In een verre toekomst, waar mensen niet alleen op aarde wonen maar ook op andere planeten en manen, is de ruimte vol avonturen. Op de maan Titan, ver weg van de blauwe aarde, staat het Glimlach Centrum voor Ruimteverkenning. Dit is een groot gebouw van glanzend zilver dat lijkt op een reusachtige glimworm. Het centrum heeft ramen van gekleurd glas waarachter je soms nieuwsgierige gezichten ziet. Buiten het gebouw zoemen kleine, zwevende robots die de planten water geven en de zonnepanelen schoonmaken.
Op Titan is de lucht oranje en de bergen zijn van ijs. Je kunt er niet zonder speciaal pak naar buiten, want het is er erg koud. Maar binnen in het Glimlach Centrum is het altijd warm en gezellig. Kinderen en jongeren uit het hele zonnestelsel komen hier samen met uitvinders en slimme wetenschappers. Ze werken in teams, bouwen robots, maken nieuwe uitvindingen en leren alles over sterren, planeten en raketten.
Mensen reizen nu met supersnelle schepen die op zonnestof vliegen. Maar er zijn nog veel geheimen in de ruimte. Sommige plekken zijn zo ver weg dat zelfs de snelste schepen er niet zomaar kunnen komen. Wetenschappers zoeken daarom altijd naar nieuwe manieren om verder en sneller te reizen.
In dit prachtige centrum werkt onze heldin, een slimme en enthousiaste uitvindster. Haar naam is Dr. Noor van der Ster. Noor draagt altijd een blauwe overall vol zakken met gereedschap en gekleurde knoppen. Ze heeft rood haar in een staart, een bril met gekleurde glazen en lacht bijna altijd. Noor houdt van uitvinden, maar nog meer van samenwerken met haar jonge teamgenoten.
Hoofdstuk 1: Noors Grote Idee
Op een ochtend loopt Noor vrolijk door de gang van het Glimlach Centrum. Ze zwaait naar een groepje kinderen dat een robotrace houdt. Haar beste vriend, een pratende robotmuis genaamd Piep, rent achter haar aan.
‘Noor! Noor! Wacht op mij!' piept Piep terwijl zijn wieltjes snel draaien.
Noor lacht. ‘Kom op, Piep! Vandaag is een belangrijke dag. Ik ga mijn nieuwe uitvinding laten zien!'
Piep springt op haar schouder en fluistert geheimzinnig: ‘Denk je dat het werkt?'
Noor knikt stoer. ‘Ik weet het zeker! Dit is de Sprongmotor. Met deze motor kunnen we niet alleen snel, maar ook héél ver reizen. Misschien vinden we wel een planeet met paarse bomen!'
Ze lopen naar de grote werkhal. Daar staan tafels vol met draden, buisjes en knoppen. Aan één tafel zitten drie kinderen: Lila, een vrolijk meisje met vlechten; Jip, een jongen die alles uit elkaar wil halen; en Sam, die altijd grapjes maakt.
‘Goedemorgen, team!' zegt Noor. ‘Zijn jullie klaar voor het grote nieuws?'
‘Jaaa!' roepen ze in koor.
Noor haalt een kleine, glimmende doos uit haar zak. ‘Dit, vrienden, is de Sprongmotor!'
‘Hij is zo klein!' fluistert Jip verbaasd.
‘Maar hij is heel krachtig,' zegt Noor trots. ‘Met deze motor kunnen we in een oogwenk naar verre sterren springen.'
Sam kijkt Noor aan en grijnst: ‘Springen we dan niet uit onze stoelen?'
Iedereen lacht. Noor knikt: ‘Daarom moeten we goed oefenen en samenwerken. We gaan de motor bouwen en testen op het ruimteschip Sprankel!'
Lila springt op van enthousiasme. ‘Gaan we echt de ruimte in?'
‘Jullie mogen me helpen,' zegt Noor. ‘Maar eerst moeten we alles goed voorbereiden. We willen niet per ongeluk op een planeet van puddinglanden landen!'
Iedereen lacht zo hard dat zelfs de gereedschappen rinkelen.
Hoofdstuk 2: De Sprong Vooruit
De dagen daarna werken Noor en haar team hard. Ze lassen onderdelen, schroeven panelen vast en testen de Sprongmotor in de werkplaats. Piep houdt de tijd bij en maakt ondertussen flauwe mopjes.
‘Waarom kan een raket niet goed dansen?' vraagt Piep met een piepstem.
‘Geen idee,' zegt Jip.
‘Omdat hij altijd uit zijn baan schiet!'
Iedereen giechelt.
Na een week is het zover. Het ruimteschip Sprankel glimt in de hangar. Het schip lijkt op een vrolijke vis met grote ogen als ramen en vinnen als zonnepanelen. De Sprongmotor is netjes ingebouwd achter het paneel met de regenboogknoppen.
Noor trekt haar ruimtehelm aan. ‘Team, zijn jullie klaar?'
