De lucht in met piloot Pim
Piloot Pim staat vroeg op. De zon schijnt zacht door het raam. Pim trekt zijn blauwe pilotenjas aan. Hij kijkt in de spiegel en lacht. “Vandaag ga ik weer vliegen,” zegt Pim blij. Zijn pet staat recht op zijn hoofd.
In de keuken zit zijn lieve vrouw en hun kleine hondje Max. “Goeiemorgen, Pim!” zegt zijn vrouw. Max kwispelt. Pim aait Max. “Vandaag mag ik weer vliegen met het grote vliegtuig,” zegt Pim zacht. Max blaft blij.
Pim pakt zijn kleine koffer. Hij stopt er een boterham en een appel in. Hij neemt ook zijn vliegboekje. “Veiligheid is belangrijk,” zegt Pim. “Eerst goed voorbereiden.” Zijn vrouw knikt. “Veel plezier boven de wolken, lieve Pim,” zegt ze.
Pim loopt naar buiten. Het is nog rustig op straat. Hij stapt in de bus naar het vliegveld. In de bus groet hij iedereen vriendelijk. “Goedemorgen!” zegt Pim. Iedereen lacht terug. Pim voelt zich fijn.
Op het vliegveld
Op het vliegveld is het druk. Mensen lopen met koffers. Kinderen wijzen naar de grote ramen. Buiten staan veel vliegtuigen. Pim loopt naar zijn vliegtuig. Het is wit met blauwe strepen. “Wat is hij groot!” zegt een meisje.
Pim zwaait. “Dit is mijn vliegtuig vandaag,” zegt hij trots. “Hij heet de Blauwe Vogel.” Het meisje lacht. “Ga je vliegen?” vraagt ze. “Ja,” zegt Pim. “Helemaal tot aan de zon.” Het meisje straalt.
In het vliegtuig werkt het team samen. Pim zegt: “Goedemorgen, team!” De stewardess zwaait. “We gaan samen voor een veilige reis zorgen!” zegt ze blij. De bagageman laadt de koffers in het ruim. De monteur kijkt of alles goed zit.
Pim stapt in de cockpit. Dat is de plek van de piloot. Er zijn veel knopjes en een groot stuur. Pim zet zijn pet recht. “Wat fijn om hier te zitten,” denkt hij. Samen met zijn copiloot, meneer Bas, leest Pim de lijst voor.
“Gordel vast?” vraagt Bas. “Gordel vast!” zegt Pim. “Remmen getest?” vraagt Pim. “Remmen getest!” zegt Bas. Ze controleren alles samen. “Samen werken we veilig,” zegt Pim glimlachend.
Dan is het tijd om de passagiers welkom te heten. Pim pakt de microfoon. “Goedemorgen allemaal,” zegt Pim rustig. “Ik ben Pim, jullie piloot vandaag. We gaan straks samen vliegen. Maak jullie gordel vast. We gaan zachtjes omhoog. Samen zorgen we voor een fijne reis.”
De kinderen in het vliegtuig lachen. Er klinkt een zacht applaus.
Pim vertelt een verhaal
Als iedereen zit en de deuren dicht zijn, wacht Pim nog heel even. Boven de wolken is het rustig. De zon schijnt mooi door de ramen. Pim pakt de microfoon. “Lieve passagiers,” zegt Pim, “ik wil graag iets vertellen.”
“Toen ik klein was, keek ik naar de lucht,” begint Pim. “Ik zag vogels vliegen. Ik droomde dat ik ook kon vliegen. Nu mag ik als piloot door de lucht. Soms zie ik wolken als zachte bergen. Soms vliegt er een vogel naast ons mee.”
Pim lacht zacht. “Eens, op een heldere ochtend, zag ik een regenboog. De kleuren dansten in de lucht. Iedereen in het vliegtuig keek uit het raam. We voelden ons blij, samen hoog in de lucht. Samen genieten is fijn.”
“Daarom is het belangrijk om goed samen te werken,” zegt Pim. “De bemanning zorgt voor iedereen. Samen zorgen we voor elkaar. Dan is vliegen veilig en leuk.”
De rustige landing
Na een tijdje zegt de stewardess: “We gaan bijna landen.” Pim draait zacht aan het stuur. De Blauwe Vogel daalt langzaam. Buiten zie je het vliegveld verschijnen. De kinderen kijken uit het raam. “We zijn bijna thuis!” roept een jongen zachtjes.
Pim zegt: “Doe jullie gordel goed vast. We landen rustig en zacht.” Het vliegtuig glijdt als een vogel naar de grond. Er klinkt een heel zachte plof. Iedereen klapt blij. “Dat was fijn!” zucht een meisje.
De Blauwe Vogel rolt langzaam over de baan. Pim glimlacht naar Bas. “We hebben het goed gedaan, samen,” zegt hij. Bas knikt. “Samen zijn we een goed team.”
Als het vliegtuig stilstaat, stapt Pim uit de cockpit. De deur gaat open. Frisse lucht stroomt naar binnen. Pim zwaait naar de kinderen. “Dank jullie wel voor het mee vliegen!” zegt hij zacht. De kinderen zwaaien terug.
Pim en het team helpen iedereen naar buiten. Samen lachen ze. Op het vliegveld wacht Max, het hondje. Pim knielt en Max kwispelt dolblij. “Thuis, mijn lieve vriend!” zegt Pim. Zijn vrouw geeft hem een dikke knuffel.
Pim kijkt nog één keer naar zijn grote vliegtuig. “Vandaag was weer een mooie dag in de lucht,” zegt hij stil. “Vliegen doe je nooit alleen. Samen zorgen we voor elkaar.”
Dan loopt Pim hand in hand met zijn vrouw en Max naar huis. De zon zakt zachtjes. Pim voelt zich rustig en blij.
Slaap lekker, lieve kleine vlieger. Droom zacht van blauwe luchten, zachte wolken en een fijne reis, samen met een vrolijke bemanning.