk naar het kasteelplein voor de Grote Glimlachdag. Iedereen zou zwaaien, knikken en “Hoera!” roepen. En Mira, als prinses, moest het volk groeten. Niet één keer. Niet twee keer. Maar heel veel keren, tot haar arm bijna een slinger werd.

“Groeten is belangrijk,” zei Koningin Linde, haar moeder, terwijl ze een jurk streek die zo glansde als een zeepbel. “Je laat zien dat je hen ziet.”

“Ik zie ze heus wel,” zei Mira. “Ik zie zelfs hun neus.”

“Het gaat om delen,” zei de koning, haar vader, terwijl hij een koekje in tweeën brak en de helft aan een vaas gaf. De vaas deed alsof dat normaal was. “Je deelt een stukje aandacht. Een vriendelijk stukje.”

Mira knikte. Ze oefende meteen: ze zette haar glimlach op, heel breed, alsof er een banaan onder verstopt zat.

“Hallo, beste… eh… vaas!” zei ze en ze zwaaide.

De vaas zei niets. Maar ze leek wel iets rechter te staan.

Mira zuchtte. “Als ik morgen per ongeluk de vaas begroet in plaats van de mensen, wordt het raar.”

Toen hoorde ze een zacht geplop. Iets rolde onder de bank vandaan. Het was een klein, rond, felblauw ding met vleugeltjes: een fee, zo groot als een pruim, met een scheve bril.

“Ploink!” zei de fee. Dat was haar naam. Je hoorde haar altijd eerst.

“Ploink,” zei Mira, “kun jij mij helpen met groeten?”

Ploink klapte in haar handjes. “O, groeten! Ik ben dol op groeten. Ik groet zelfs mijn eigen schaduw. Alleen loopt die soms weg.”

Ze vloog rond Mira's hoofd als een vrolijke mug. “Wat heb je nodig? Een groet-gym? Een zwaai-zwengel? Een knik-knak?”

“Gewoon… oefenen,” zei Mira. “Maar ik wil het niet verkeerd doen.”

Ploink zette haar bril recht. “In Klatergoud bestaat er een Groetwind. Als je die vangt, groet je vanzelf precies goed. Hij zit soms in de graanschuur. Daar waar het graan kriebelt.”

“De graanschuur?” Mira's ogen begonnen te glimmen. Een avontuur! En in een graanzolder, dat klonk alsof je er stiekem in kon verdwalen.

“Kom!” zei Ploink. “Voor het avondeten. Anders wordt de Groetwind slaperig en gaat hij snurken in een meelzak.”

Mira pakte haar cape—een zachte, rode cape met gouden rand. Ze sloeg hem om alsof ze zichzelf in een warme pannenkoek wikkelde. En weg gingen ze, door gangen die glinsterden en trappen die zacht “tikketik” zeiden.

De groet die wegvloog

Buiten was de lucht roze, alsof iemand aardbeiensiroop had gemorst. Ze liepen langs de tuinen van het kasteel, waar de bloemen af en toe “pssst!” fluisterden. Een eekhoorn droeg een mini-kroon van dennennaalden en keek heel streng, alsof hij de tuin bewaakte.

“Hallo,” oefende Mira tegen de eekhoorn, “beste… eekhoorn.”

Ze zwaaide. Haar arm ging heen en weer, heen en weer, heen en weer. Het leek op een molen in de wind.

De eekhoorn knikte alsof hij een koninklijke inspectie goedkeurde. Hij liet een noot vallen, precies voor Mira's schoenen.

“Zie je wel,” zei Ploink. “Groeten werkt. Je krijgt noten.”

“Maar mensen zijn geen eekhoorns,” zei Mira. “Mensen kunnen praten. En lachen. En soms niezen.”

“Dan groet je hun nies ook,” zei Ploink heel serieus. “Ha-tsjie… hallo!”