‘Ja!' roepen ze.
Ze stappen het schip in. Sam doet alsof hij een piloot is, Lila bestuurt de kaarten en Jip zorgt voor de gereedschappen. Piep nestelt zich bij de knoppen.
‘We vliegen naar het onbekende!' roept Noor.
Buiten in de ruimte glinstert Titan in het licht van de verre zon. Noor drukt op de blauwe knop. ‘Sprongmotor, klaar voor de start!'
Het schip begint zachtjes te trillen. Iedereen spant zijn gordel om. Noor telt af: ‘Drie... twee... één... SPRONG!'
Met een flits schiet Sprankel vooruit. De sterren trekken razendsnel voorbij. Iedereen gilt van plezier. Lila roept: ‘Het voelt als een achtbaan!'
Na een paar seconden stopt het schip met schudden. Noor kijkt uit het raam en haar mond valt open.
‘Kijk!' zegt ze. ‘We zijn ergens waar nog nooit iemand is geweest!'
Buiten drijven kleurrijke planeten en wolken van licht. Er vliegen lichtgevende vissen door de ruimte, en in de verte draait een planeet met een gouden ring.
Sam fluistert: ‘Dit is het mooiste wat ik ooit heb gezien!'
Noor lacht trots. ‘We hebben het gedaan! De Sprongmotor werkt!'
Maar dan hoort Jip een vreemd geluid. ‘Eh... Noor? Er komt rook uit het paneel!'
Iedereen schrikt. Noor blijft kalm. ‘Geen paniek, team. We lossen het samen op!'
Hoofdstuk 3: Slimme Oplossingen
Noor opent het paneel. Er komt een beetje rook uit, maar gelukkig is het niet ernstig. ‘De Sprongmotor is te warm geworden,' zegt ze. ‘We moeten hem laten afkoelen.'
Jip kijkt naar zijn gereedschapskist. ‘Misschien kunnen we een koelventilator maken?'
Sam lacht: ‘Of een ijskoude raketijsjesmachine!'
Lila wijst naar buiten. ‘Kijk, daar zweven ijskristallen! Misschien kunnen we die gebruiken!'
Noor knikt enthousiast. ‘Goed idee, Lila! We sturen de robotarm naar buiten om wat ijskristallen te verzamelen.'
Met teamwork sturen ze de robotarm naar buiten. Ze vangen glinsterende ijskristallen, die in het zonlicht fonkelen als diamanten. Jip bouwt snel een koelsysteem met de ijskristallen en een oude ventilator uit de keuken van het schip.
Piep piept tevreden: ‘Probleem opgelost!'
De Sprongmotor koelt langzaam af. Noor kijkt trots naar haar team. ‘Jullie zijn geweldig! Samen kunnen we alles oplossen.'
Buiten zwemt ineens een grote, vriendelijke ruimtewalvis langs het raam. Hij lijkt te glimlachen en zwaait met zijn vin. Lila zwaait terug en roept: ‘Dag, ruimtewalvis!'
Sam maakt een foto. ‘Niemand gaat ons geloven als we dit vertellen!'
Na een tijdje is de Sprongmotor weer veilig. Noor kijkt op de radar. ‘Tijd om terug te gaan naar Titan. Maar eerst nog één sprong!'
Iedereen roept: ‘Drie... twee... één... SPRONG!'
Ze vliegen terug, razendsnel langs zonnen en planeten, tot ze weer veilig landen op Titan.
Hoofdstuk 4: Heldinnen en Helden
Terug in het Glimlach Centrum worden Noor en haar team als helden onthaald. Overal hangen slingers en ballonnen. De directeur geeft Noor een grote medaille in de vorm van een ster.
‘Dankzij jouw uitvinding kunnen we nu verder reizen dan ooit,' zegt de directeur.
Noor glimlacht en kijkt naar haar team. ‘Ik had het nooit alleen gekund. We zijn samen sterk!'
Lila, Jip en Sam krijgen ook een medaille. Piep krijgt een enorme kaasmedaille waar hij blij aan knabbelt.
De kinderen uit het centrum vragen nieuwsgierig: ‘Hoe was het in de verre ruimte?'
Sam vertelt over de ruimtewalvis, Jip over de Sprongmotor en Lila over de ijskristallen. Iedereen luistert ademloos.
Noor sluit af: ‘In de ruimte werken we samen, lossen we problemen op en ontdekken we prachtige dingen. Misschien zijn jullie de volgende ontdekkingsreizigers!'
De kinderen juichen. Buiten fonkelen de sterren helder. Noor kijkt omhoog en fluistert: ‘De ruimte is groot, maar samen zijn wij nog groter.'
En zo eindigt hun eerste grote avontuur, maar Noor weet zeker: er wachten nog veel meer sprongen en ontdekkingen op haar en haar team. Want als je samenwerkt, kun je alles bereiken – zelfs tussen de sterren!