Begin
In het grote, zonnige Westen rijdt Noor op haar kleine bruine paardje, Peper. Ze draagt een hoed die wiebelt in de wind. Rondom haar zijn lange grasvelden en rode rotsen. In de verte ziet ze een houten dorpje met een saloon.
Noor heeft een plan. Ze wil vanavond een saloondans leren. Niet zomaar, maar een echte klap-klap-stap dans. “Ik kan het,” zegt Noor zacht. Peper hinnikt: “Hii!”
Bij de saloon staat sheriff Jo. Hij glimlacht. “Hallo, Noor. Durf je?”
“Ja,” zegt Noor. “En ik wil ook wijs zijn.”
Midden
Binnen is het warm. Er klinkt vrolijke muziek. Mevrouw Roos, de dansjuf, klapt in haar handen. “Stap, stap, klap!” zegt ze.
Noor oefent. Stap. Stap. Klap. Haar laars schuift. Oeps. Ze wiebelt.
“Rustig,” zegt mevrouw Roos. “Slimme dansers kijken naar hun voeten.”
Net dan komt er iemand binnenrennen. Het is de postbode. “De brug over de kleine rivier is losgeraakt!” roept hij. “De waterton moet naar de boerderij, maar de kar kan er niet over.”
Noor voelt haar buik kriebelen. Ze is niet bang, maar ze moet dapper zijn. “Ik ga helpen,” zegt ze.
Buiten loopt ze met sheriff Jo naar de rivier. De brugplank ligt scheef. Het water kabbelt zacht. Noor kijkt goed. “Als we een touw vastmaken aan die paal, kan de kar langzaam,” zegt ze. “En ik kan Peper ervoor zetten.”
“Goed bedacht,” zegt sheriff Jo.
Noor knoopt. Eén keer. Twee keer. Ze trekt hard. “Vast!” zegt ze. Peper staat stil als een rots. De kar rijdt. Langzaam. Heel langzaam. Iedereen houdt zijn adem in. Dan is de kar aan de overkant. “Gelukt!” roept de boer blij.
Einde
Terug in de saloon begint de muziek weer. Mevrouw Roos knikt. “Jij was dapper én slim. Nu dansen!”
Noor lacht. Stap, stap, klap. Stap, stap, klap. Dit keer staat ze stevig. Sheriff Jo klapt mee. De mensen zingen zacht.
Later rijdt Noor naar huis onder een roze lucht. Ze aait Peper. “Wijs zijn is goed kijken en rustig blijven,” fluistert ze. Peper hinnikt zacht, en de prairie voelt warm en veilig.