Ze kwamen bij de grote graanschuur, een houten gebouw met een dak dat scheef glimlachte. De deur was dicht, maar er zat een sleutelgat dat eruitzag als een klein mondje. Toen Mira dichterbij kwam, zei het sleutelgat: “Honger?”

“Nee,” zei Mira, “ik wil naar binnen.”

“Dan moet je het vriendelijk vragen,” zei het sleutelgat. “Ik ben een beleefd sleutelgat.”

Mira haalde diep adem. Ze zette haar beste glimlach op. “Hallo, lief sleutelgat. Mag ik alsjeblieft naar binnen?”

Het sleutelgat maakte een tevreden “klik” en de deur ging open.

“Jij hebt de deur gegroet!” riep Ploink. “Perfect!”

Binnen rook het naar stro, zon en duizend kleine broodjes die nog moesten worden. Boven was een trap naar de zolder. Het graan lag daar in grote hopen, als goudgele duinen.

Mira zette één voet op de zolder en—foets!—ze zakte tot haar enkel in het graan. Het kietelde. Ze lachte.

“De Groetwind,” fluisterde Ploink. “Luister. Je hoort hem.”

Mira luisterde. Ze hoorde… “ssssss… ha-ha… sssss…”

Het klonk alsof iemand een grapje vertelde aan een slang.

“Waar ben je?” zei Mira zacht.

Toen waaide er een windje door het graan. De aren bogen en ritselden. En ineens sprong er een losse strohalm omhoog en maakte een buiging. Daarna sprong een andere strohalm omhoog en zwaaide met zijn punt, heel beleefd.

Mira keek verbaasd. “Is… dat de Groetwind?”

Ploink knikte. “Hij heeft geen lichaam. Hij gebruikt wat hij vindt. Stro, meel, veertjes… soms een sok. O, één keer groette hij met een pannenkoek. Dat was plakkerig.”

Mira stak haar hand uit. “Groetwind, wil jij mij leren groeten?”

De wind draaide om haar heen en duwde haar arm zacht omhoog. Mira's hand ging in een perfecte zwaai: rustig, niet te snel, niet te wild.

“Hallo,” zei Mira, en haar stem klonk ineens extra vriendelijk, alsof er honing op zat.

De wind maakte “woehoe!” en blies een beetje graan omhoog. Het regende korrels op Mira's haar. Ze zag eruit als een broodje met sprinkles.

Ze lachte zo hard dat haar kroonbelletjes rinkelden.

“Dit is geweldig!” riep ze. “Ik kan het!”

Maar toen, oeps, kwam er een mini-rebonding, want Ploink hield van mini-rebondingen.

De Groetwind werd nóg vrolijker. Hij ging sneller, sneller, sneller. Hij tilde Mira's cape een beetje op, alsof de cape ook wilde zwaaien.

“Rustig!” riep Mira. “Niet zo!”

De wind hoorde “niet zo” en dacht blijkbaar: “O, juist wel zo!”

Hij blies over de zolder, door de graanhopen, en—plop—een grote zak meel begon te wiebelen. Wiebelen, wiebelen, WIEBELEN…

“Uh-oh,” zei Ploink.

De zak viel om. Een witte wolk poefde de lucht in.

Mira niesde. “HATSJIE!”

En in die meelwolk gebeurde iets heel magisch en heel belachelijk: elk niesje werd een klein “Hallo!” dat rondzweefde als een zeepbel.

“Hallo!” zei een niesbel.

“Hallo!” zei een tweede.

“Hallo!” zei een derde, die tegen Mira's neus botste en toen giechelde.

Mira begon te lachen en te niezen tegelijk, een gevaarlijke combinatie.

“Als dit zo doorgaat,” piepte Ploink, “groet je morgen niet alleen het volk… maar ook de kippen, de stoepstenen en de wolken. Misschien zelfs de soep.”

Mira probeerde met haar handen te wuiven. “Stop! Groetwind, STOP!”

De wind deed alsof hij haar niet hoorde. Of misschien hoorde hij alleen “groet” en werd hij daardoor nog enthousiaster.

