Lina zit in de tuin en kijkt omhoog. In de lucht vliegt een groot, wit vliegtuig. Het glijdt als een vogel door de blauwe lucht. Lina zwaait met haar armen. “Dag vliegtuig!” roept ze blij.
Mama komt naast haar zitten. Ze lacht en zegt: “Weet je wie dat vliegtuig bestuurt? Dat doet een piloot.” Lina kijkt met grote ogen. “Wat doet een piloot, mama?” vraagt ze zacht.
Mama knielt bij Lina. “Een piloot zit helemaal voorin het vliegtuig. Ze heeft veel knoppen, schermen en een groot stuur. Ze zegt tegen het vliegtuig waar het naartoe moet. Ze zorgt dat iedereen veilig vliegt.”
Lina lacht. “Mag een meisje ook piloot zijn?” vraagt ze.
Mama knikt. “Jazeker! Ik ben zelf piloot. Net als in het echte leven vliegen meisjes en jongens samen door de lucht.” Lina springt op. “Jij bent een piloot, mama?” roept ze blij.
Mama knikt trots. “Wil je weten wat ik doe als ik ga vliegen?” Lina knikt snel. “Vertel, mama! Wat doe je allemaal?”
Mama pakt Lina's hand. “Eerst trek ik mijn blauwe pilotenjas aan. Dan zet ik mijn pet op. In de cockpit, dat is het huisje voorin het vliegtuig, zitten allemaal lampjes en knopjes. Ik zeg: ‘Goedemorgen, vliegtuig!' en dan beginnen we.”
Lina giechelt. “Zegt het vliegtuig ook iets terug?” vraagt ze.
Mama lacht. “Soms maakt het vliegtuig een zacht bromgeluid. Dat klinkt als: ‘Goeiemorgen, piloot!' Samen zijn we dan klaar voor het avontuur.”
Lina doet haar armen wijd. “Vliegen voelt vast als zweven. Net als een vogel in de lucht!” zegt ze dromerig. Mama knikt. “Precies zo. De wolken lijken dan kussens. Alles beneden is klein. Soms zie ik bergen, bossen en zeeën. Soms zie ik zelfs andere vliegtuigen in de verte.”
Lina kijkt omhoog. “Ben je dan niet bang, mama?”
Mama schudt haar hoofd. “Nee hoor, want ik heb goed geleerd hoe het moet. Ik weet precies wat ik moet doen. En in de cockpit ben ik nooit alleen. Soms is er nog een piloot bij, of een lieve stewardess.”
Lina glimlacht. “Stewardessen geven drinken en koekjes, toch?” vraagt ze.
Mama knikt. “Ja, en ze zorgen goed voor iedereen. Maar weet je, de piloot zorgt dat iedereen veilig is. We praten met de toren op de grond. Zij zeggen wanneer we mogen opstijgen en landen.”
Lina doet alsof ze een microfoon vasthoudt. “Hallo toren, mag ik vliegen?” zegt ze. Mama lacht. “Dan zegt de toren: ‘Ja, piloot, je mag opstijgen!' En dan gaat het vliegtuig heel snel over de grond, tot het loskomt van de aarde.”
Lina klapt in haar handen. “En dan vlieg je echt!” zegt ze vrolijk.
Mama knikt. “Dan vliegen we tussen de wolken. Soms schijnt de zon. Soms regent het. Maar in de lucht is het altijd bijzonder. En weet je wat het mooiste is? Ik mag mensen brengen waar ze naartoe willen. Naar opa, oma, of naar een verre vakantie.”
Lina denkt even na. “Wil je mij een keer meenemen, mama?” vraagt ze hoopvol.
Mama knuffelt haar. “Natuurlijk, lieve Lina. Misschien word jij ook wel piloot, als je groot bent!”
Lina kijkt glimlachend naar de lucht. “Ik wil alles leren over vliegtuigen, mama! Mag ik een pilotenpet op?” Mama lacht en zet haar pet op Lina's hoofd. De pet is veel te groot, maar Lina straalt.
Samen zitten ze nog even in de tuin. Lina droomt over wolken, over verre landen en over vliegen als een vogel. Mama fluistert: “Dromen zijn het begin van grote avonturen, lieve Lina.”
Lina knikt tevreden. In haar hoofd vliegt ze al hoog boven de wolken, samen met mama, de piloot.