En toen gebeurde het: Mira's cape, die nog steeds op haar schouders hing, werd door de wind gegrepen. Hij wapperde als een vlag. Hij tilde op. Hij trok.

“Mijn cape!” riep Mira.

Foets—daar ging hij, de zolder over, als een rode vis die door een gouden zee zwom. Hij plofte bovenop een graanhoop en verdween half in het graan.

Mira rende ernaartoe. Ze zakte weg tot haar knieën, ze spartelde, ze lachte, ze riep: “Ik ben een prinses in pap!” want het voelde alsof ze in dikke pudding liep.

Ploink vloog boven haar hoofd. “Niet opeten, graan! Dat is koninklijke stof!”

Mira vond een hoek van haar cape. Ze trok. De cape trok terug.

“Hij zit vast,” hijgde Mira.

De Groetwind maakte een ondeugend “ssss-HA!” en blies nog harder, alsof hij zei: “Ha! Vang me dan!”

Mira keek rond. Ze zag een houten schep voor graan. En ze zag een mand met kleine broodjes voor de muizen—want in Klatergoud kregen zelfs muizen een lunch.

“Ploink,” zei Mira, “we moeten delen.”

“Delen?” Ploink knipperde. “Met wie?”

“Met de Groetwind,” zei Mira. “Hij wil spelen. Misschien wil hij ook iets.”

Ze pakte een broodje uit de mand. Het was warm en rook naar boter. Ze hield het omhoog. “Groetwind, hallo! Dit is voor jou.”

De wind stopte. Echt waar. Hij stopte alsof iemand de muziek even pauzeerde.

Toen blies hij zachtjes langs het broodje, heel voorzichtig, alsof hij eraan rook. De korst ritselde.

“Zie je?” fluisterde Mira. “Hij heeft ook honger… of hij vindt brood gewoon grappig.”

De wind draaide een rustige rondedans om Mira heen. Haar arm ging vanzelf in een nette zwaai, en haar glimlach bleef op haar gezicht zitten als een blij sticker.

Langzaam liet de graanhoop los. Mira trok haar cape vrij.

“Gelukt!” riep Ploink. “Je hebt hem getemd met een broodje. Dat is de meest koninklijke truc ooit.”

Mira maakte een diepe buiging naar het graan, naar de zolder, en zelfs naar het sleutelgat beneden, gewoon om te oefenen. “Dank jullie wel.”

De wind blies nog één keer, heel zacht, en toen klonk het bijna als woorden: “Deel… groet… lach…”

De Grote Glimlachdag

De volgende ochtend was het plein vol mensen. Kinderen met linten, bakkers met meel op hun wangen, vissers die naar vis roken, en oma's die hun beste “kijk mij eens netjes zijn”-gezicht hadden opgezet.

Mira stond op het balkon. Haar cape hing keurig om haar schouders. Ploink zat verstopt in een bloemstuk en deed alsof ze een heel kleine, chique bloem was.

Mira voelde haar hart tikken. Tik. Tik. Tik. Alsof het een klein trommeltje was.

“Je kunt het,” fluisterde ze tegen zichzelf. “Rustig. Vriendelijk. Delen.”

Ze dacht aan de graanzolder. Aan het meel dat “Hallo” zei. Aan het broodje. Aan de wind die even stopte toen zij deelde.

Ze stak haar hand op.

En toen zwaaide ze.

Niet te snel. Niet te wild. Precies goed. Haar arm bewoog als een zachte slinger in een klok die blij was.

“Hallo!” riep Mira.

Het volk riep terug: “Hallo, prinses Mira!”

Iemand niesde in de menigte. Mira glimlachte extra breed en zei: “Hallo, nies!”

De mensen lachten. Het was een warme, vriendelijke lach, geen uitlach, maar meelach. Een lach die voelde als een deken.

Mira groette de bakkers. Ze groette de kinderen. Ze groette de oma's. En toen zag ze iets kleins: een jongetje stond helemaal achteraan. Hij had geen lint. Hij had geen vlaggetje. Hij stond op zijn tenen, maar niemand leek hem te zien.

Mira voelde een klein duwtje van binnen, alsof de Groetwind in haar borst een rondje deed.

Ze boog iets voorover. Ze zwaaide speciaal naar hem. “Hallo daar!”

Het jongetje schrok even, alsof hij niet verwacht had dat een prinses hem kon zien. Toen straalde hij. Hij zwaaide terug met twee handen tegelijk. Zijn glimlach was groter dan het plein.

Mira voelde zich ineens heel groot, maar op een fijne manier. Niet groot om boven anderen te staan. Groot om meer mensen te kunnen bereiken.

Na de groeten kwam er taart. Natuurlijk. In Klatergoud eindigde bijna alles met taart, zelfs een vergadering over regen.

Mira zag dat er één stuk taart over was. Ze keek naar Ploink, die nog steeds in het bloemstuk zat, maar nu duidelijk haar gezicht vol bloem had.

“Delen?” fluisterde Mira.

Ploink knikte zo hard dat haar bril bijna afviel.

Mira liet het stuk taart in twee gelijke delen snijden. Ze gaf de helft aan het jongetje van achteraan. En de andere helft aan Ploink, die er meteen een kruimelsneeuwstorm van maakte.

Het volk klapte. Niet omdat het een grote, moeilijke daad was, maar omdat het een goede, simpele daad was.

Later, toen de zon laag stond en het plein leeg begon te worden, liep Mira terug naar haar kamer. Ze was moe, maar het was een vrolijke moeheid, alsof ze een hele dag had gedanst.

Ze hing haar cape over een stoel. Toen dacht ze aan de graanschuur, aan de wind die het zo leuk vond om alles door elkaar te blazen. Ze lachte zacht.

“Als ik hem zo laat liggen,” zei ze, “gaat hij vannacht vast weer avontuur maken.”

Ze pakte haar cape op. Ze streek hem glad. Ze vouwde hem zorgvuldig, hoek op hoek, alsof ze een geheim briefje dichtvouwde. Ze legde de cape netjes op haar kist.

Ploink zweefde erbij en zuchtte tevreden. “Een gevouwen cape. Dat is het teken van een dag die goed is afgelopen.”

Mira kroop in bed. Door het raam hoorde ze de avondwind. Heel ver weg klonk een zacht, ondeugend “ssss… hallo…”

Mira fluisterde terug: “Hallo.”

En in het Koninkrijk Klatergoud, waar magie graag lachte maar altijd lief bleef, sliep een prinses in met een warm hart, een rustig hoofd, en een cape die keurig gevouwen wachtte op morgen.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Koninkrijk
Een groot gebied met een koning of koningin waar mensen samen wonen.
Fontein
Een plek met water dat omhoog sproeit, vaak in een plein of tuin.
Fantasierijk
Als je veel fantasie hebt en makkelijk dingen bedenkt of verzint.
Oefenen
Iets meerdere keren doen om het beter te leren.
Groeten
Iemand hallo zeggen met woorden of een zwaai van je hand.
Graanschuur
Een gebouw waar graan wordt bewaard, vaak gemaakt van hout.
Graan
Kleine droge korrels die groeien op planten en brood worden gemaakt.
Aren
De bovenste delen van graanplanten waar de korrels zitten.
Poefde
Een zacht geluid of beweging waarmee iets plots in de lucht gaat.
Buiging
Je lichaam een beetje naar voren bogen om respect te tonen.
Meel
Een fijn poeder van graan, dat je gebruikt om te bakken.
Cape
Een stuk stof dat je om je schouders draagt als een jasje zonder mouwen.
Niesje
Een klein, plots geluidje dat je maakt als je veel moet niezen.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Grappige verhalen uit het betoverde koninkrijk voor 5/6 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.